<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="research-article" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11117</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11117</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>&#x2018;Het vooruitzigt op zijn toekomstig geluk&#x2019;</article-title>
<subtitle>De benoeming van pages aan het hof van koning Lodewijk Napoleon als patronage-instrument (1806-1810)<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup></subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Gabri&#x00EB;ls</surname>
<given-names>Jos</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>4</issue>
<fpage>81</fpage>
<lpage>112</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11117"/>
<abstract>
<p>Door pages op te nemen in zijn hofhouding bood Lodewijk Napoleon, koning van Holland (1806-1810), jonge zoons van de elite de mogelijkheid zich in een hoofse omgeving voor te bereiden op een carri&#x00E8;re als legerofficier. Deze aloude junior functies waren gering in aantal en erg gezocht. Voor de koning vormden zij een van de middelen om zijn nieuw gecre&#x00EB;erde troon van legitimiteit te voorzien. Dit artikel bestudeert aan de hand van de pagebenoemingen de patronagerelatie tussen Lodewijk Napoleon en de vooraanstaande families in het koninkrijk. Een prosopografische analyse van de in totaal vijfentwintig pages laat zien hoe hij daarbij probeerde zo veel mogelijk geledingen binnen de verbrede en verbrokkelde elite recht te doen. Hoewel de korte duur van Lodewijks koningschap deze inspanningen uiteindelijk doorkruiste, blijkt de loyaliteit van de pages en hun families in veel gevallen zonder bezwaar te zijn overgegaan op het daaropvolgende keizerlijke bewind.</p>
<p>By admitting pages into his household, King of Holland Louis Bonaparte (1806-1810) allowed upper class adolescents to be groomed for military careers in a prestigious environment. These traditional junior court positions, few in number and eagerly coveted, constituted one of the King&#x2019;s instruments to bolster the legitimacy of his newly-created throne. This article examines royal patronage through the appointments of pages, considering Louis Bonaparte&#x2019;s policies as well as the response of the country&#x2019;s leading families. A prosopographical analysis of the total of twenty-five pages reveals how he sought to integrate as many sections of the kingdom&#x2019;s broadened and fragmented elite as possible. Although the King&#x2019;s efforts were eventually thwarted by the brevity of his reign, the allegiance of both the pages and their families proved in many cases to have been easily transferred to the succeeding imperial regime.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<sec id="s1">
<title>Inleiding</title>
<p>Van diep in de middeleeuwen tot ver in de negentiende eeuw dienden er pages aan Europese vorstenhoven. Dit waren jongens die hier op jonge leeftijd door hun aristocratische families waren ondergebracht om in een ceremonieel-dienende functie vertrouwd te raken met de hoofse omgangsvormen en om er een opleiding te genieten die hen voorbereidde op een loopbaan ten paleize of in het leger. Dit instituut is in de internationale historiografie niet onopgemerkt gebleven. Vooral de pages aan de hoven van Versailles en Wenen waren eind negentiende en begin twintigste eeuw onderwerp van enkele monografie&#x00EB;n van beschrijvende aard.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> In de afgelopen decennia bracht de bloei van de <italic>Hofforschung</italic> eveneens de <italic>Edelknaben</italic> aan kleinere Duitse hoven in beeld.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Ook in de Noordelijke Nederlanden &#x2013; hoewel twee eeuwen lang een republiek &#x2013; waren pages een bekend fenomeen. Als vorsten zonder soevereiniteit hadden zowel de Hollandse als de Friese stadhouders adellijke knapen in hun entourage. De aandacht van Nederlandse historici wisten zij overigens slechts incidenteel en dan nog zijdelings te trekken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> Dit geldt <italic>a fortiori</italic> voor de vroege negentiende eeuw, toen met de vestiging van een heuse monarchie, eerst onder de Bonapartes en daarna onder de Oranjes, opnieuw junior paleisdienaren aan de opeenvolgende hoven werden verbonden.</p>
<p>Met de <italic>pagerie</italic> werd in 1806 een eeuwenoud instituut geherintroduceerd dat met behoud van de oude vormen van het ancien r&#x00E9;gime aan een nieuwe, postrevolutionaire context was aangepast. Daarbij gaat het niet zozeer om de ceremoni&#x00EB;le taken van de pages of hun opleiding en vorming ten paleize, die in hoofdzaak ongewijzigd bleven, als wel om de functie die de toedeling van deze posten vervulde in de communicatie en interactie tussen de koning en de nationale elite. Om macht te kunnen uitoefenen diende een monarch de eerste families van het land rondom zijn troon te verzamelen en aan zich te verplichten. Zeker voor Lodewijk Napoleon, de opgedrongen buitenlandse vorst van een tot monarchie omgevormde republiek, was hun steun van groot belang. Hiertoe stonden de koning tal van patronagemiddelen ter beschikking, zoals adelsverheffingen, ridderorden en schenkingen in geld of grond. Van eminent belang was het vergeven van staatsambten, officiersrangen en hoffuncties. Voor de bestudering van deze clientela-relatie tussen vorst en elite in het transitietijdvak zijn de pagebenoemingen van Lodewijk Napoleon bij uitstek geschikt.</p>
<p>Door het korte bestaan van Lodewijks koninkrijk en de bescheiden omvang van zijn hofhouding bleef het aantal voor begiftiging in aanmerking komende ceremoni&#x00EB;le paleisfuncties gering. Zo benoemde de koning tijdens zijn vierjarig bewind slechts achttien ordinaris kamerheren, vijftien ordinaris stalmeesters en vijf paleisprefecten, waarbij bovendien sprake was van enkele personele overlappingen. Wat getal en taak betreft lijken de vijfentwintig pageplaatsen die tussen 1806 en 1810 werden verdeeld vergelijkbaar met deze functies. Maar de verschillen waren groter. De pages werden op jeugdige leeftijd aangesteld om te worden opgeleid, niet voor een hofambt, maar voor een officierscarri&#x00E8;re; hun verblijf in Lodewijks omgeving bleef zodoende reglementair tot gemiddeld twee jaar beperkt. Het belangrijkste verschil met de kamerheren, stalmeesters en paleisprefecten was echter dat deze jongens niet werden geselecteerd op grond van hun individuele geschiktheid, maar louter om het milieu waaruit zij afkomstig waren. Onderzoek naar hun aanstellingen fungeert hier dus niet alleen als <italic>pars pro toto</italic> voor de vergeving van hoffuncties, maar toont die vergeving bovendien in haar zuiverste vorm. Ook wat de bronnen betreft lenen de pagebenoemingen zich beter voor de bestudering van Lodewijks patronagebeleid dan de toedeling van de drie genoemde paleisambten. Voor de junior posten zijn namelijk beredeneerde lijsten van de sollicitanten voorhanden, met informatie over zowel de benoemden als de niet-benoemden, waardoor het mogelijk is een scherper beeld te krijgen van de door het hof gehanteerde selectieoverwegingen.</p>
<fig id="fg001">
<caption><p>Lodewijk Napoleon, koning van Holland (1778-1846). Schilderij van Charles Howard Hodges uit 1808. &#x00A9; Frans Hals Museum, Haarlem, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/archive/4/48/20190329020209%211778_Louis_Napoleon.jpg">https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/archive/4/48/20190329020209%211778_Louis_Napoleon.jpg</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.11117_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>De kern van het onderzoek vormt een prosopografische analyse van alle vijfentwintig pages die tussen juni 1806 en juli 1810 aan het hof van Lodewijk Napoleon waren verbonden. De hiervoor verzamelde persoonsgegevens zijn rubrieksgewijs weergegeven in de Appendix (pp. 108-112), waar ook de gedrukte en archivalische bronnen worden genoemd waaraan de informatie is ontleend. Deze collectief-biografische reconstructie bracht tal van onderlinge overeenkomsten aan het licht met betrekking tot de aanstellings- en vertrekleeftijd, het carri&#x00E8;reverloop en vooral de familieachtergrond, maar het zou onbevredigend zijn het onderzoek naar de pagebenoemingen tot de uiterlijke groepskenmerken te beperken. Daarom zal hierna &#x2013; indien de bronnen voorhanden zijn &#x2013; zowel het perspectief van de koning als dat van de aspirant-pages en hun ouders aan bod komen. Hoe meende Lodewijk Napoleon dit patronage-instrument te gebruiken ter ondersteuning van zijn bewind, en welke overwegingen speelden een rol bij families en kandidaten&#x003F; Aan de hand van correspondenties en lijsten van sollicitanten kan aan de extrapolaties op grond van het prosopografisch materiaal een persoonlijker gezicht worden gegeven. Ook het geringe aantal pages maakt het mogelijk om, naast de groepskarakteristiek, het individuele standpunt te belichten.</p>
<p>De opzet van het artikel is als volgt. Aangezien Lodewijks koningschap en het bijbehorende <italic>Maison</italic> naar napoleontisch model waren aangepast aan de nieuwe tijd, wordt eerst uiteengezet in welk opzicht de napoleontische praktijk met betrekking tot de pages verschilde van de prerevolutionaire situatie. Aansluitend zal aan de hand van de hofreglementen kort worden beschreven aan welke eisen Lodewijks jeugdige dienaren moesten voldoen en hoe hun leven eruitzag. Vervolgens komt aan bod hoe door sollicitatie en recommandatie de schaarse pageplaatsen konden worden bemachtigd, met bijzondere aandacht voor de bepalende rol van professionele contacten en verwantschapsrelaties. Welke families, verdeeld over de onderscheiden geledingen binnen de nationale elite, uiteindelijk een junior hoffunctie voor hun zoon ontvingen en zo mogelijk ook waarom, wordt daarna bekeken. Of de pageplaats enerzijds, zoals beoogd, de militaire loopbaan van de geselecteerden ten goede kwam, en of het nieuwe bewind zich hiermee anderzijds verzekerde van de steun van hun families zal tot slot ter sprake komen. De aandacht zal zich hierbij niet beperken tot de periode van Lodewijks koningschap en de inlijving bij Napoleons Keizerrijk. Door tevens een blik te werpen op het wedervaren van de ex-pages tijdens de daaropvolgende Oranjemonarchie kunnen de voor hun adolescentiejaren verworven inzichten binnen het bredere perspectief van het transitietijdperk worden geplaatst.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Hollandse pages naar Frans model</title>
<p>Nadat Napoleon in mei 1804 de monarchie in Frankrijk opnieuw tot leven had gewekt, begon hij met de vorming van een omvangrijke keizerlijke hofhouding. Zich graag spiegelend aan Versailles besloot hij dat daartoe ook pages behoorden. Toen de keizer hen in augustus 1805 herintroduceerde, kopieerde hij de prerevolutionaire situatie overigens niet exact.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> Terwijl er onder de Bourbon-koningen steeds tussen de 100 en 150 jeugdige hofdienaren waren geweest, stelde Napoleon hun aantal vast op minimaal 36 en maximaal 60; in de praktijk schommelde dit rond de 40.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> In tegenstelling tot Versailles, waar zij onder verschillende hofafdelingen ressorteerden, behoorden al Napoleons pages tot het departement van de opperstalmeester. Toch begeleidden zij de keizer en keizerin niet alleen wanneer dezen zich te paard of per koets verplaatsten. Ook in het paleis, bij de maaltijden, audi&#x00EB;nties en alle staats- en hofceremonie&#x00EB;n vervulden zij protocollaire taken, terwijl er eveneens een beroep op hen werd gedaan voor de jacht en gedurende militaire campagnes bij het hoofdkwartier te velde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup></p>
