<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11291</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11291</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Antwerp in the Renaissance</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Steensel</surname>
<given-names>Arie</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksuniversiteit Groningen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021075</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Blond&#x00E9;</surname><given-names>Bruno</given-names></name>
<name><surname>Puttevils</surname><given-names>Jeroen</given-names></name>
</person-group>
<source>Antwerp in the Renaissance</source>
<comment>Studies in European Urban History (1100-1800) 49</comment>
<publisher-loc>Turnhout</publisher-loc>
<publisher-name>Brepols Publishers</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>315 pp.</page-range>
<isbn>978 2 50 358833 9</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11291"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de decennia voor en na de eeuwwisseling verscheen een reeks stadsgeschiedenissen in Nederland en Vlaanderen. Deze Nederlandstalige studies verschillen onderling qua vorm en inhoud door de zoektocht naar een balans tussen wetenschappelijke verantwoording en een breed lezerspubliek &#x2013; een algemeen aanvaard <italic>format</italic> ontbreekt, zoals stadshistoricus Pim Kooij al eens vaststelde. Inmiddels is er een volgende generatie stadsgeschiedenissen in opkomst: Engelstalige studies met meer specialistische bijdragen en vaak een korter tijdsperspectief, die beantwoorden aan de vraag van internationaliserend onderzoek en onderwijs. Soms worden deze studies vervolgens weer vertaald naar het Nederlands om een breder publiek te bereiken.</p>
<p>De bundel <italic>Antwerp in the Renaissance</italic>, uitgebracht onder redactie van Bruno Blond&#x00E9; en Jeroen Puttevils, is een goed voorbeeld van deze ontwikkeling. Anders dan het publieksboek <italic>Antwerpen. Biografie van een stad</italic> (2011), onder redactie van Inge Bertels, Bert De Munck en Herman Van Goethem, of Michael Pye&#x2019;s recente <italic>Antwerpen. De gloriedagen</italic> (2021), beoogt deze studie geen integrale of populariserende geschiedenis van de Scheldestad te bieden. De bundel pretendeert evenmin een uitputtende analyse van haar zestiende-eeuwse hoogtijdagen te geven, want in een inleidend hoofdstuk poneren Blond&#x00E9; en Puttevils een specifieke stelling, namelijk: &#x2018;Antwerp offers a unique non-Italian laboratory to question some of the assertions made in Renaissance historiography&#x2019; (11). Dit is het vertrekpunt van elf thematische bijdragen, waarin specialisten op basis van recent onderzoek ingaan op de interne dynamiek van het zestiende-eeuwse Antwerpen en zijn functie als culturele brug tussen Itali&#x00EB; en Noordwest-Europa. De bijdragen belichten stuk voor stuk op informatieve wijze uiteenlopende aspecten van de geschiedenis van Antwerpen in de zestiende eeuw. Terugkerende thema&#x2019;s zijn de spectaculaire groei van de metropool vanaf de vijftiende eeuw, het handelskarakter van de stad en het feit dat Antwerpen als relatieve laatkomer in het stedelijk-commerci&#x00EB;le landschap niet belast was met een middeleeuwse erfenis. Deze factoren cre&#x00EB;erden een stedelijke context waarin dynamieken konden ontstaan die leidden tot verandering en vernieuwing op economisch vlak en in het sociale en culturele domein.</p>
