<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11288</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11288</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Uitschot in uniform. De <sc>wa</sc> 1932-1945</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kromhout</surname>
<given-names>Bas</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021074</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Broek</surname><given-names>Gertjan</given-names></name>
</person-group>
<source>Uitschot in uniform. De <sc>wa</sc> 1932-1945</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789024438976</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11288"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De Nationaal-Socialistische Beweging van Anton Mussert beschikte over een beruchte partijmilitie: de Weerbaarheidsafdeling (<sc>wa</sc>). Over deze knokploeg heeft Gertjan Broek een handzame monografie geschreven op basis van zijn proefschrift, waarop hij in 2014 promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.</p>
<p>Uitgebreid bronnenonderzoek staat aan de basis van <italic>Uitschot in uniform. De <sc>wa</sc> 1932-1945</italic>. Vooral de archieven van de Amsterdamse gemeentepolitie en de arrondissementsrechtbank zijn rijke bronnen van informatie gebleken, die de auteur in staat stellen kleurrijke beschrijvingen te geven van tal van <sc>wa</sc>-leden en hun gewelddadige activiteiten. Broek behandelt bovendien op gedetailleerde wijze de straatgevechten die <sc>wa</sc>&#x2019;ers aan het begin van 1941 uitlokten in het centrum van de hoofdstad en in de zogenaamde Jodenhoek.</p>
<p>Het meest opmerkelijke aan dit boek is de centrale stelling, die luidt dat de straatvechters van de <sc>wa</sc> niet alleen een plaag waren voor de samenleving, maar ook voor de leiding van de <sc>nsb</sc>. Dat zij vaak maar moeilijk in het gareel te houden waren, is op zichzelf geen nieuw inzicht. Maar Broek gaat verder: volgens hem zat Mussert met de <sc>wa</sc> in zijn maag.</p>
<p>Toen de Nederlandse regering in december 1935 een wetsvoorstel indiende dat alle politieke weerkorpsen in het land moest verbieden, wachtte Mussert de stemming niet af maar besloot hij eigenhandig de <sc>wa</sc> &#x2013; voorlopig althans &#x2013; te ontbinden. Broek gelooft niet dat hij deze stap onder druk van het wetsvoorstel heeft genomen. Hij wijst erop dat de Wet op de weerkorpsen weliswaar in het volgende jaar door beide Kamers werd aangenomen, maar dat de regering hem pas per 1 februari 1939 in werking liet treden. Als de <sc>nsb</sc>-leider had gewild, had hij de ontwikkelingen gerust langer kunnen afwachten, redeneert Broek. Volgens hem lag er aan de opheffing van de <sc>wa</sc> een ander motief ten grondslag: &#x2018;Voor het Hoofdkwartier was het vooral de gedroomde gelegenheid zich van een blok aan het been te ontdoen&#x2019; (82).</p>
<p>Het probleem met deze bewering is dat een onderbouwing met bronnen ontbreekt. Er bestaan in de literatuur ook andere hypothesen. Ter vergelijking: Edwin Klijn en Robin te Slaa stellen in deel 1 van <italic>De <sc>nsb</sc></italic> (2009) dat Mussert wel degelijk verwachtte dat de regering de <sc>wa</sc> spoedig zou verbieden en daarom &#x2018;besloot de eer aan zichzelf te houden&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Dat die verwachting niet onmiddellijk uitkwam, was misschien te wijten aan een verkeerde inschatting door de <sc>nsb</sc>-leider. Het is echter de vraag of de regering tot 1939 zou hebben gewacht met het invoeren van de wet als de <sc>wa</sc> was blijven bestaan. Broeks hypothese is kortom aanvechtbaar.</p>
<p>Na de offici&#x00EB;le ontbinding ondergingen veel plaatselijke <sc>wa</sc>-afdelingen een metamorfose tot wandelclubs die officieel niet aan de <sc>nsb</sc> waren gelieerd. Maar dat er een connectie was, kon weinigen ontgaan. Tijdens marsen vertoonden de wandelaars zich in gesloten formatie en voorzien van vlaggen en insignes die naar een nationaalsocialistische achtergrond verwezen. Sommige clubleden lieten net als v&#x00F3;&#x00F3;r de ontbinding van de <sc>wa</sc> hun vuisten spreken tijdens colportagerondes in &#x2018;rode buurten&#x2019;.</p>
<p>Het geweld was volgens Broek de voornaamste oorzaak van de dalende populariteit van de <sc>nsb,</sc> die in 1937 tot uiting kwam in een teleurstellende verkiezingsuitslag. De verklaring voor deze achteruitgang hebben historici tot nu toe, in navolging van Toon de Jonge en Ivo Sch&#x00F6;ffer<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup>, gezocht in Musserts steeds openlijker geflirt met Mussolini en Hitler. Broek meent echter dat zij de invloed van het straatgeweld onderschatten. Ook dit blijft bij gebrek aan concreet bewijs slechts een hypothese. Op deze hypothese bouwt Broek vervolgens de redenering dat de <sc>nsb</sc>-top diep ongelukkig moet zijn geweest met de actieve restanten van de <sc>wa</sc>: zij stonden immers electoraal succes in de weg.</p>
<p>Zelfs als de hypothese klopt, is het de vraag of Mussert dezelfde analyse maakte en of hij daarom bereid zou zijn geweest volledig afstand te nemen van de knokploegen. Geweld was onlosmakelijk verbonden met de ideologie en milities waren een vast bestanddeel van geestverwante bewegingen in binnen- en buitenland. Natuurlijk hoopte Mussert op massale steun van de kiezer, maar niet ten koste van zijn overtuigingen. Integendeel: de <sc>nsb</sc> radicaliseerde na de verkiezingsnederlaag juist in hoog tempo verder.</p>