<p>Tijdens het ancien r&#x00E9;gime was de zorg voor de pages toevertrouwd aan een gouverneur. De jongens kregen onderricht op een speciale school met docenten voor de verschillende vakken; tevens beschikten zij over eigen personeel.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref></sup> Napoleon nam deze inrichting over.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref></sup> Hij was van mening dat het verblijf van de pages ten paleize er niet zozeer op moest zijn gericht om hun hoofse vaardigheden bij te brengen als wel om gekwalificeerde legerofficieren van hen te maken. Hun opleiding had daarom in hoge mate een militair karakter.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref></sup> Hierdoor stonden zij &#x2013; de vorstelijke ambiance buiten beschouwing gelaten &#x2013; de facto op gelijke voet met de cadetten aan de door Napoleon opgerichte militaire scholen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref></sup> Hun onderkomen, het <italic>H&#x00F4;tel des Pages</italic>, leek in menig opzicht op een kazerne. De post van gouverneur werd per definitie toevertrouwd aan een generaal. Bovendien kwamen velen van Napoleons pages uit een legermilieu, als zoons van hoge officieren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref></sup></p>
<p>Met de laatstvermelde constatering is tegelijk het grootste verschil met de situatie in Versailles genoemd. Families die voor de Revolutie naar een pageplaats voor hun zoons solliciteerden, moesten bij de hofgenealoog bewijzen dat hun familie al sinds 1550 onbetwistbaar tot de adel behoorde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref></sup> In het Keizerrijk was blauw bloed echter niet langer een vereiste. Meer families konden zodoende naar deze uiterst gewilde positie dingen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></sup> Napoleon, op zijn beurt, kon hierdoor kiezen uit een groter aantal gegadigden. Door hun zoons te benoemen kon hij hen belonen voor hun trouw en dienst aan zijn bewind en hen daarmee verder aan zich verplichten.</p>
<p>Het napoleontisch hofmodel werd door Lodewijk overgenomen, nadat hij op 5 juni 1806 door zijn broer op de troon van het nieuw gecre&#x00EB;erde Koninkrijk Holland was geplaatst.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref></sup> In oktober verscheen een <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal</italic>, waarin &#x2013; met inachtneming van de bescheidener omvang &#x2013; de artikelen van het keizerlijke hofreglement merendeels letterlijk werden overgenomen. Dit gold ook voor de bepalingen betreffende de pages.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn16">16</xref></sup> In Lodewijks hofhouding behoorden zij eveneens exclusief tot het departement van de opperstalmeester. Deze was verantwoordelijk voor de huisvesting, voeding, verzorging en het onderwijs van de jongens, alsmede voor de door hen in het paleis en daarbuiten te vervullen taken. De uitvoering van deze werkzaamheden kwam nominaal voor rekening van de gouverneur van de pages. Aan Lodewijks hof heeft deze functie echter maar anderhalf jaar bestaan, en vanaf 1808 werd zij gecombineerd met het opperstalmeesterschap. De onder-gouverneur had de dagelijkse leiding over de pages. Hij woonde bij hen, at met hen en zag erop toe dat zij zich naar behoren gedroegen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn17">17</xref></sup></p>
<fig id="fg002">
<caption><p>Generaal-majoor Auguste-Jean-Gabriel de Caulaincourt (1777-1812), opperstalmeester van koning Lodewijk Napoleon van juni 1806 tot december 1807. De pages behoorden tot zijn hofdepartement. Van september 1810 tot juli 1812 was hij gouverneur van de pages van keizer Napoleon. Gravure van Charles-Aim&#x00E9; Forestier uit 1818. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/4a/G%C3%A9n%C3%A9ral_Auguste_Jean_Gabriel_de_Caulaincourt.jpg">https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/4a/G%C3%A9n%C3%A9ral_Auguste_Jean_Gabriel_de_Caulaincourt.jpg</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.11117_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Evenals hun Franse tegenhangers hadden Lodewijks pages hun eigen onderkomen, waarin ook het hun ter beschikking staande dienstpersoneel was ondergebracht. In Den Haag waren dit vertrekken in Huis ten Bosch.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn18">18</xref></sup> Toen de koning eind oktober 1807 zijn residentie verplaatste naar Utrecht, hielden zij verblijf in het tot paleis omgevormde gebouwencomplex aan de Drift en de Wittevrouwenstraat.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn19">19</xref></sup> In Amsterdam, waar Lodewijk zich in april 1808 vestigde, werd het <italic>H&#x00F4;tel des Pages</italic> uiteindelijk gevestigd in een statig pand aan de Herengracht, halverwege de Leliegracht en de Herenstraat.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn20">20</xref></sup> Wanneer zij geen hofdienst verrichtten, volgden de pages hier lessen van een negental deskundige docenten. Naast algemeen vormende vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, Latijn, Frans, Engels en Duits werden hun ook hoofse vaardigheden als dans, tekenen en schoonschrijven onderwezen. Kennis van de wiskunde, vestingbouw en artillerie werd de jongens bijgebracht met het oog op hun toekomstige militaire carri&#x00E8;re. Om dezelfde reden moesten zij ook leren schermen, zwemmen en paardrijden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref></sup></p>
<p>De <italic>pagerie</italic> vormde een aanzienlijke kostenpost. Napoleon beweerde zelfs dat deze &#x2018;d&#x00E9;pense [&#x2026;] &#x00E9;tait la plus forte, peut-&#x00EA;tre, du palais&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref></sup> Ook de pages van koning Lodewijk drukten zwaar op de koninklijke begroting. Werd er in 1806 voor iedere jongen nog een jaarlijks bedrag van 1500 gulden uitgetrokken, twee jaar later was dit bedrag al verdubbeld.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref></sup> Van de ouders werd een bijdrage gevraagd in de vorm van een <italic>pension</italic> (jaargeld) van 350 gulden. Om ervoor te zorgen dat de pages op dezelfde wijze gekleed gingen, moest elk van hen bovendien &#x2013; volgens een gebruik dat al bestond in Versailles &#x2013; een zogeheten <italic>trousseau</italic> (uitzet) meebrengen, bestaande uit een groot aantal kledingstukken die in detail waren beschreven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref></sup> Voor de ouders betekende dit een kostbare aanschaf.</p>
<p>Vanzelfsprekend telde het Hollandse hof aanzienlijk minder pages dan het keizerlijke hof in Parijs, waarbij ook de hoge kosten een rol speelden. Zowel in de <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal</italic> van oktober 1806 als in de herziene versie van januari 1808 stelde Lodewijk hun aantal vast op een minimum van twaalf en een maximum van vierentwintig.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref></sup> Eind november 1806 vonden de eerste zeven benoemingen plaats, en met de aanstelling in januari 1807 van nog eens vijf pages was het minimumaantal bereikt. Toen er bij de tweede lichting, in januari 1808, meer jongens werden toegelaten dan er vertrokken, liep hun aantal plots op tot zeventien om vervolgens geleidelijk te slinken tot veertien. Om kosten te besparen verordonneerde de koning eind december 1808 een blijvende vermindering tot twaalf pages. Dit aantal werd pas in augustus 1809 bereikt en bleef tot het einde van het koninkrijk gehandhaafd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn26">26</xref></sup> In totaal zouden er tijdens Lodewijks vierjarige bewind vijfentwintig pages aan zijn <italic>Maison</italic> verbonden zijn. Hun namen en relevante basisgegevens zijn weergegeven in de Appendix. Hierin is aan elk van hen een persoonsnummer toegekend, waarnaar de hierna binnen teksthaken weergegeven cijfers verwijzen.</p>
<p>Een page diende aan minimale eisen te voldoen. In de <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal</italic> was slechts vastgelegd dat &#x2018;tous ceux pr&#x00E9;sent&#x00E9;s doivent avoir l&#x2019;instruction dont sont susceptibles des jeunes gens de leur &#x00E2;ge, et &#x00EA;tre bien conform&#x00E9;s&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn27">27</xref></sup> Daarnaast golden er leeftijdscriteria. Uit het napoleontische hofreglement nam koning Lodewijk de intreeleeftijd van veertien &#x00E0; zestien jaar over, zonder hieraan overigens strikt de hand te houden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn28">28</xref></sup> Van de vijfentwintig pages die tussen 1806 en 1810 aan het Hollandse hof dienden, hadden er maar liefst negen op het moment van aanstelling niet de vereiste minimumleeftijd (zie Appendix). De meesten van hen waren tussen de twaalf en veertien. E&#x00E9;n van hen, Ernest VerHuell [8], het zoontje van een lid van het Departementaal Bestuur van Gelderland, was bij zijn benoeming amper negenenhalf jaar oud. In dankbrieven uitten zijn ouders hun vreugde over &#x2018;de bijzondere eer&#x2019; die hun zoon ten deel was gevallen en het hierdoor geboden &#x2018;vooruitzigt op zijn toekomstig geluk&#x2019;. Maar tegelijkertijd klinkt hierin ook grote bezorgdheid door om het jongetje vanwege zijn &#x2018;weinig geavanceerde jaaren&#x2019; en &#x2018;extreme verlegenheid&#x2019; vanuit zijn woonplaats Doesburg naar Den Haag te laten vertrekken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn29">29</xref></sup></p>
<p>Ernest VerHuell behoorde tot de eerste lichting pages, en kennelijk had men uit zijn geval lering getrokken. Toen bijvoorbeeld oud-luitenant-kolonel Willem de Vaynes van Brakell, de recent weduwnaar geworden vader van negen kinderen, in 1809 om een pageplaats voor &#x00E9;&#x00E9;n van zijn zoons verzocht, werd dit afgewezen omdat deze met zijn acht jaren &#x2018;te jong&#x2019; (&#x2018;en bas &#x00E2;ge&#x2019;) werd bevonden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn30">30</xref></sup> Te oude kandidaten werden eveneens voorgedragen. De uiterste vertrekleeftijd was reglementair vastgesteld op achttien jaar, dus toen staatsraad Dirk van Hogendorp de koning vroeg om een zoon met die leeftijd te begunstigen, kreeg hij als antwoord: &#x2018;Votre fils n&#x2019;est pas assez jeune pour &#x00EA;tre page. Mais je l&#x2019;admets volontiers &#x00E0; l&#x2019;&#x00E9;tat-major g&#x00E9;n&#x00E9;ral de l&#x2019;arm&#x00E9;e, comme officier d&#x2019;ordonnance&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn31">31</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Sollicitaties en recommandaties</title>