<p>Vier hoofdstukken hebben een sociaal-economische insteek. Puttevils schetst de opkomst van Antwerpen als commerci&#x00EB;le toegangspoort van Noordwest-Europa en beschrijft hoe de stad voor buitenlandse handelaren een aantrekkelijk vestigingsklimaat realiseerde door zowel open voorzieningen als groepsgebonden voorrechten te bieden. Handelaren uit de Nederlanden profiteerden hier in mindere mate van, omdat Antwerpen voor hen geen vergelijkbare voorrechten in het buitenland kon afdwingen. De demografische en economische expansie van de stad bracht binnen de Antwerpse samenleving ook verandering in de verhouding tussen belangengroepen en hun leden. Bert De Munck laat dit zien aan de hand van de gilden. Geleidelijk verdrongen bureaucratische praktijken en formele regels de oudere, religieus-ge&#x00EF;nspireerde broederschapsidealen, met name omdat gevestigde ambachtsmeesters zo hun sociaal-economische positie konden waarborgen. Hadewijch Masure borduurt voort op dit thema in haar bijdrage over de Antwerpse religieuze broederschappen, die eveneens een proces van elite- en hi&#x00EB;rarchievorming ondergingen waardoor lidmaatschap een sterker publiek en passief karakter kreeg. Tot slot analyseren Isis Sturtewagen, Blond&#x00E9; en Puttevils de ontwikkeling van de zijdeproductie in Antwerpen, die zij plaatsen in het debat over de &#x2018;material Renaissance&#x2019;, waarin naast de markt ook sociaal-culturele betekenissen van productie, bezit en handel in luxegoederen centraal staan. Zijde was een lokaal product bestemd voor een specifieke groep consumenten in Antwerpen: leden van de stedelijke middenklassen, die zich door mode en luxegoederen in sociaal opzicht konden onderscheiden.</p>
<p>Twee hoofdstukken thematiseren de betekenis van de renaissance explicieter. Dave De Ruysscher onderzoekt hoe het Antwerpse handelsrecht tot stand kwam in de tweede helft van de zestiende eeuw. De algemene Europese juridische cultuur, waar de stadsjuristen deel van uitmaakten, had meer invloed op de codificatie van dit recht dan vaak wordt verondersteld. In die zin drukte het juridisch humanisme een stempel op de Antwerpse handelspraktijk. Tegelijkertijd beantwoordde het handelsrecht aan concrete problemen van handelaren, die behoefte hadden aan meer omlijnde juridische kaders voor het sluiten van contracten. Voor de leden van de zes Antwerpse schutterijen bood de klassieke oudheid vooral een referentiekader dat een rechtvaardiging gaf voor hun militaire rol binnen de stad, die geleidelijk aan betekenis inboette. Erik Swart maakt echter duidelijk dat dit niet de enige bron was waaruit de schutters putten voor hun idee&#x00EB;n over militaire theorie en actief burgerschap. Aan het einde van de zestiende eeuw kwam er bovendien kritiek op de idee van de oudheid als richtsnoer voor militaire innovatie in de eigen tijd.</p>
<p>Een drietal hoofdstukken heeft gemeen dat ze verschillende vormen van culturele representatie in en van Antwerpen onderzoeken. Vanuit een literair perspectief plaatst Herman Pleij de opkomst van de renaissance in de Nederlanden aan het einde van de vijftiende eeuw. In deze beginfase vervulde Antwerpen volgens Pleij een voortrekkersrol in de vernieuwing van vormen en onderwerpen door rederijkers, schilders en uitgevers. Inspiratie voor de nieuwe idealen in de literatuur werd gevonden in de oudheid, al omarmde niet iedereen de klassieken en humanisten. Ook Anne-Laure Van Bruaene benadrukt de sociale verscheidenheid onder de rederijkers in Antwerpen als migratiestad. Als dragers van het stedelijke literaire leven behoorden rederijkers tot de middengroepen en hun opvattingen waren, zo stelt Van Bruaene, niet per definitie representatief voor de stad als geheel. Hetzelfde gold voor het gestileerde beeld dat zij in hun werken en tijdens festiviteiten cre&#x00EB;erden van Antwerpen als een morele en harmonieuze commerci&#x00EB;le gemeenschap. Koenraad Jonckheere problematiseert de analytische waarde van het renaissanceconcept in zijn hoofdstuk over de Antwerpse schilderkunst door te stellen dat het gemakkelijk tot een eenzijdig begrip leidt van het experimentele karakter van de kunsten in deze periode.</p>
