<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11284</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11284</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Materi&#x00EB;le representatie opgetekend aan het Haagse Hof 1345-1425</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Veen</surname>
<given-names>Monique</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Afdeling Archeologie, Gemeente Den Haag</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021072</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Egmond</surname><given-names>Anne-Maria</given-names></name>
</person-group>
<source>Materi&#x00EB;le representatie opgetekend aan het Haagse Hof 1345-1425</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>472 pp.</page-range>
<isbn>9789087048556</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11284"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In 2020 verscheen <italic>Materi&#x00EB;le representatie opgetekend aan het Haagse Hof 1345-1425</italic>, de handelsversie van het proefschrift uit 2019 waarop Anne-Maria van Egmond promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Van Egmond richt zich op facetten van materi&#x00EB;le representatie die nog niet eerder of niet zo uitvoerig aan bod zijn gekomen. In haar (kunst)historische onderzoek staan de betekenis van luxe voorwerpen en afbeeldingen, de vervaardiging ervan, de organisatie rond het verkrijgen van de objecten en de financi&#x00EB;le administratie centraal. De monografie is opgedeeld in drie delen, elk voorzien van een inleiding waarin de auteur eerder onderzoek recht aandoet, de defini&#x00EB;ring van de gebruikte begrippen bediscussieert en de opzet van het deel uiteenzet.</p>
<p>In de periode 1345-1425 regeerden de graven van het Beierse huis over Holland, Zeeland en Henegouwen en het hertogdom Beieren-Straubing. Ze verbleven regelmatig en voor langere perioden op het Binnenhof. De representatie van de graaf op het Haagse hof werd onder meer zichtbaar in de inrichting en decoratie van de gebouwen, de kleding en sieraden van de vorst en zijn hofhouding, voorwerpen met liturgische betekenis en de aankleding van banketten met luxe vaatwerk en tafelstukken. Al deze onderwerpen en meer komen aan bod in dit boek.</p>
<p>In deel 1 gaat Van Egmond eerst in op de verbeelding in de hofkapel. De hofkapel van Floris <sc>v</sc> werd door Albrecht van Beieren in 1367 omgevormd tot een kapittelkerk waaraan twaalf geleerde kanunniken en een deken waren verbonden. Zij moesten dagelijks bidden voor het zielenheil van de grafelijke familie en vervulden functies in het grafelijk bestuur. Het aanzien van de hofkapel werd sterk vergroot door het kapittel en door een aantal relieken, die een geschenk waren van de Franse koning. De priv&#x00E9;kapel voor de grafelijke familie veranderde tegelijkertijd in een semiopenbaar gebouw, de parochiekerk voor de hele hofhouding. De inrichting van de kapel werd ingezet voor de verbeelding van de macht van de vorst. De tresoriersrekeningen wijzen er bijvoorbeeld op dat er een aantal houten gravenbeelden vervaardigd is dat de legitimiteit en dynastieke continu&#x00EF;teit van het bestuur benadrukte. Deze representatie van macht is ook zichtbaar op het rijk uitgevoerde grafmonument dat Albrecht van Beieren oprichtte voor zijn eerste vrouw, Margaretha von Brieg. Daarnaast plaatst Van Egmond het grafmonument en de gravenbeeldjes ook in hun religieuze context.</p>