<p>Dit antwoord van de koning aan Van Hogendorp onderstreept indirect dat het pageschap de opstap vormde naar een militaire carri&#x00E8;re. Ook in het Koninkrijk Holland stond deze aanstelling aan het hof op gelijke voet met een plaats als cadet op de Koninklijke Militaire School. Zo waren de formele intreeleeftijd van veertien jaar en de vertrekleeftijd van achttien jaar gelijk, leverden de ouders een bijdrage in de vorm van een <italic>pension</italic> en een <italic>trousseau</italic>, en kwamen de gedoceerde vakken nagenoeg overeen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn32">32</xref></sup> Pageplaatsen genoten evenwel de voorkeur. Deze golden door hun beperkte aantal als exclusiever, door het veel lagere jaargeld als goedkoper, en door het verblijf en de dienst ten paleize als prestigieuzer. Dat het pageschap voorbereidde op een officierscarri&#x00E8;re, kon voor sommige ouders overigens een reden zijn hun zoon hier juist van af te houden, zoals in het geval van Pieter Isaac van Schinne [18] en Johan Herman van Goltstein [21]. Elk van hen wist zijn zin echter, &#x2018;quoique contre les v&#x0153;ux de sa famille&#x2019;, door te drijven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn33">33</xref></sup> Eenzelfde ambitie verraadt het feit dat ten minste vijf pages al aan een militaire opleiding waren begonnen voordat hun deze hoffunctie te beurt viel.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn34">34</xref></sup></p>
<p>Naar een pageplaats moest men solliciteren bij de koning, op dezelfde wijze als gebruikelijk was voor overheidsfuncties. Dit kon op verschillende manieren gebeuren. De formele wijze was het indienen van een schriftelijk rekest, wat in feite neerkwam op een open sollicitatie. Uiteraard deden de jongens dit niet zelf, maar werd een dergelijke aanbeveling voor hen geschreven door vaders, voogden of verwanten. Verder kon een aspirant-page door hen ook persoonlijk worden aanbevolen, niet zozeer tijdens een audi&#x00EB;ntie bij de koning zelf, als wel door zich te wenden tot een invloedrijk persoon die toegang tot hem had. Als vreemdeling leunde Lodewijk Napoleon namelijk, zeker aan het begin van zijn bewind, in sterke mate op de adviezen van zijn naaste omgeving. Zo kreeg vice-admiraal Carel Hendrik VerHuell, die de overgang van Bataafse Gemenebest naar Koninkrijk Holland leidde, al binnen een week na de proclamatie van Lodewijk tot koning kolonel Van Lawick van Pabst op bezoek, die hem vroeg zijn zoon aan een pageplaats te helpen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn35">35</xref></sup> En een goed ge&#x00EF;nformeerde paleisemploy&#x00E9; maakt melding van een dame die om dezelfde reden de recommandatie zocht van eerste kamerheer Andries baron van Pallandt tot Eerde. Weliswaar kon zij deze hofdignitaris niet uitstaan, &#x2018;mais elle a un fils qu&#x2019;elle voudrait voir aux pages, et M. le chambellan a la clef des faveurs du jour&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn36">36</xref></sup></p>
<fig id="fg003">
<caption><p>Vice-admiraal Carel Hendrik VerHuell (1764-1845), minister van Marine van koning Lodewijk Napoleon. Hij leidde in 1806 de overgang van het Bataafse bewind naar het koninkrijk Holland en zorgde er in november van dat jaar voor dat zijn neefje Ernest VerHuell tot de eerste lichting pages behoorde. Schilderij van Louis-Andr&#x00E9;-Gabriel Bouchet uit 1824. &#x00A9; Ch&#x00E2;teau de Versailles, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/4f/Charles_Henri_Ver-Huell_%281764-1845%29.jpg">https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/4f/Charles_Henri_Ver-Huell_%281764-1845%29.jpg</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.11117_fig3.jpg"/>
</fig>
<p>Inderdaad, ondanks de voortschrijdende bureaucratisering en professionalisering van de napoleontische staat bleven bij sollicitaties de &#x2018;circuits de la faveur&#x2019; van groot belang.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn37">37</xref></sup> Het toont niet zozeer de hardnekkigheid als wel de noodzakelijkheid van prerevolutionaire praktijken zoals cli&#x00EB;ntelisme en nepotisme bij het bevorderen van carri&#x00E8;res. De Franse historicus Aur&#x00E9;lien Lignereux heeft er recentelijk op gewezen dat recommandaties door beschermheren met invloed en aanzien tevens dienden als waarborg. Hun aanbevelingen moesten de overheid zekerheid bieden dat de geselecteerden afkomstig waren uit passende maatschappelijke milieus en zich in de toekomst als politiek betrouwbare dienaren van het regime zouden gedragen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn38">38</xref></sup> Volgens Lignereux impliceert deze rekruteringswijze dat een sollicitant niet in de eerste plaats werd beoordeeld op zijn individuele talenten &#x2013; waarover aan het begin van een carri&#x00E8;re trouwens nog weinig viel te zeggen &#x2013; maar veeleer als &#x2018;l&#x2019;h&#x00E9;ritier d&#x2019;un patrimoine relationnel&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn39">39</xref></sup> Voor de jongens die een pageplaats aan Lodewijks hof ambieerden, gold dit des te meer. Gegeven hun jeugdige leeftijd speelde persoonlijke geschiktheid bij hun selectie hoegenaamd geen rol, maar werden zij louter gekozen op grond van parentage en patronage. Pagebenoemingen waren instrumenteel van aard: de koning begunstigde niet een zoon, maar diens familie.</p>
<p>Sollicitanten die zich door een verwant in de directe nabijheid van de koning konden laten recommanderen, bevonden zich daarom in de gunstigste positie. Voor hen was een externe pleitbezorger niet nodig. Dit gold bovenal voor de drie uit Frankrijk afkomstige pages. Jean-Alexandre Le Pays de Bourjolly [11] was een verre verwant van koningin Hortense de Beauharnais. Van de twee overigen, Hyacinthe d&#x2019;Arcy [1] en Guillaume Duranty [3], waren de tantes &#x2013; dat wil zeggen de zusters van hun moeder &#x2013; respectievelijk gouvernante en onder-gouvernante van de koninklijke kinderen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn40">40</xref></sup> Verder hadden nog minstens vier andere pages hun post te danken aan een familieband met een hofdignitaris: de vader van Tjalling van Asbeck [13] was paleisprefect en die van Maurits van Lamsweerde [14] intendant-generaal van &#x2019;s Konings Huis.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn41">41</xref></sup> Joachim Rendorp [17] werd gerecommandeerd door zijn verre familielid, stalmeester Jan Bernd Bicker.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn42">42</xref></sup> En Pieter Isaac van Schinne [18] had een oom, Gerard Brantsen van de Zyp, die kamerheer was.</p>
<p>Verwanten in hoge bestuursfuncties konden eveneens helpen om kandidaten aan te bevelen bij de koning. Zo zorgde de eerdergenoemde minister van Marine, Carel Hendrik VerHuell, ervoor dat zijn piepjonge neefje Ernest [8] tot de eerste lichting pages behoorde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn43">43</xref></sup> Op gelijke wijze bevorderde de vicepresident van de Staatsraad, Jacob Jan Cambier, de aanstelling van zijn <italic>neveu</italic> Paul Quirin Hoeufft [22].<sup><xref ref-type="fn" rid="fn44">44</xref></sup> De benoeming van Johan Herman van Goltstein [21] gebeurde op voorspraak van diens achterneef, de eveneens rooms-katholieke Alexander baron van Hugenpoth tot Aerdt, minister van Justitie en Politie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn45">45</xref></sup> Voor de pageplaats van Joachim Sandra [7] zal zijn stiefvader, de Staatsraad Gerrit Jan Jacobson, zich hebben ingespannen. Ook bij andere benoemingen lijken familieconnecties een rol te hebben gespeeld. De Appendix geeft hiervan een overzicht.</p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Een representatieve selectie</title>
<p>Overal in het <italic>Grand Empire</italic> waar het Franse bestuursmodel ingang had gevonden, geschiedde de selectie van overheidsfunctionarissen aan de hand van lijsten, waarin de relevante informatie over de sollicitanten rubrieksgewijs was samengebracht.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn46">46</xref></sup> Bij de keuze van pages tijdens het Koninkrijk Holland was hiervan eveneens sprake. Aan de voor hen ingediende rekesten en verzoeken ontleende de hofadministratie de volgende gegevens: de naam en de leeftijd van de voorgedragen jongens, de status en regionale herkomst van hun familie, en het beroep of de maatschappelijke positie van de vader. Indien van toepassing werd ook de naam vermeld van degene die de kandidaat recommandeerde, terwijl vele vaders bovendien het grote aantal kinderen noemden waarvoor zij zorg moesten dragen (&#x2018;charg&#x00E9; de plusieurs enfants&#x2019;), om daarmee de sollicitatie kracht bij te zetten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn47">47</xref></sup></p>
<p>Voor de aspirant-pages van koning Lodewijk zijn drie van dergelijke lijsten bewaard gebleven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn48">48</xref></sup> Deze hebben betrekking op de tweede lichting van januari 1808 en de derde lichting van september en oktober 1809, toen er respectievelijk zeven en zes pages een aanstelling kregen (zie Appendix). De overige twintig in deze lijsten vermelde kandidaten moesten worden teleurgesteld. Een pageplaats aan het hof van Lodewijk Napoleon was immers een schaarstegoed. Aangezien er slechts een twaalftal junior paleisfuncties te vergeven waren, die niet vaak vrijkwamen, boden deze de koning slechts beperkte patronagemogelijkheden. Een zorgvuldige selectie was daarom gewenst.</p>
<fig id="fg004">
<caption><p>&#x00C9;tat nominatif des sujets pr&#x00E9;sent&#x00E9;s &#x00E0; Sa Majest&#x00E9; par le Grand &#x00C9;cuyer pour &#x00EA;tre nomm&#x00E9;s aux deux [sic] emplois qui sont vacants dans l&#x2019;H&#x00F4;tel de M.M. les Pages, gedeelte van pagina 2. Circa januari 1808 (<sc>an, aclb, af iv</sc> 1831, inv.nr. 141). &#x00A9; Foto: Ineke Huysman.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.11117_fig4.jpg"/>
</fig>
<p>Zoals bij alle overheidsbetrekkingen in het Koninkrijk Holland die een clientela-oogmerk moesten dienen, was het van belang hierin zo veel mogelijk geledingen binnen de elite te laten meedelen. Na elf jaar van Bataafse moderniserings- en emancipatie-initiatieven had de bovenlaag haar oude aristocratische homogeniteit verloren. Tal van nieuwe groeperingen hadden de weg naar macht en welvaart gevonden en op grond hiervan toegang gekregen tot de politieke en maatschappelijke elite. In sociaal-economisch, politiek, religieus en geografisch opzicht vertoonde de leidende klasse hierdoor grote diversiteit.</p>
<p>De representatieve selectie werd evenwel door twee omstandigheden vergemakkelijkt. Allereerst overlapten de geledingen binnen de elite elkaar, waardoor het mogelijk werd twee of zelfs drie vliegen in &#x00E9;&#x00E9;n klap te slaan. Verder was het een groot voordeel dat de hoeveelheid sollicitanten het beperkte aantal pageplaatsen ruimschoots overtrof, waardoor er een werkelijke keuze kon worden gemaakt. De toedeling van de junior hoffuncties stond hiermee in schril contrast tot die van andere ceremoni&#x00EB;le betrekkingen ten paleize, zoals kamerheer, stalmeester en paleisprefect. Hiervoor waren, zeker tijdens de eerste maanden van Lodewijks koningschap, veel moeilijker kandidaten te vinden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn49">49</xref></sup></p>
<p>De drie overgeleverde lijsten bieden weliswaar een ruimer inzicht in het benoemingsbeleid met betrekking tot Lodewijks pages, maar een volledig beeld daarvan geven ze niet. Zij tonen hoofdzakelijk de formele, bureaucratische kant van het aanstellingsproces. Achter deze keurig gerubriceerde overzichten gaat namelijk een informele wekelijkheid schuil van niet of nauwelijks gedocumenteerde contacten, van gekuip en gekonkel, van beloften en vleierij, van <italic>quid pro quo</italic>.</p>