<p>In tegenstelling tot Broek stellen Klijn en Te Slaa in deel 2 van de <italic>De <sc>nsb</sc></italic> (2021) dat Musserts houding ten opzichte van de militante wandelclubs dubbelzinnig was. In 1936 huldigde hij hoogstpersoonlijk de leden van de Wandelsportvereniging Amsterdam &#x2013; let op de afkorting: W.A. &#x2013; die hadden deelgenomen aan de Nijmeegse Vierdaagse. Ook gaf hij een lokale commandant van de voormalige <sc>wa</sc> toestemming voor het oprichten van een &#x2018;doodskoppenregiment&#x2019; dat onder meer fungeerde als ordedienst tijdens partijbijeenkomsten. En in 1939 zag weer een nieuw <sc>nsb</sc>-korps het licht: de Mussert-Garde. Klijn en Te Slaa schatten de verhouding tussen Mussert en de militante achterban dan ook fundamenteel anders in dan Broek. Zij schrijven: &#x2018;De vraag dringt zich op in hoeverre het Hoofdkwartier de oud-<sc>wa</sc>&#x2019;ers werkelijk wenste te beteugelen. Doordat zij de ruimte kregen om af en toe stoom af te blazen, bleven deze militanten verbonden aan de beweging. [&#x2026;] Het door het Hoofdkwartier gesanctioneerde straatgeweld moest de revolutionaire partijgenoten tevredenstellen en de &#x201C;legale&#x201D; revolutie kracht bij zetten&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup></p>
<p>Broek trekt zijn hypothese dat de <sc>wa</sc> slechts een blok aan Musserts been was door tot in de bezettingstijd. Ook toen zouden de militante leden zijn politieke ambities hebben doorkruist. Maar waarom richtte Mussert de <sc>wa</sc> meteen na de capitulatie opnieuw op, als hij er tot dan toe alleen maar hinder van had ondervonden&#x003F; Ook binnen het door Duitsland vormgegeven &#x2018;nieuwe Europa&#x2019; hoopte hij immers de steun van het Nederlandse volk te winnen. Als Mussert ervan overtuigd was geweest dat het agressieve optreden van zijn zwarthemden de kans daarop verkleinde, had hij de <sc>wa</sc> geen nieuw leven ingeblazen. Evenmin had hij dan in de zomer van 1941 alle mannelijke leden van de <sc>nsb</sc> in de leeftijd van 18 tot 40 jaar verplicht om tot de partijmilitie toe te treden.</p>
<p>Mussert had nog een ander doel dan de publieke opinie aan zijn kant krijgen, namelijk de Duitsers imponeren en overtuigen van zijn geloofwaardigheid als nationaalsocialistisch leider. Dat kan een reden zijn geweest om zijn radicale achterban weer de straat op te sturen. Zoals Broek correct laat zien, waren de Duitsers daar weinig enthousiast over. Zij wilden zelf heer en meester zijn en daar pasten geen zelfstandig opererende knokploegen bij. De man die verantwoordelijk was voor de openbare orde, Hanns Albin Rauter, stond als <sc>ss</sc>&#x2019;er wantrouwend tegenover de machtsaanspraken van de <sc>nsb</sc>. Als leden van de <sc>wa</sc> zich nuttig wilden maken voor de Nieuwe Orde, dan moesten zij dat doen onder Duits opperbevel &#x2013; in de Vrijwillige Hulppolitie, de Waffen-<sc>ss</sc> of de Landwacht. Dat deden zij dan ook massaal.</p>
<p>Maar betekent dit dat de <sc>wa</sc> Mussert tijdens de bezetting opnieuw in de wielen reed&#x003F; Met evenveel recht kun je stellen dat dankzij de inzet van zijn <sc>wa</sc>-mannen de Duitsers hem tenminste een bijrol lieten spelen. Broek denkt dat de strategie&#x00EB;n van Mussert en de <sc>wa</sc> om aan de macht te komen elkaar uitsloten, terwijl ze in feite samengingen. Ten onrechte spreekt hij van een &#x2018;breukvlak [&#x2026;] tussen de uiteindelijk toch steeds degelijke ingenieur Mussert en de veel nihilistischer aangelegde radicalen&#x2019; (135).</p>
<p>Volgens Broek is de <sc>nsb</sc>-top zelfs te typeren als een &#x2018;ex-liberale herenclub&#x2019; die &#x2018;een fascisme voorstond dat binnen de Nederlandse cultuur paste&#x2019; en dat ver afstond van de &#x2018;radicale straatvechtersclub&#x2019; (241). Dit klassieke beeld van Anton Mussert als burgerlijke namaakfascist die niets revolutionairs in zich had, is in de afgelopen jaren echter vakkundig afgebroken door onderzoek van onder anderen Tessa Pollmann en Klijn en Te Slaa. Daarom stemt het droef deze achterhaalde karikatuur toch weer in een recent academisch werk aan te treffen.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Robin te Slaa en Edwin Klijn, <italic>De <sc>nsb</sc>. Ontstaan en opkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging, 1931-1935</italic> (Amsterdam 2009) 768.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Toon de Jonge, <italic>Crisis en critiek der democratie. Anti-democratische stromingen en de daarin levende denkbeelden over de staat in Nederland tussen de wereldoorlogen</italic> (Assen 1968) 206; Ivo Sch&#x00F6;ffer, <italic>Het nationaal-socialistische beeld van de geschiedenis der Nederlanden. Een historiografische en bibliografische studie</italic> (Amsterdam 1978) 65.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Edwin Klijn en Robin te Slaa, <italic>De <sc>nsb</sc>. Deel 2: Twee werelden botsen, 1936-1940</italic> (Amsterdam 2021) 139.</p></fn>
</fn-group></back>
</article>