<p>Van Egmond behandelt in deel 1 vervolgens de munten en zegels waarop de macht van de graaf werd verbeeld. Dergelijke voorwerpen deden uitstekend dienst als geschenken waarmee de adel banden met andere families kon aanhalen. Zo waren gouden munten met portretten erop bij uitstek geschikt als gift. Opvallend genoeg werd op veel munten niet de eigen beeltenis gebruikt, maar die van een vorst waaraan de legitieme dynastieke macht werd ontleend. Zo sloeg graaf Willem <sc>v</sc> van Holland munten waarop zijn leenheer, de Duitse keizer, werd afgebeeld, en sloeg Albrecht in zijn rol als ruwaard munten met het portret van Willem <sc>v</sc>. Ook de ge&#x00EF;llustreerde boeken en portretten van de graven op papier en perkament worden in dit deel behandeld. Voor zover is na te gaan, zijn de graven volgens Van Egmond zelden natuurgetrouw weergegeven. Wanneer de afbeelding bedoeld was voor een ruimer publiek, werden heraldische wapens gebruikt ter herkenning van de afgebeelde graaf. Een hilarisch voorbeeld daarvan is de schimpbrief uit 1419-1421 die handelt over de door Jan van Beieren geschonden belofte van betaling in ruil voor de door Jan <sc>iii</sc> van Nassau-Dillenburg verleende militaire ondersteuning. De brief is voorzien van een schandbeeld van Jan van Beieren die zijn zegelstempel op het achterste van een varken drukt.</p>
<p>Het geschreven bronnenmateriaal en de luxe objecten staan in deel 2 centraal. De belangrijkste bronnen zijn de rekeningen van de tresoriers waarin de aankopen werden verantwoord op basis van de administratie van de klerken. Dergelijke rekeningen zijn zowel overgeleverd uit beide residenties van de graaf, het Haagse hof en het Henegouwse hof, als uit het Beierse Straubing. Van Egmond is de eerste die vergelijkingen maakt tussen de structuur van deze verschillende administraties. Ze beargumenteert dat vanwege de compleetheid de Hollandse rekeningen het meest geschikt zijn voor een uitputtend onderzoek en de andere belangrijke aanvullingen geven. Het presenteren van nette kopie&#x00EB;n van de jaarrekeningen, die steeds verfijnder werden en zelfs door een externe verluchter werden versierd met illustraties, wordt gezien in het licht van het stijgende aanzien van de tresorier en het belang van de ceremonie van het afhoren van de jaarrekening waarbij de vorst en de belangrijkste edelen aanwezig waren. Daarnaast onderstreept de auteur het belang van de spaarzame boedelinventarissen. Er zijn maar enkele voorwerpen overgeleverd en nadere omschrijvingen van de objecten ontbreken veelal in de rekeningen. Van Egmond weet toch een beeld te schetsen van de luxe op het Haagse hof door te refereren aan vergelijkbare voorwerpen.</p>
<p>Met de behandeling van de organisatiestructuur en de logistiek van de verwerving van de objecten wordt in deel 3 een uitstapje gemaakt naar een andere bron: de hofordonnantie. Daarin werd per functie en rang vastgelegd met hoeveel paarden en knechten men zich op het hof mocht vertonen, welke en hoeveel kledingstof werd uitgereikt en wie er meeat op het hof of daarvoor een zeer ruime vergoeding kreeg. De kleuren en tekens op de kleding van de hovelingen maakten duidelijk tot welke hofhouding ze behoorden en welke rang ze daarbinnen hadden. Van Egmond toont dat er geen specifieke hovelingen verantwoordelijk waren voor de aankoop van luxe producten. Grafelijke instructies over het uiterlijk van dergelijke objecten ontbreken. Ook waren er geen ambachtslieden in vaste dienst die luxe voorwerpen maakten. Van een mecenaat van de graven was dus geen sprake. Veel dure aankopen werden onderweg tussen Henegouwen en Holland besteld en gekocht. Pas vanaf het eind van de veertiende eeuw, toen er minder tussen de residenties werd gereisd, gingen de ambachtslieden en kooplieden in de regio profiteren van het luxe consumptiepatroon van het Haagse hof.</p>
<p><italic>Materi&#x00EB;le representatie opgetekend aan het Haagse Hof 1345-1425</italic> is relevant voor iedereen met een meer dan oppervlakkige belangstelling voor het middeleeuwse Haagse hof. Daarnaast biedt deze publicatie handvatten voor onderzoekers die vergelijkbaar onderzoek willen gaan doen. Het is verrassend veelzijdig en prettig leesbaar, ook voor lezers zonder een kunsthistorische achtergrond.</p>
</body>
</article>