<sec id="s4a">
<title>Geografische herkomst</title>
<p>Juist omdat de belangstelling voor het geringe aantal pageplaatsen zo groot was, is het opmerkelijk dat de koning bij zijn aantreden maar liefst drie van de twaalf posten aan Franse jongens gaf en niet aan zoons van de nationale elite. Zoals vermeld ging het hierbij om verwanten van uit Parijs meegekomen hofpersoneel. Kennelijk woog hun begunstiging even zwaar als het voor zich winnen van de eerste families in het Koninkrijk Holland. In dit verband zij er op gewezen dat Lodewijks verwanten op andere Europese tronen eveneens Franse pages in dienst hadden.</p>
<p>Een buitenlands element vertegenwoordigde verder Maximiliaan von B&#x00F6;nninghausen [2], telg uit een Westfaals adelsgeslacht met bezittingen in Overijssel, wiens vader en voorvaderen hoge legerofficieren in dienst van de prins-bisschop van M&#x00FC;nster waren geweest. De vader van Holmberg de Beckfelt [10] was afkomstig uit Zweden. Opvallend is het ontbreken van pages uit Oost-Friesland, nadat dit gebied op 30 januari 1808 aan het Koninkrijk Holland was toegevoegd. In een doelbewuste poging de elite van dit nieuwe departement te integreren en aan zich te verbinden, had Lodewijk Napoleon namelijk meteen na de annexatie wel andere hoge functies aan zijn hof en in het staatsbestuur aan Oost-Friese edelen toebedeeld.</p>
<p>De overige departementen van het koninkrijk waren trouwens evenmin evenredig vertegenwoordigd onder Lodewijks pages. Zeeuwen, Brabanders, Drenten en Groningers ontbraken, hoewel er voor deze posten ook onder hen belangstelling bestond. Staatraad Gustaaf Willem van Imhoff solliciteerde bijvoorbeeld in 1809 voor zijn zoon, maar ondanks de aantekening &#x2018;d&#x2019;une famille distingu&#x00E9;e de la Groningue&#x2019; werd dit verzoek niet gehonoreerd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn50">50</xref></sup> En Joan Carel Gideon van der Brugghen van Croy, een adellijke grootgrondbezitter uit de omgeving van Helmond en kwartierdrost van Eindhoven, droeg in 1808 met even weinig succes zijn zoon voor.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn51">51</xref></sup> Verder weerspiegelt de geografische herkomst van de pages grosso modo de al uit het ancien r&#x00E9;gime bekende tweedeling binnen de nationale elite: regentenzonen uit de grote Hollandse steden &#x2013; Haarlem [5, 20, 22], Rotterdam [4, 18] en Amsterdam [17] &#x2013; enerzijds en jonkers uit de landadel van Gelderland [6, 14, 21], Overijssel [2, 23], Utrecht [12] en Friesland [13] anderzijds. Daarnaast waren er telgen uit militaire geslachten, die door de aan hun beroep inherente mobiliteit moeilijk tot &#x00E9;&#x00E9;n plaats van herkomst zijn te herleiden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn52">52</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s4b">
<title>Stand en religie</title>
<p>Uit deze observaties blijkt al dat de pageplaatsen aan Lodewijks hof niet, zoals tijdens het ancien r&#x00E9;gime, waren voorbehouden aan adellijke jongens. In het napoleontische hofmodel was van dit alleenrecht geen sprake meer. Vanaf het begin van zijn bewind streefde Napoleon in maatschappelijk opzicht naar een <italic>fusion des elites</italic>, zodat in Frankrijk zowel de oude als de nieuwe families in de paleisfuncties meedeelden. Hierbij past overigens wel de kanttekening dat hij er als keizer steeds meer toe neigde de glans en het aanzien van zijn hof te vergroten door hieraan telgen uit oude adelsgeslachten te verbinden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn53">53</xref></sup> Koning Lodewijk deelde zijn broers voorkeur.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn54">54</xref></sup> Weliswaar begreep hij al snel dat dat de edelen in zijn koninkrijk, &#x2018;qui portent les titres de comtes ou de barons, et qui cependant n&#x2019;ont ni comt&#x00E9;s ni baronnies&#x2019;, zich in rang noch rijkdom konden meten met hun Franse standgenoten, maar hij ontzag hun &#x2018;amour-propre&#x2019; en &#x2018;gloriole&#x2019; en verbond hen graag aan zijn troon.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn55">55</xref></sup> Behalve de drie Fransen hadden nog elf andere jongens blauw bloed, zodat meer dan de helft van Lodewijks pages letterlijk uit <italic>Edelknaben</italic> bestond.</p>
<p>Onder hen vertegenwoordigden de graaf Van Limburg Stirum [15] en de baronnen Van Tuyll van Serooskerken [12] en Snouckaert van Schauburg [19] de vooraanstaande calvinistische adelsfamilies van voor de Bataafse omwenteling. Bij hen voegden zich de zoons van rooms-katholieke edelen die omwille van hun geloof tot begin 1795 uit de openbare functies waren geweerd, te weten de baronnen Von B&#x00F6;nninghausen [2], Van Asbeck [13], Van Lamsweerde [14], Van Goltstein [21] en Knoppert [23]. Uit de talloze overgeleverde lijsten van benoembare rooms-katholieken blijkt Lodewijk Napoleons bewuste streven zijn geloofsgenoten zowel hoge staatsambten als hoffuncties toe te delen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn56">56</xref></sup> Niettemin bleven zij overal in de minderheid, mede omdat de koning probeerde de gevoelens van de calvinistische meerderheid te ontzien.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn57">57</xref></sup> Samen met de drie Fransen waren de vijf genoemde edelen de enige katholieke pages. De anderen waren Nederduits of Waals gereformeerd. Alleen de zoon van de recentelijk in de Zweedse adel opgenomen gelukszoeker Holmberg de Beckfelt [10] was luthers.</p>
<p>Ook de overige pages kwamen vrijwel allen uit aristocratische, zij het niet-geadelde geslachten. De families Gevers [4], Donker van der Hoff [5], Sandra [7], Rendorp [17], Van Schinne [18], Druyvesteyn [20] en Hoeufft [22] behoorden tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden tot het regentenpatriciaat in stemhebbende steden van het gewest Holland. Op vergelijkbare wijze hadden de vaders van Ernest VerHuell [8] en Charles Nepveu [16] voor 1795 functies bekleed in respectievelijk Doesburg en Utrecht. De pages Van Neukirchen genaamd Nyvenheim [6], Guichenon de Chastillon [9], Van Limburg Stirum [15], Snouckaert van Schauburg [19], Van Kretschmar [24] en Storm de Grave [25] kwamen uit geslachten van vele generaties legerofficieren. Overigens dient hierbij te worden opgemerkt dat bijna de helft van Lodewijks jeugdige hofdienaren een vader had die een militaire rang bekleedde of deze voor 1795 had bekleed.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn58">58</xref></sup> In &#x00E9;&#x00E9;n geval wordt uit de lijsten van aspirant-pages duidelijk waar bij de adviseurs van de koning, wat stand en status betreft, de ondergrens lag. Aan het verzoek van Pieter Lambertus Thomas Ellinckhuysen, een vermogende rooms-katholieke wijnhandelaar uit Rotterdam, is namelijk de opmerking toegevoegd: &#x2018;Le genre de n&#x00E9;goce du p&#x00E8;re s&#x2019;oppose &#x00E0; l&#x2019;admission du fils&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn59">59</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s4c">
<title>Welstand</title>
<p>Een adellijke en patricische afkomst impliceerde in de meeste gevallen een welstand, die de ouders in staat stelde de aan een pageplaats verbonden kosten zonder moeite op te brengen. De vaders van Van B&#x00F6;nninghausen [2] en Van Asbeck [13] waren bijvoorbeeld zeer vermogende grootgrondbezitters,<sup><xref ref-type="fn" rid="fn60">60</xref></sup> Adriaan van Heteren Gevers [4] had al bij zijn geboorte een fortuin ge&#x00EB;rfd, terwijl de voorvaderen van Holmberg de Beckfelt [10] en Nepveu [16] hun kapitaal in respectievelijk Oost-Indi&#x00EB; en Suriname hadden vergaard.</p>
<p>Er dongen echter ook families naar een pageplaats voor hun zoons waarvan bekend was dat zij deze financi&#x00EB;le last niet konden dragen. In de bewaard gebleven lijsten heeft de opperstalmeester bij twee sollicitanten aangetekend dat hun vader, in beide gevallen officier in het Koninklijke Leger, &#x2018;ne peut pas payer le trousseau de celui qu&#x2019;il propose&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn61">61</xref></sup> Terwijl dit tweetal begrijpelijkerwijs niet werd benoemd, gebeurde dit wel met Zacharias Guichenon de Chastillon [9], het enige kind van een voormalige majoor der genie. Na in het najaar van 1806 op vijftienjarige leeftijd wees te zijn geworden was zijn financi&#x00EB;le situatie waarschijnlijk van alle kandidaten het minst riant. Op wiens voorspraak hij vervolgens in januari 1807 toch een junior hoffunctie ontving, is onbekend. Wel lijkt zeker dat Lodewijk Napoleon, op dezelfde wijze als hij de studie van mingefortuneerde cadetten aan de Militaire School betaalde, Guichenons persoonlijke kosten voor zijn rekening heeft genomen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn62">62</xref></sup> Ook in dit opzicht zal de koning het voorbeeld hebben gevolgd van Napoleon. Deze had bepaald dat hijzelf voor minder vermogende families die hij aan zich wilde binden de pageplaats zou betalen en wel op zodanige wijze &#x2018;que le bienfait de Sa Majest&#x00E9; soit ignor&#x00E9; de leurs camarades et ma&#x00EE;tres&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn63">63</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s4d">
<title>Politieke gezindheid</title>
<p>Naast de sociale <italic>fusion des elites</italic> vormde ook het zogeheten <italic>amalgame</italic>, de samenwerking tussen voormalige politieke tegenstanders, een van de grondslagen van Napoleons bewind. Na zijn aantreden drong hij er daarom bij zijn Bataafse vazallen op aan de nationale eenheid en verzoening in hun land op gelijke wijze te bevorderen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn64">64</xref></sup> Het hier vanaf 1801 ingezette streven naar politieke samenwerking werd door koning Lodewijk vol overtuiging gesteund. Diens wens de oude partijtegenstelling tussen prinsgezinden enerzijds en patriotten en Bataven anderzijds te overstijgen kwam mede tot uitdrukking in zijn benoemingsbeleid, waardoor de vorst zich in politiek opzicht met &#x2018;een eclectisch gezelschap&#x2019; omringde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn65">65</xref></sup> Zoals de Appendix laat zien, was er ook bij de selectie van de pages sprake van een zekere spreiding over de tegenstanders van weleer.</p>
<p>Uitgesproken orangistische families waren onder Lodewijks pages sterk vertegenwoordigd. Tot deze categorie behoorden in de eerste plaats Van Tuyll van Serooskerken [12], Van Limburg Stirum [15], Snouckaert van Schauburg [19] en Van Kretschmar [24]. Hun verwanten hadden de stadhouder in zijn paleis of in zijn garde- en lijfregimenten gediend en hadden in 1795 ontslag gekregen of genomen. Holmberg de Beckfelt senior was de Oranjes toegedaan, omdat hij voor hen werkzaam was geweest als raadsheer in het Hof van Justitie en de Rekenkamer van hun graafschap Culemborg. Daarenboven zou Willem <sc>v</sc> hem in 1789 voor zijn adelsverheffing hebben aanbevolen bij de Zweedse koning.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn66">66</xref></sup> Wat het regentenpatriciaat betreft hadden de prinsgezinde vaders van de pages Van Heteren Gevers [4], VerHuell [8], Nepveu [16], Rendorp [17] en Van Schinne [18] als gevolg van de Bataafse omwenteling hun stedelijke bestuursfuncties verloren, waarna zij welbewust jarenlang buiten bediening bleven.</p>
