<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11293</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11293</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Op weg naar de hemelse Bruidegom. Twaalf heiligenlevens uit een Amersfoorts kloosterhandschrift. (Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert <sc>i</sc>, 19408-9)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Diemel</surname>
<given-names>Bas</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021082</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Es</surname><given-names>Hildo</given-names></name>
<name><surname>Jongen</surname><given-names>Ludo</given-names></name>
</person-group>
<source>Op weg naar de hemelse Bruidegom. Twaalf heiligenlevens uit een Amersfoorts kloosterhandschrift. (Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert <sc>i</sc>, 19408-9)</source>
<comment>Middelnederlandse Tekstedities 16</comment>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>315 pp.</page-range>
<isbn>978-90-8704-897-8</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11293"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Ge&#x00EF;nitieerd en ge&#x00EF;nspireerd door Geert Grote ontstond in de Noordelijke Nederlanden, meer specifiek de IJsselstreek, in het laatste kwart van de veertiende eeuw de Moderne Devotie, een religieuze hervormingsbeweging. De moderne devoten waren van mening dat door een geringe afstand in tijd en plaats het voorbeeld van deugdzame personen uit de eigen kring een nog sterkere exemplarische en stichtende werking kon hebben dan dat van vroegchristelijke heiligen of woestijnvaders. De ascetische levensstijl en lichamelijke versterving waren voor de gewone gelovige immers moeilijk na te volgen. Dit wil niet zeggen dat de devote levensbeschrijvingen in de plaats kwamen van hagiografische teksten, waarin de levens van exemplarische heiligen centraal stonden.</p>
<p>Hetzelfde gold voor het laatvijftiende-eeuwse handschrift met daarin een verzameling heiligenlevens die bestemd was voor de zusters van het Amersfoortse Sint-Aagtenklooster. Het vrouwenklooster trad weliswaar officieel niet toe tot het Kapittel van Windesheim &#x2013; de reguliere tak van de Moderne Devotie &#x2013; maar werd wel sterk be&#x00EF;nvloed door haar idee&#x00EB;n en kloosterideaal. Een selectie van twaalf levens uit dit handschrift staat centraal in de kritische uitgave en vertaling <italic>Op weg naar de hemelse Bruidegom</italic>. De auteurs, Hildo van Es en Ludo Jongen, hebben gekozen voor teksten waarin vrouwen de hoofdpersonen zijn, omdat een uitgave van de hele collectie van tientallen levens een te lijvige studie zou opleveren. Met uitzondering van de heilige Brigitta van Zweden gaan de heiligenlevens allemaal over de levens van vroegchristelijke heiligen: achtereenvolgens de heilige Radegundis, Amelberga, Blandina, Matrona, Maria martelares, Chrysanthus en Daria, Anastasia, Aldegonda, Drie zusters, Afra en de weduwe Lucia en Geminianus. Zoals de auteurs zelf ook aangeven, is dit op het eerste gezicht een tamelijk willekeurige selectie van vrouwenfiguren, waarbij opvallend genoeg enkele vooraanstaande heiligen uit de kring van de moderne devoten en zelfs de naamgeefster van het Amersfoortse klooster ontbreken.</p>
<p>Na een beknopte inleiding waarin stil wordt gestaan bij de geschiedenis van de Moderne Devotie, en in het verlengde daarvan het Amersfoortse zusterklooster, gaan de auteurs kort in op de schriftcultuur binnen het Sint-Aagtenconvent. Het zogenaamde <italic>Informieringheboeck der jongen</italic> (1510-1512) biedt op dit vlak een uitzonderlijk rijke bron van informatie. Deze spirituele handleiding werd geschreven door Jan de Wael, die meer dan veertig jaar de zusters als geestelijke leidsman bijstond. Helaas moeten de auteurs het antwoord op de vraag naar het doel waarvoor het handschrift met heiligenlevens is samengesteld en de wijze waarop de tekst heeft gefunctioneerd, schuldig blijven. Het verwondert enigszins dat Van Es en Jongen een gebruik van het handschrift tijdens de refterlezing afwijzen. In andere geloofskringen werden dergelijke teksten wel degelijk, en juist bij uitstek, voorgelezen tijdens momenten waarop de gehele gemeenschap bijeen was. In de <italic>Constitutiones Capituli Windeshemense</italic> staat ook expliciet vermeld dat historische of hagiografische teksten tijdens de gezamenlijke maaltijd voorgelezen werden. Dit betreft weliswaar de constituties van de mannenkloosters aangesloten bij Windesheim, maar onder andere Mathilde van Dijk en Wybren Scheepsma hebben erop gewezen dat dit bij vrouwen niet anders moet zijn geweest. De levens van de vrouwelijke heiligen, hoe ver deze ook afstonden van die van de Amersfoortse zusters, dienden immers ter lering, overdenking en navolging om zo het ideaal van bruiden van Christus te bereiken.</p>
<p>De twaalf uitgegeven en vertaalde heiligenlevens worden voorafgegaan door een kort overzicht van eventuele historische feiten over de betreffende heilige, een opsomming van de overgeleverde hagiografische teksten en, indien van toepassing, het antwoord op de vraag op welke Middelnederlandse tekst of vertaling de tekst in het handschrift teruggaat. In dit laatste slagen de auteurs wonderwel goed. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat van een intensief contact van de Windesheimer kloosters onderling, maar ook met gemeenschappen van meer traditionele kloosterorden. Dit bevestigt het beeld zoals dat ook uit andere studies naar voren komt. Door middel van de (collectieve) lezing en het kopi&#x00EB;ren van boeken maakten de Windesheimers zich de belangrijkste idee&#x00EB;n en teksten uit een oudere, geestelijke traditie eigen om deze als uitgangspunt te gebruiken voor hun eigen schriftcultuur.</p>
<p>We kunnen hier niet in detail ingaan op de gebundelde legenden, met hun vaak gruwelijke details en bijzonderheden die toch ver moeten hebben afgestaan van het dagelijkse leven in Amersfoort. Desalniettemin sluit de inhoud van de heiligenlevens goed aan bij het religieuze gedachtegoed van de Moderne Devotie en specifiek de Windesheimers. Deze spiritualiteit kenmerkt zich immers door haar sterk Christocentrische karakter, waarbij nederigheid, gehoorzaamheid en standvastigheid sterk ingebed zijn in een discours van onvoorwaardelijke liefde voor de hemelse bruidegom. Ook de twaalf levens zijn hier elk op hun eigen manier van doordrenkt.</p>
<p>Zoals gebruikelijk bij een dergelijke kritische editie wordt het werk afgesloten met een aantal appendices, waarin achtereenvolgens een beschrijving van het handschrift, een inhoudsopgave, paleografisch commentaar en emendaties, alsmede een verantwoording zijn opgenomen. Samen met het uitgebreide notenapparaat bij de verschillende heiligenlevens, getuigen die niet alleen van de zorgvuldigheid en nauwkeurigheid waarmee de auteurs dit project tot een goed einde hebben gebracht, maar bieden ze ook aanknopingspunten voor verder onderzoek, bijvoorbeeld naar de afzonderlijke legenden en naar motieven en idee&#x00EB;n die kenmerkend zijn voor het laatmiddeleeuwse gedachtegoed van de Windesheimers. Het is te hopen dat ook de andere opgenomen teksten uit het Amersfoortse handschrift, die de auteurs hier omwille van praktische redenen buiten beschouwing hebben gelaten, te zijner tijd zullen worden uitgegeven en vertaald.</p>
</body>
</article>