<p>De laatste te bespreken bijdragen hebben betrekking op de ruimtelijke ontwikkeling en representatie van de stad. Krista De Jonge, Piet Lombaerde en Petra Maclot zoeken in een uitgebreid hoofdstuk naar invloeden van renaissancearchitectuur, die bekend stond als de &#x2018;anticse wercken&#x2019;, op de ruimtelijke ontwikkeling van Antwerpen in de zestiende eeuw. Hiervoor raadplegen ze cartografische en visuele bronnen, alsook stadsbeschrijvingen en reisverhalen. De stad onderging onder leiding van stedelijke bouwmeesters verschillende transformaties, bijvoorbeeld door de aanleg van een omwalling en een citadel, die ook weer resulteerden in perspectiefwisselingen op stadsplattegronden. Halverwege de zestiende eeuw was er een overgang van de &#x2018;moderne&#x2019; renaissancegotiek naar de nieuwe &#x2018;antieke&#x2019; werken zichtbaar. Deze Antwerpse stijl is duidelijk zichtbaar in het stadhuis, een voorbeeld dat navolging kreeg in verschillende andere Europese steden. Italiaanse en klassieke renaissancistische invloeden hebben in Antwerpen een eigen, lokale architecturale uitwerking gehad, die vervolgens weer via afbeeldingen, architecten en bouwlieden buiten de stad verspreid raakte. De bijdrage van Jelle De Rock over de portrettering van de stad op schilderijen, kaarten en stadsgezichten sluit hierop aan. De Rock analyseert hoe het &#x2018;heterogenetische&#x2019; karakter van Antwerpen als metropool naar voren komt in cartografische representaties, die telkens een nieuw verhaal vertelden. Gedreven door nieuwe inzichten en technieken, maar ook door voldoende vraag, werden stadsplattegronden ontdaan van mythische elementen. Ze werden meer gemaakt met een orthogonale projectie en in zekere zin ook accurater.</p>
<p>Bij het geheel van bijdragen kunnen enkele opmerkingen geplaatst worden. Ten eerste blijft het de vraag of het gekozen thematische kader &#x2013; de renaissance in Antwerpen &#x2013; voldoet om de complexe zestiende-eeuwse geschiedenis van de handelsstad te duiden. Het leidende vraagstuk en de gebruikte betekenis van het woord &#x2018;renaissance&#x2019; worden niet in alle gevallen systematisch of kritisch besproken, waardoor de gekozen invalshoek het (soms ook al elders) gepresenteerde onderzoek niet in een nieuw licht plaatst en de algehele doelstelling van de bundel niet wordt waargemaakt. De bijdragen richten zich bovendien overwegend op de interne geschiedenis van de stad. Vragen over het eigene van Antwerpen in de &#x2018;complex appropriation of the Renaissance&#x2019; (28) vereisen echter een meer vergelijkende benadering en aandacht voor de relatie tussen de stad en haar wijdere omgeving, alsook een meer kritische reflectie op de samenhang tussen culturele, economische en politieke processen. Tot slot sluit het gekozen perspectief bepaalde relevante en actuele historiografische thema&#x2019;s uit, zoals recent (Antwerps) onderzoek naar de bouwgeschiedenis, economische ongelijkheid, politiek beleid of elitevorming. De bundel beoogt weliswaar geen <italic>histoire totale</italic> te geven, maar voor een goed begrip van de zestiende-eeuwse geschiedenis van Antwerpen zijn dit belangrijke onderwerpen. De samenstelling van bijdragen blijft inhoudelijk onbevredigend, ondanks hun onmiskenbare afzonderlijke waarde.</p>
<p>De bundel inspireert bovenal echter tot meer stadshistorische publicaties van dit genre. Het is wenselijk als dit voorbeeld navolging vindt in de vorm van vergelijkbare Engelstalige studies over steden uit de (Noordelijke) Nederlanden, die bijvoorbeeld in het onderwijs gebruikt kunnen worden en ervoor zorgen dat een evenwichtiger beeld over de stedelijke samenleving in de laatmiddeleeuwse Nederlanden doorsijpelt in de internationale literatuur.</p>
</body>
</article>