<p>Aan de andere zijde van het politieke spectrum behoorde Gerrit Jan Jacobson, de stiefvader van Joachim Sandra [7], tot de radicale patriotten en Bataven. De vaders van Druyvesteyn [20] en Hoeufft [22] waren Haarlemse patriotten die voor de omwenteling van 1787 van zich hadden laten horen en in 1795 opnieuw op de voorgrond traden. De vaders van de vijf (niet-Franse) katholieke pages stonden in het algemeen ambivalent tegenover de Bataafse revolutie. Deze had hun weliswaar religieuze gelijkberechtiging gebracht, maar ook een formeel einde gemaakt aan hun standsonderscheid, terwijl de gebeurtenissen in Frankrijk hen deden vrezen voor hun (grond)bezit. De geboden kans onder het Bataafse bewind voor het eerst vertegenwoordigende en bestuurlijke functies te vervullen werd door de vaders van Von B&#x00F6;nninghausen [2] en Van Lamsweerde [14] meteen aangegrepen, maar werd alleen door laatstgenoemde blijvend benut. Afwijkend was het optreden van Van Asbeck senior. Deze rooms-katholieke Friese edelman diende als ritmeester in het stadhouderlijke lijfregiment Oranje-Friesland, week na de omwenteling aanvankelijk uit naar het buitenland en wilde pas onder koning Lodewijk een bestuurspost aanvaarden.</p>
<p>Tussen beide politieke uitersten bevonden zich pragmatici (of opportunisten), die in 1795 de oude Republiek onbezwaard hadden verruild voor haar Bataafse opvolger en deze met vergelijkbare ijver dienden. De prinsgezinde vader van Storm de Grave [25] behoort als militair tot deze categorie. Als kapitein der infanterie ging hij meteen van Staatse dienst over in Bataafse dienst, waar hij snel carri&#x00E8;re maakte. Zijn burgerlijke tegenhanger is Donker van der Hoff senior die, hoewel een Oranjeklant, zijn bestuurlijke en juridische betrekkingen in Haarlem eveneens zonder onderbreking voortzette.</p>
</sec>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Hors de page</title>
<p>De uiterste vertrekleeftijd voor Lodewijks pages was weliswaar reglementair vastgesteld op achttien jaar, maar evenals met de intreeleeftijd werd hiervan nogal eens afgeweken.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn67">67</xref></sup> Slechts drie van de dertien jonge paleisdienaren die voor het einde van het koninkrijk het hof verlieten, waren inderdaad zo oud. De overigen telden zestien of zeventien jaren (zie Appendix). Twee pages, Joachim Sandra [7] en Th&#x00E9;odore Donker van der Hoff [5], vertrokken zelfs al op respectievelijk veertien- en vijftienjarige leeftijd. Kennelijk voldeed hun positie aan het hof niet aan hun verwachting &#x00F3;f voldeden zij niet aan de verwachting van het hof. Sandra ging rechten studeren en vestigde zich daarna als advocaat in Amsterdam. Donker van der Hoff verruilde zijn paleisbetrekking voor een post als adjunct-secretaris bij de administratie van de Posterijen, waar zijn vader zitting had in het bestuur. Voor de overige elf jongens lag <italic>hors de page</italic> een militaire loopbaan in het verschiet. Naar Frans voorbeeld bepaalde de <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal</italic> dat de pages bij vertrek &#x2013; evenals een cadet die de Militaire School verliet &#x2013; de rang zouden ontvangen van tweede luitenant in het Koninklijke Leger.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn68">68</xref></sup> Daar kregen zij een aanstelling bij linieregimenten: zes van hen in de infanterie en vijf in de cavalerie (zie Appendix).</p>
<p>Toen begin juli 1810 een einde kwam aan zijn koningschap, had Lodewijk twaalf pages in dienst. Een van Napoleons eerste besluiten over de hofhouding van zijn broer had op hen betrekking. Na zich te hebben laten informeren over &#x2018;leur &#x00E2;ge, leur nom, leur famille, etc.&#x2019;, gaf hij op 24 juli opdracht hen &#x2018;sur-le-champ&#x2019; naar Parijs te sturen, waar zij werden opgenomen onder de keizerlijke pages.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn69">69</xref></sup> Of alle ouders met deze abrupte wijziging in het carri&#x00E8;reperspectief van hun zoons ingenomen zullen zijn geweest, is de vraag. Dienst aan het Hollandse hof van een opgedrongen buitenlandse monarch was immers iets geheel anders dan te dienen in Parijs, in het paleis van de &#x2018;overweldiger&#x2019; die aan de nationale zelfstandigheid pardoes een einde had gemaakt. Kon, met andere woorden, de erkentelijkheid voor de door koning Lodewijk bewezen gunsten automatisch worden overgedragen op keizer Napoleon&#x003F; Deze vraag laat zich helaas niet rechtstreeks beantwoorden, omdat hierover geen uitspraken van betrokkenen zijn overgeleverd. In het feit dat slechts &#x00E9;&#x00E9;n van de twaalf pages, namelijk de vijftienjarige Philip Snouckaert van Schauburg [19], al na vijf maanden naar huis terugkeerde, kan echter een aanwijzing worden gezien dat bijna alle naar Frankrijk overgebrachte jongens de carri&#x00E8;rekansen die de nieuwe situatie bood, wensten te benutten.</p>
<fig id="fg005">
<caption><p>Napoleon in de slag bij Wagram op 6 juli 1809. Een page, herkenbaar aan de rijkversierde linten op de linkerschouder, overhandigt Napoleon een stafkaart. Op zijn rug draagt hij de koker voor de keizerlijke verrekijker. Detail van een schilderij van Horace Vernet uit 1836. &#x00A9; Ch&#x00E2;teau de Versailles, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/9d/Napoleon_Wagram.jpg">https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/9d/Napoleon_Wagram.jpg</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.11117_fig5.jpg"/>
</fig>
<p>IJver voor de Franse zaak, of deze nu werd ingegeven door loyaliteit of opportunisme, kan worden afgeleid uit de dienststaten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn70">70</xref></sup> Dit geldt zowel voor de tien Hollandse pages die na hun diensttijd in het keizerlijk paleis de rang van tweede luitenant in de <italic>Grande Arm&#x00E9;e</italic> ontvingen, als voor de acht (niet-Franse) ex-pages die al onder koning Lodewijk naar een Hollands regiment waren vertrokken en hun loopbaan na juli 1810 onder de <italic>tricolore</italic> vervolgden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn71">71</xref></sup> Van hen werd meer dan de helft in korte tijd bevorderd tot eerste luitenant of kapitein <italic>casu quo</italic> ritmeester.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn72">72</xref></sup> Zes ontvingen op het slagveld de orde van het Legioen van Eer.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn73">73</xref></sup> Maar de prijs die zij betaalden was hoog. Twaalf voormalige Hollandse pages namen deel aan de Russische veldtocht van 1812, van wie er vijf niet terugkeerden en twee gedurende twee jaar in krijgsgevangenschap verbleven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn74">74</xref></sup></p>
<p>De lakmoesproef kwam eind 1813, begin 1814 toen Napoleon militair op de knie&#x00EB;n werd gedwongen. Van de veertien op dat moment nog in het Franse leger dienende voormalige Hollandse pages liepen er vier uit krijgsgevangenschap over naar de geallieerden of naar de Oranjetroepenmacht in wording.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn75">75</xref></sup> De overigen dienden de Franse keizer tot aan diens abdicatie in april 1814 &#x2018;uit hoog besef voor de heiligheid van eenen afgelegden eed&#x2019;, waardoor zij &#x2013; zoals met betrekking tot Johan Herman van Goltstein [21] werd opgemerkt &#x2013; &#x2018;de vanen, waaraan zij trouw gezworen hadden, niet, dan na wettig bekomen ontslag&#x2019;, konden verlaten.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn76">76</xref></sup> In dit opzicht liep de houding van de individuele ex-pages veelal parallel aan die van hun familie. Storm de Grave senior diende tot na de val van Napoleon als brigade-generaal in het Franse leger. Ook de vaders van Van Heteren Gevers [4], Van Asbeck [13] en Van Limburg Stirum [15] bleven op lokaal niveau &#x2013; uit voorzichtigheid of overtuiging &#x2013; de Fransen tot aan hun overhaaste vertrek steunen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn77">77</xref></sup> En anders dan men zou verwachten, gold dit eveneens voor de stadsbestuurders Rendorp senior en Van Schinne senior, van wie de zoons als Franse luitenants in Rusland waren omgekomen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn78">78</xref></sup></p>
<p>Bij de ineenstorting van Napoleons Keizerrijk waren Lodewijks voormalige Hollandse pages gemiddeld twintig jaar oud: de jongste, VerHuell [8], was in 1814 zeventien en de oudste, Van Lamsweerde [14], vierentwintig. Zij stonden toen aan het begin van een carri&#x00E8;re, die vrijwel allen voortzetten in het leger van de pas gevestigde Oranjemonarchie. In dit tijdvak met snelle wisselingen van regime en aanhankelijkheid rekenden de nieuwe machthebbers het deze jonge officieren noch hun families aan dat zij het Franse bewind hadden gediend. Zich neervlijend in het bed van Napoleon maakte koning Willem <sc>i</sc> graag gebruik van de in de <italic>Grande Arm&#x00E9;e</italic> geschoolde zonen van &#x2019;s lands elite. Op hun beurt droegen laatstgenoemden hun loyaliteit naadloos van de Bonapartes over op de Oranjevorst, die na twintig jaar afwezigheid weliswaar door de geallieerden op de troon was geplaatst, maar in ieder geval Nederlandse wortels had. Van hun trouw aan de nieuwe koning gaven vele ex-pages terstond blijk door tijdens de Waterloo-veldtocht van 1815 te strijden tegen hun gewezen Franse wapenbroeders.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn79">79</xref></sup> Vanuit het perspectief van hun militaire carri&#x00E8;re konden zij trouwens niet anders. Slechts enkelen verruilden na verloop van tijd het officiersbestaan voor een plaatselijke of regionale bestuursfunctie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn80">80</xref></sup> De meesten bleven echter in legerdienst, in Nederland of overzee, met doorgaans het kapitein- of ritmeesterschap als eindrang bij hun pensionering of overlijden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn81">81</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Conclusie</title>
<p>Toen Lodewijk Napoleon in juni 1806 door zijn broer op de Hollandse koningstroon werd geplaatst, richtte hij zijn hofhouding vrijwel geheel in naar napoleontisch model. Dit gold eveneens voor de bijbehorende <italic>pagerie</italic>. In de keizerlijke paleizen had dit eeuwenoude instituut een aan de moderne tijd aangepaste vorm gekregen. Het was kleiner van omvang en strakker georganiseerd dan in Versailles, en meer dan voorheen op militaire leest geschoeid. Maar niet alleen in formele zin volgde de Hollandse koning het Franse voorbeeld; ook bij de selectie van zijn pages nam hij de napoleontische praktijk als richtsnoer. Anders dan tijdens het ancien r&#x00E9;gime waren deze junior hoffuncties onder het Keizerrijk niet langer voorbehouden aan de adel. Napoleons streven naar een <italic>fusion des &#x00E9;lites</italic> en een politiek <italic>amalgame</italic> leidde bij benoemingen, inclusief die ten paleize, tot een verruiming van de sociale rekrutering. Voortaan konden ook niet-adellijke zoons uit de verbrede bovenlaag met succes naar een pageplaats dingen.</p>
<p>Hetzelfde gold voor de ongeveer twaalf junior posten die aan het hof van Lodewijk Napoleon te vergeven waren. Deze waren tijdens het Koninkrijk Holland bijzonder gezocht als opstap naar een officierscarri&#x00E8;re. Jongens met deze ambitie drongen er in sommige gevallen zelf bij hun ouders op aan voor hen naar een pagepost te solliciteren, hoewel een aanstelling als cadet op de Koninklijke Militaire School dezelfde mogelijkheid bood. Meestal ging het initiatief echter uit van de familie. Het prestigieuze dienstverband in de nabijheid van de Koning en het hoofse onderricht waren daarbij belangrijke drijfveren, maar ook verlichting van de zorg voor een grote kinderschaar speelde meer dan eens een rol. Door hun geringe aantal vormden de pageplaatsen evenwel een schaarstegoed, waarnaar de nationale elite solliciteerde volgens de procedures van de ontluikende bureaucratische staat met schriftelijke rekesten en beredeneerde benoemingslijsten. De kans van slagen nam echter aanzienlijk toe wanneer tegelijkertijd, op informeel-traditionele wijze, de recommandatie werd gezocht van invloedrijke pleitbezorgers met toegang tot de koning. Voor het bevorderen van carri&#x00E8;res bleven cli&#x00EB;ntelisme en nepotisme onmisbaar.</p>
<p>Benoemingen waren voor Lodewijk Napoleon een geschikt middel om zich te verzekeren van de steun van de bovenlaag. Hun medewerking en loyaliteit waren voor hem, als opgedrongen buitenlandse vorst van een tot monarchie omgevormde republiek, onontbeerlijk om zijn bewind te schragen. Onderzoek naar wie, op welke wijze en om welke redenen de begeerde pageplaatsen ten deel vielen, geeft daarom een eerste indruk van Lodewijks niet eerder bestudeerde patronagepolitiek en daarmee van de communicatie en interactie tussen de monarch en de nationale elite. Het vergeven van deze junior posten leent zich hiervoor bij uitstek, omdat het hierbij niet ging om de individuele kwaliteiten van de kandidaten zelf, maar om het begunstigen van de families waartoe zij behoorden. Een prosopografische analyse van alle pagebenoemingen wees uit dat de vorst probeerde zijn jeugdige hoffunctionarissen zo evenredig mogelijk uit de verbrede en verbrokkelde bovenlaag van zijn koninkrijk te rekruteren. In hoeverre deze bevindingen representatief zijn voor Lodewijks benoemingsbeleid inzake hoffuncties in het bijzonder en overheidsambten in het algemeen, moet verder onderzoek bepalen.</p>
<p>Het prosopografische onderzoek bracht de hardnekkigheid van verscheidene prerevolutionaire verhoudingen aan het licht. Zo was een groot aantal van Lodewijks pages afkomstig uit patricische en militaire families, maar nog altijd bleek meer dan de helft van hen van adel te zijn. Protestanten waren eveneens in de meerderheid, maar de koning bleek ook welbewust rooms-katholieken te selecteren. Hoewel de meeste junior paleisdienaren een orangistische familieachtergrond hadden, waren er voldoende met patriots- en Bataafsgezinde vaders. Het minst representatief was de regionale spreiding. Evenals voor 1795 geeft deze de tweedeling te zien tussen zoons uit het stedelijk regentenpatriciaat uit het westen en jonkers uit de landadel uit het oosten van het land. Hollanders waren het best vertegenwoordigd, terwijl ingezetenen van nieuwe departementen zoals Brabant en Oost-Friesland vooralsnog ontbraken.</p>
<p>Het is aannemelijk dat de <italic>pagerie</italic> van Lodewijk Napoleon gaandeweg een steeds betere afspiegeling van de nationale elite te zien zou hebben gegeven, indien er niet al na vier jaar een einde was gekomen aan het Koninkrijk Holland. De korte duur van Lodewijks bewind maakt het evenmin mogelijk te bepalen of zijn patronagebeleid succes had en de gefavoriseerde families zich inderdaad tot blijvende steun aan zijn bewind verplicht achtten. Toetsing van hun trouw tijdens het aansluitende keizerlijke regime biedt hiervoor overigens wel enige bevestiging. Wat de pages zelf betreft kan eenzelfde conclusie worden getrokken, met dien verstande dat bij hen steeds de continuering van hun militaire loopbaan voorop stond. Niet zozeer als leden van begunstigde families, maar als door een eed van trouw gebonden officieren waren de meesten van hen bereid drie snel opeenvolgende en politiek uiteenlopende regimes loyaal te dienen. In dit opzicht verschilde hun houding niet van die van andere militairen tijdens het transitietijdperk.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Dit artikel is geschreven in het kader van het <sc>nwo</sc>-project &#x2018;Monarchy in turmoil. Rulers, courts and politics in the Netherlands and Germany, c.1780-c.1820&#x2019;, een samenwerkingsverband van de Universiteit Leiden en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur. Graag dank ik Jeroen Duindam, Joost Welten, Marjolein &#x2019;t Hart en Detlev Fr&#x00E4;drich van Heest voor hun waardevolle commentaren op een vorige versie van dit artikel. Tevens bedank ik L&#x00E9;a Saint-Raymond en Ineke Huysman voor hun hulp bij het archiefonderzoek.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Bijvoorbeeld Gaston de Carn&#x00E9;, <italic>Les pages des &#x00C9;curies du Roi</italic> (Nantes 1886); Albert H&#x00FC;bl, <italic>Die k. und k. Edelknaben am Wiener Hof</italic> (Wenen 1912). Zie ook: Mark Motley, <italic>Becoming a French Aristocrat: The Education of the Court Nobility, 1580-1715</italic> (Princeton 1990) 20-22, 64-66, 177-186.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Bijvoorbeeld Peter Brommer en Achim Kr&#x00FC;mmel, <italic>H&#x00F6;fisches Leben am Mittelrhein unter Kurf&#x00FC;rst Clemens Wenzeslaus von Trier (1739-1812)</italic> (Koblenz 2012) 205-213; Stefanie Freyer, <italic>Der Weimarer Hof um 1800. Eine Sozialgeschichte jenseits des Mythos</italic>. Bibliothek altes Reich 13 (M&#x00FC;nchen 2013) 78-81, 469-481. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1524/9783486728965">https://doi.org/10.1524/9783486728965</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Bijvoorbeeld Marie-Ange Delen, <italic>Hof en hofcultuur rondom Willem van Oranje (1533-1584)</italic> (Amsterdam 2001) 146-151; Marika Keblusek en Jori Zijlmans (reds.), <italic>Vorstelijk vertoon. Aan het hof van Frederik Hendrik en Amalia</italic> (Zwolle 1997) 31; Geert H. Janssen, <italic>Creaturen van de macht. Patronage bij Willem Frederik van Nassau (1613-1664)</italic> (Amsterdam 2005) 99, 187; Gard Snel (red.), <italic>Het Pageshuis aan het Lange Voorhout</italic> (Den Haag 2000) 30-38.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Pierre Branda, <italic>Napol&#x00E9;on et ses hommes. La Maison de l&#x2019;Empereur, 1804-1815</italic> (Parijs 2011) 231.</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>Motley, <italic>Becoming a French Aristocrat</italic>, 178 (noot 20); <italic>&#x00C9;tiquette du Palais imp&#x00E9;rial. Ann&#x00E9;e 1806</italic> (Parijs 1806) 43-44.</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Branda, <italic>Napol&#x00E9;on et ses hommes</italic>, 231; Octave de Barral, <italic>Souvenirs de guerre et de captivit&#x00E9; d&#x2019;un page de Napol&#x00E9;on (1812-1815)</italic> (Parijs 1925) 12-15.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p>Over de pages aan het hof van Versailles: William Ritchey Newton, <italic>Les chevaux et les chiens du roi &#x00E0; Versailles au <sc>xviii</sc><italic><sup>e</sup></italic> si&#x00E8;cle. La Grande et la Petite &#x00C9;curie, les &#x00C9;curies de la reine, le grand Chenil et la Louveterie</italic> (Parijs 2015) 147-192; Motley, <italic>Becoming a French Aristocrat</italic>, 177-186.</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>De Barral, <italic>Souvenirs</italic>, 244-245.</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>Branda, <italic>Napol&#x00E9;on et ses hommes</italic>, 232.</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p>Fr&#x00E9;d&#x00E9;ric Masson, <italic>Cavaliers de Napol&#x00E9;on</italic> (Parijs 1895) 69-70.</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>Branda, <italic>Napol&#x00E9;on et ses hommes</italic>, 233-234; Alain Pigeard, <italic>L&#x2019;Arm&#x00E9;e de Napol&#x00E9;on, 1800-1815. Organisation et vie quotidienne</italic> (Parijs 2000) 89-90.</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Newton, <italic>Les chevaux et les chiens</italic>, 148; Motley, <italic>Becoming a French Aristocrat</italic>, 178.</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Vergelijk met Emmanuel de Las Cases, <italic>M&#x00E9;morial de Sainte-H&#x00E9;l&#x00E8;ne</italic> (Parijs 1823) d.d. 26-28 juli 1816.</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Jos Gabri&#x00EB;ls, &#x2018;Vrienden van vroeger. De Franse invloed op de vorming van het vorstelijk hof van Lodewijk Napoleon, koning van Holland&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 132:3 (2019) 356-359. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.5117/tvgesch2019.3.002.gabr">https://doi.org/10.5117/tvgesch2019.3.002.gabr</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn16"><label>16</label><p>Over de pages aan het Hollandse hof: <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal. Ann&#x00E9;e 1806</italic> (Den Haag 1806) 45-53 en <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal. Ann&#x00E9;e 1808</italic> (Den Haag 1808) 40-45. Over de pages aan het Franse hof: <italic>&#x00C9;tiquette du Palais imp&#x00E9;rial (1806)</italic>, 43-51.</p></fn>
<fn id="fn17"><label>17</label><p>R&#x00E8;glement organique de l&#x2019;H&#x00F4;tel des Pages [1808], art. 42-47. Archives nationales in Parijs (verder <sc>an</sc>), Archives du Cabinet de Louis Bonaparte (verder <sc>aclb</sc>), <sc>af iv</sc> 1788, inv.nr. 3.</p></fn>
<fn id="fn18"><label>18</label><p><italic>Rotterdamsche Courant</italic>, 5 maart 1807.</p></fn>
<fn id="fn19"><label>19</label><p>Gerrit Albert Evers, <italic>Utrecht als koninklijke residentie. Het verblijf van Lodewijk Napoleon te Utrecht, 1807-1808</italic> (Utrecht 1941) 34-35 (katern).</p></fn>
<fn id="fn20"><label>20</label><p>Nationaal Archief in Den Haag (verder <sc>na</sc>), Archief kroondomein en hofhouding van koning Lodewijk Napoleon [2.01.25] (verder <sc>akh)</sc>, inv.nr. 113.</p></fn>
<fn id="fn21"><label>21</label><p>Zie de maandelijkse &#x2018;&#x00C9;tats des sommes dues &#x00E0; M.M. les Professeurs &#x00E0; l&#x2019;H&#x00F4;tel des Pages&#x2019;. <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 113.</p></fn>
<fn id="fn22"><label>22</label><p>&#x2018;&#x2026; deze uitgavepost [&#x2026;] misschien wel de grootste in het paleis was&#x2019;. De Las Cases, <italic>M&#x00E9;morial</italic>, d.d. 26-28 juli 1816.</p></fn>
<fn id="fn23"><label>23</label><p><italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806</italic>), 52; R&#x00E8;glement organique de l&#x2019;H&#x00F4;tel des Pages, art. 64-67<sc>. an</sc>, <sc>aclb, af iv</sc> 1788, inv.nr. 3.</p></fn>
<fn id="fn24"><label>24</label><p><italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806</italic>), 46.</p></fn>
<fn id="fn25"><label>25</label><p><italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806</italic>), 45; <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1808)</italic>, 40.</p></fn>
<fn id="fn26"><label>26</label><p>Koninklijke decreten van 10 november en 29 december 1808. <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 13.</p></fn>
<fn id="fn27"><label>27</label><p>&#x2018;&#x2026; al degenen die worden voorgedragen, dienen de intellectuele ontwikkeling te hebben die past bij jongens van hun leeftijd, en over een goede fysieke gesteldheid te beschikken&#x2019;. <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806)</italic>, 46.</p></fn>
<fn id="fn28"><label>28</label><p><italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806)</italic>, 46; <italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1808)</italic>, 40.</p></fn>
<fn id="fn29"><label>29</label><p>E.A. VerHuell aan C.H. VerHuell, december(&#x003F;) 1806, 4 en 5 maart. 1807, <sc>na</sc>, Collectie VerHuell [2.21.004.04] (verder <sc>cv</sc>), inv.nr. 300; A.A. VerHuell-Staring aan C.H. VerHuell, 6 en 17 april 1807, <sc>na</sc>, <sc>cv</sc>, inv.nr. 310.</p></fn>
<fn id="fn30"><label>30</label><p>&#x00C9;tat des Pi&#x00E8;ces remises, <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 413 (Papiers divers).</p></fn>
<fn id="fn31"><label>31</label><p>&#x2018;Uw zoon is niet jong genoeg om page te zijn. Maar graag voeg ik hem als ordonnansofficier toe aan de generale staf van het leger&#x2019;. Koning Lodewijk aan D. van Hogendorp, oktober 1806, Herman Colenbrander (red.), <italic>Gedenkstukken der algemeene geschiedenis van Nederland</italic> <sc>v</sc>-1 (Den Haag 1910) 262 (noot 3).</p></fn>
<fn id="fn32"><label>32</label><p>Koninklijk decreet van 17 juli 1807 betreffende de organisatie van de Koninklijke Militaire School, <italic>Decreten en Besluiten van Zijne Majesteit den Koning van Holland</italic> <sc>vi</sc> (z.p. 1807) 88-98.</p></fn>
<fn id="fn33"><label>33</label><p>&#x2018;&#x2026; hoewel tegen de wens van zijn familie&#x2019;. I. van Schinne aan N.Ch. Oudinot, 24 juli 1810, <sc>na</sc>, Archief familie Van Schinne [1.10.75.01], inv.nr. 200. Marc Lindeijer, &#x2018;In memoriam J.H.W.E.W.Th. baron van Goltstein van Hoekenburg (1793-1835)&#x2019;, <italic>Jaarboek Achterhoek en Liemers</italic> 16 (1993) 38.</p></fn>
<fn id="fn34"><label>34</label><p>Het betreft 5, 6, 16, 21 en 25.</p></fn>
<fn id="fn35"><label>35</label><p>Naamlijsten van door C.H. VerHuell in audi&#x00EB;ntie ontvangen personen, 1806, <sc>na</sc>, <sc>cv</sc>, inv.nr. 236. Dit verzoek werd overigens niet gehonoreerd.</p></fn>
<fn id="fn36"><label>36</label><p>&#x2018;&#x2026; maar zij heeft een zoon, die ze graag zou zien opgenomen onder de pages, en de kamerheer heeft nu eenmaal de sleutel in handen van de op dat moment te verlenen gunsten&#x2019;. [Athanase Garnier,] <italic>La cour de Hollande sous le r&#x00E8;gne de Louis Bonaparte</italic> (Parijs 1823) 179.</p></fn>
<fn id="fn37"><label>37</label><p>&#x2018;de kringen waarbinnen de gunsten worden verdeeld&#x2019;. Aur&#x00E9;lien Lignereux, <italic>Les Imp&#x00E9;riaux. Administrer et habiter l&#x2019;Europe de Napol&#x00E9;on</italic> (Parijs 2019) 107.</p></fn>
<fn id="fn38"><label>38</label><p>Lignereux, <italic>Les Imp&#x00E9;riaux</italic>, 22, 53-56, 108, 114-117.</p></fn>
<fn id="fn39"><label>39</label><p>&#x2018;de erfgenaam van een familienetwerk&#x2019;. Lignereux, <italic>Les Imp&#x00E9;riaux</italic>, 117.</p></fn>
<fn id="fn40"><label>40</label><p>Zie de bedankbrief van vader R.D.D. d&#x2019;Arcy aan koning Lodewijk, 12 dec. 1806, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1727, inv.nrs. 4-5.</p></fn>
<fn id="fn41"><label>41</label><p>&#x00C9;tat nominatif, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 141.</p></fn>
<fn id="fn42"><label>42</label><p>&#x00C9;tat nominatif, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 141.</p></fn>
<fn id="fn43"><label>43</label><p>E.A. VerHuell aan C.H. VerHuell, eind 1806, <sc>na</sc>, <sc>cv</sc>, inv.nr. 330.</p></fn>
<fn id="fn44"><label>44</label><p>&#x00C9;tat des Pi&#x00E8;ces remises, <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 413 (Papiers divers).</p></fn>
<fn id="fn45"><label>45</label><p>Lindeijer, &#x2018;In memoriam J.H.W.E.W.Th. baron van Goltstein&#x2019;, 38.</p></fn>
<fn id="fn46"><label>46</label><p>Lignereux, <italic>Les Imp&#x00E9;riaux</italic>, 53-54.</p></fn>
<fn id="fn47"><label>47</label><p>&#x2018;verantwoordelijk voor verscheidene kinderen&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn48"><label>48</label><p>[1] &#x00C9;tat nominatif des sujets pr&#x00E9;sent&#x00E9;s &#x00E0; Sa Majest&#x00E9; par le Grand &#x00C9;cuyer pour &#x00EA;tre nomm&#x00E9;s aux deux [sic] emplois qui sont vacants dans l&#x2019;H&#x00F4;tel de M.M. les Pages [ca. januari 1808], <sc>an, aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 141. [2] Relev&#x00E9; g&#x00E9;n&#x00E9;ral des demandes d&#x2019;admission &#x00E0; l&#x2019;H&#x00F4;tel des Pages pr&#x00E9;sent&#x00E9;es au Roi jusqu&#x2019;au 31 juillet 1809, <sc>an, aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 142. [3] &#x00C9;tat des pi&#x00E8;ces remises &#x00E0; S.E. le Grand &#x00C9;cuyer: Requ&#x00EA;tes et demandes [brouillon met apostilles, ca. medio 1809], <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 413 (Papiers divers).</p></fn>
<fn id="fn49"><label>49</label><p>Gabri&#x00EB;ls, &#x2018;Vrienden van vroeger&#x2019;, 364.</p></fn>
<fn id="fn50"><label>50</label><p>&#x2018;&#x2026; uit een vooraanstaande familie uit Groningen&#x2019;. &#x00C9;tat des pi&#x00E8;ces remises, <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 413 (Papiers divers).</p></fn>
<fn id="fn51"><label>51</label><p>Relev&#x00E9; g&#x00E9;n&#x00E9;ral, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 142.</p></fn>
<fn id="fn52"><label>52</label><p>Het betreft 9, 15, 19, 24 en 25.</p></fn>
<fn id="fn53"><label>53</label><p>Natalie Petiteau, <italic>E&#x0301;lites et mobilite&#x0301;s: la noblesse d&#x2019;Empire au <sc>xix</sc><italic><sup>e</sup></italic> sie&#x0300;cle (1808-1914)</italic> (Parijs 1997) 57-59.</p></fn>
<fn id="fn54"><label>54</label><p>Vergelijk met Dominique Labarre de Raillicourt, <italic>Louis Bonaparte, roi de Hollande</italic> (Parijs 1963) 35, 40, 172.</p></fn>
<fn id="fn55"><label>55</label><p>&#x2018;&#x2026; die de titel van graaf of baron dragen, zonder echter een graafschap of baronie te bezitten&#x2019;; &#x2018;&#x2026; eigenwaarde en eigenwaan &#x2026;&#x2019;. Koning Lodewijk aan keizer Napoleon, 12 april 1807. F&#x00E9;lix Rocquain (red.), <italic>Napol&#x00E9;on I<italic><sup>er</sup></italic> et le roi Louis</italic> (Parijs 1875) 107.</p></fn>
<fn id="fn56"><label>56</label><p>Vergelijk met de lijsten van voor overheidsfuncties in aanmerking komende rooms-katholieken in: <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nrs. 86-96, en in: Colenbrander (red.), <italic>Gedenkstukken</italic> V-I, 386-388.</p></fn>
<fn id="fn57"><label>57</label><p>Dirk Jan Schoon, &#x2018;Lodewijk Napoleon en de regeling der godsdiensten in Holland&#x2019;, in: Jan Hallebeek en Boudewijn Sirks (reds.), <italic>Nederland in Franse schaduw. Recht en bestuur in het Koninkrijk Holland (1806-1810)</italic> (Hilversum 2006) 86-88.</p></fn>
<fn id="fn58"><label>58</label><p>Het betreft 1, 2, 6, 9, 11, 12, 13, 15, 19, 24 en 25 (zie Appendix).</p></fn>
<fn id="fn59"><label>59</label><p>&#x2018;Het soort handel dat de vader drijft, staat de toelating van de zoon in de weg&#x2019;. Relev&#x00E9; g&#x00E9;n&#x00E9;ral, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 142.</p></fn>
<fn id="fn60"><label>60</label><p>Marc Lindeijer, <italic>Tussen kasteel en kerk. De katholieke Gelderse adel, 1765-1827</italic> (Aalten 2014) 165.</p></fn>
<fn id="fn61"><label>61</label><p>&#x2018;&#x2026; de uitzet van degene die hij voordraagt, niet kan betalen&#x2019;. Het betreft Joseph le Bron de Vexela en M. Dolleman. Relev&#x00E9; g&#x00E9;n&#x00E9;ral, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 142.</p></fn>
<fn id="fn62"><label>62</label><p>Vergelijk met Jan A.M.M. Janssen, <italic>Op weg naar Breda. De opleiding van officieren voor het Nederlandse leger tot aan de oprichting van de Koninklijke Militaire Academie in 1828</italic> (Den Haag 1989) 228-229.</p></fn>
<fn id="fn63"><label>63</label><p>&#x2018;&#x2026; dat de weldaad van Zijne Majesteit verborgen moge blijven voor hun kameraden en docenten&#x2019;. Keizerlijk decreet van 2 augustus 1805, geciteerd in: De Barral, <italic>Souvenirs</italic>, 244.</p></fn>
<fn id="fn64"><label>64</label><p>Michael Broers, <italic>Napoleon: Soldier of Destiny, 1796-1805</italic> <sc>i</sc> (Londen 2014) 155-156, 272, 499-500.</p></fn>
<fn id="fn65"><label>65</label><p>Martijn van der Burg, <italic>Nederland onder Franse invloed. Culturele overdracht en staatsvorming in de napoleontische tijd, 1799-1813</italic> (Amsterdam 2007) 58, 71.</p></fn>
<fn id="fn66"><label>66</label><p><italic>De Nederlandsche Leeuw</italic> 50 (1932) 305.</p></fn>
<fn id="fn67"><label>67</label><p><italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806)</italic>, 34, 46.</p></fn>
<fn id="fn68"><label>68</label><p><italic>&#x00C9;tiquette du Palais royal (1806)</italic>, 46. Degenen die eerste page en tweede page waren geweest, ontvingen bij hun vertrek de rang van eerste luitenant.</p></fn>
<fn id="fn69"><label>69</label><p>&#x2018;&#x2026; hun leeftijd, hun naam, hun familie etc.&#x2019;; &#x2018;&#x2026; onmiddellijk&#x2026;&#x2019;. Keizer Napoleon aan Ch.F. Lebrun, 22 juli 1810, Napoleon Bonaparte, <italic>Correspondance g&#x00E9;n&#x00E9;rale</italic> <sc>x</sc> (Parijs 2008) 433; Keizer Napoleon aan Ch.F. Lebrun, 24 juli 1810 (<italic>Correspondance g&#x00E9;n&#x00E9;rale</italic> <sc>x</sc>, 438). Keizerlijk decreet van 24 juli 1810, <sc>na</sc>, Archief Gouverneur-Generaal der Hollandse Departementen, 1810-1813 [2.01.01.08], inv.nr. 8.</p></fn>
<fn id="fn70"><label>70</label><p><sc>na</sc>, Stamboeken van officieren der Landmacht, 1795-1813 [2.01.15] toegang via digitale index; <sc>na</sc>, Dienststaten en stamboeken der officieren van de Koninklijke Landmacht, 1814-1940 [2.13.04], inv.nr. 218 (klapper).</p></fn>
<fn id="fn71"><label>71</label><p>E. VerHuell [8], geboren in mei 1797, was nog altijd te jong en diende daarom niet in het napoleontische leger.</p></fn>
<fn id="fn72"><label>72</label><p>Het betreft 2, 6, 10, 12, 13, 14, 16, 21, 23 en 25.</p></fn>
<fn id="fn73"><label>73</label><p>Het betreft 6, 12, 14, 20, 21 en 25.</p></fn>
<fn id="fn74"><label>74</label><p>Niet teruggekeerd: 6, 9, 17, 18 en 22. Krijgsgevangen: 16 en 24.</p></fn>
<fn id="fn75"><label>75</label><p>Het betreft 2, 10, 14 en 23.</p></fn>
<fn id="fn76"><label>76</label><p>Het betreft 4, 12, 13, 15, 20, 21 en 25. Het citaat in: &#x2018;Hulde aan de nagedachtenis van J.H. baron van Golstein&#x2019;, in <italic>Arnhemsche Courant</italic>, 12 september 1835. Vergelijk met Lindeijer, <italic>Tussen kasteel en kerk</italic>, 168.</p></fn>
<fn id="fn77"><label>77</label><p>Thomas Theodoor Hendrikus Jorissen, <italic>De omwenteling van 1813</italic> <sc>i</sc> (Groningen 1867) <sc>xv-xvi</sc>; Gijsbertus Koolemans Beijnen (red.), <italic>Historisch gedenkboek der herstelling van Nee&#x0302;rlands onafhankelijkheid in 1813</italic> <sc>iii</sc> (Haarlem 1913) 385; Koolemans Beijnen (red.), <italic>Historisch gedenkboek</italic> <sc>iv</sc> (Haarlem 1913) 116.</p></fn>
<fn id="fn78"><label>78</label><p>A. de Visscher de Celles, &#x2018;Notes confidentielles&#x2019;, 28 oktober 1813, Colenbrander (red.) <italic>Gedenkstukken</italic> <sc>vi-</sc>1, 476-477; Koolemans Beijnen (red.), <italic>Historisch gedenkboek</italic> <sc>iii</sc>, 15.</p></fn>
<fn id="fn79"><label>79</label><p>Het betreft onder anderen 2, 14, 16, 19, 20, 21 en 25. Ook de voortijdig vertrokken page Donker van der Hoff [5] vocht als vrijwilliger bij Waterloo.</p></fn>
<fn id="fn80"><label>80</label><p>Bijvoorbeeld 4, 10, 13 en 15.</p></fn>
<fn id="fn81"><label>81</label><p>Hierop bestonden slechts enkele uitzonderingen: Van Tuyll van Serooskerken [12] werd bevorderd tot kolonel en Snouckaert van Schauburg [19] tot generaal-majoor. Storm de Grave [25] en Nepveu [16] be&#x00EB;indigden hun carri&#x00E8;re als luitenant-generaal. Laatstgenoemde bleek van alle voormalige pages het succesrijkst: vele jaren lang was hij chef van de generale staf en in 1848 was hij tijdelijk minister van Oorlog.</p></fn>
</fn-group>
<sec>
<title/>
<p><bold>Jos Gabri&#x00EB;ls</bold> is als senior onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur in Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op de politieke, militaire en culturele geschiedenis van het napoleontische tijdvak, met een voorkeur voor biografie en prosopografie. Hij publiceerde onder andere &#x2018;&#x201C;The Belgians ran at the first shot&#x201D;. De slag bij Waterloo en de retoriek van de lafheid&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 129:4 (2016) 523-543. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.5117/tvgesch2016.4.gabr">https://doi.org/10.5117/tvgesch2016.4.gabr</ext-link>; &#x2018;Cutting the cake. The Congress of Vienna in British, French and German political caricature&#x2019;, <italic>European Review of History</italic> 24:1 (2017) 131-157. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1080/13507486.2016.1177714">https://doi.org/10.1080/13507486.2016.1177714</ext-link>; &#x2018;Mapping out future victories. Information management by Napoleon&#x2019;s D&#x00E9;p&#x00F4;t g&#x00E9;n&#x00E9;ral de la Guerre, 1800-14&#x2019;, <italic>European Review of History</italic> 26:2 (2019) 258-283. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.researchgate.net/publication/325606229_Mapping_out_future_victories_information_management_by_Napoleon's_Depot_general_de_la_Guerre_1800-14">https://www.researchgate.net/publication/325606229_Mapping_out_future_victories_information_management_by_Napoleon's_Depot_general_de_la_Guerre_1800-14</ext-link>. Momenteel werkt hij aan een boek over Roestam de Mammeluk, de lijfwacht en lijfknecht van Napoleon. E-mail: <email>jos.gabriels@huygens.knaw.nl</email>.</p>
<table-wrap id="tb001" position="float" orientation="portrait">
<label>Appendix:</label>
<caption><p>De pages aan het hof van koning Lodewijk Napoleon, 1806 &#x2013; 1810.</p></caption>
<table>
<thead>
<tr>
<th valign="top" align="left"></th>
<th colspan="2" valign="top" align="center">PAGES</th>
<th colspan="2" valign="top" align="center">BENOEMING</th>
<th valign="top" align="left"></th>
<th colspan="2" valign="top" align="center">VERTREK</th>
<th colspan="2" valign="top" align="center">FAMILIE</th>
<th valign="top" align="left"></th>
<th valign="top" align="left"></th>
<th valign="top" align="center">VADER</th>
<th valign="top" align="center">CONNECTIE</th>
</tr>
<tr>
<th valign="top" align="left">Nr.</th>
<th valign="top" align="left">Naam</th>
<th valign="top" align="left">Geboortedatum [Sterfjaar]</th>
<th valign="top" align="left">Datum</th>
<th valign="top" align="left">Leeftijd</th>
<th valign="top" align="left">Datum</th>
<th valign="top" align="left">Leeftijd</th>
<th valign="top" align="left">Functie na vertrek</th>
<th valign="top" align="left">Herkomst</th>
<th valign="top" align="left">Adel</th>
<th valign="top" align="left">Religie</th>
<th valign="top" align="left">Politieke gezindheid</th>
<th valign="top" align="left">Functies</th>
<th valign="top" align="left">Mogelijke invloed op benoeming tot page</th>
</tr>
</thead>
<tbody>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>1</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Arcy</bold>, Hyacinthe baron d&#x2019;</td>
<td valign="top" align="left">1791, 10 aug.<break/> [1814]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1808, 8 feb.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>2de regiment huzaren, 8 feb. 1808 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Frankrijk</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left">n.v.t.</td>
<td valign="top" align="left">Luitenant der infanterie in het<break/>Franse Koninklijke leger: v&#x00F3;&#x00F3;r de Franse Revolutie</td>
<td valign="top" align="left">Tante (zuster van moeder) A.C. de Boubers-Bernatre, <italic>n&#x00E9;e</italic> De Folard:<break/>Gouvernante van de prinsjes,<break/>8 juli 1806 &#x2013; 1810</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>2</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>B&#x00F6;nninghausen</bold>, Maximilian Friederich Carl Franz baron von</td>
<td valign="top" align="left">1793, 23 juni<break/>[1822]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">13</td>
<td valign="top" align="left">1809, 25 aug.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>1ste regiment jagers, 25 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Overijssel<break/>(Tubbergen)</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left">Bataaf</td>
<td valign="top" align="left">Majoor in M&#x00FC;nsterse dienst: tot 1793 <break/>Rentenier te Tubbergen: na 1793<break/>Provisioneel representant van Overijssel: 1795</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>3</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Duranty</bold>, Guillaume Antoine<break/>Fran&#x00E7;ois (&#x2018;William&#x2019;) chevalier de</td>
<td valign="top" align="left">1791, 17 mrt.<break/>[1856]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1808, 8 feb.</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant <break/>3de regiment huzaren, <break/>8 feb. 1808 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Frankrijk</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left">n.v.t.</td>
<td valign="top" align="left">Grootgrondbezitter nabij Bourges<break/>Beide ouders overleden v&#x00F3;&#x00F3;r 1806</td>
<td valign="top" align="left">Tante (zuster van moeder)<break/>F.A.A. de Boisonni&#x00E8;re de Mornay: Onder-gouvernante van de prinsjes, 8 juli 1806 &#x2013; 1810</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>4</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Heteren Gevers</bold>, Adriaan Leonard van</td>
<td valign="top" align="left">1794, 19 aug.<break/>[1866]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">12</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; 1811</td>
<td valign="top" align="left">Rotterdam /<break/>Leiden</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Waals</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Stadssecretaris van Rotterdam: 1788 &#x2013; 1795<break/>Rentenier op kasteel Endegeest bij Leiden:<break/>jan. 1801 &#x2013;</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>5</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Donker van der Hoff</bold>, Daniel Ferdinand Th&#x00E9;odore</td>
<td valign="top" align="left">1793, 6 mrt.<break/>[1838]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">13</td>
<td valign="top" align="left">1808, 11 jan.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">Adjunct bij de secretaris-generaal der Posterijen,<break/>8 mrt. 1808 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Haarlem</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Waals</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Postmeester van Haarlem: 1782 &#x2013; 1807<break/>Schepen van Haarlem: 1793 &#x2013; 1794<break/>Lid lage rechtbank te Haarlem: 1795 &#x2013; 1802<break/>Hoofdschout van Haarlem: 1802 &#x2013; 1807<break/>Lid Raad van Administratie der Posterijen:<break/>okt. 1807 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>6</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Neukirchen genaamd Nyvenheim</bold>,<break/>Hendrik Nanning baron van</td>
<td valign="top" align="left">1791, 20 mei<break/>[Rusland 1812]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1808, 8 feb.</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">1ste luitenant<break/>2de regiment huzaren, 8 feb. 1808 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Gelderland<break/>(Kwartier van <break/>Nijmegen)</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left"></td>
<td valign="top" align="left">Luitenant, later kapitein in het infanterie-regiment van zijn oom: 1783 &#x2013; 1787<break/>Lid ridderschap Kwartier van Nijmegen: 1787 &#x2013; 1795</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>7</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Sandra</bold>, Joachim</td>
<td valign="top" align="left">1795, 22 mrt.<break/>[1827]</td>
<td valign="top" align="left">1806, 22 nov.</td>
<td valign="top" align="left">11</td>
<td valign="top" align="left">1809, 30 juni</td>
<td valign="top" align="left">14</td>
<td valign="top" align="left">Studie rechten in Amsterdam: 1809 &#x2013; 1815<break/>Advocaat te Amsterdam</td>
<td valign="top" align="left">Leiden</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Waals</td>
<td valign="top" align="left">Patriot /<break/>Bataaf</td>
<td valign="top" align="left">Arts te Leiden<break/>Overleden in jan. 1795</td>
<td valign="top" align="left">Stiefvader G.J. Jacobson:<break/>Lid Staatsraad, <break/>juli 1806 &#x2013; sep. 1809</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>8</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>VerHuell</bold>, Ernestus Johannes Herman Abraham</td>
<td valign="top" align="left">1797, 6 mei<break/>[1817]</td>
<td valign="top" align="left">1807, 6 jan.</td>
<td valign="top" align="left">9</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">13</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; apr. 1814</td>
<td valign="top" align="left">Doesburg</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Controleur van konvooien en licenten te Doesburg: 1789 &#x2013; 1795<break/>Lid Departementaal Bestuur Gelderland: 1805 &#x2013; 1807<break/>Assessor departement Gelderland: 1807 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Gerecommandeerd door oom C.H. VerHuell: Minister van Marine,<break/>mei 1805 &#x2013; jan. 1808</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>9</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Guichenon de Chastillon</bold>,<break/>Zacharias</td>
<td valign="top" align="left">1791, 22 okt.<break/>[Rusland 1812]</td>
<td valign="top" align="left">1807, 19 jan.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1809, 25 aug.</td>
<td valign="top" align="left">18</td>
<td valign="top" align="left">2de Luitenant<break/>5de regiment infanterie,<break/>25 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Gorinchem /<break/>Zwijndrecht</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left"></td>
<td valign="top" align="left">Majoor-ingenieur der genie<break/>Beide ouders overleden eind 1806</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>10</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Holmberg de Beckfelt</bold>,<break/>Otto Carel baron</td>
<td valign="top" align="left">1794, 9 juli<break/>[1857]</td>
<td valign="top" align="left">1807, 19 jan.</td>
<td valign="top" align="left"> 12</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; 1812</td>
<td valign="top" align="left">Culemborg</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">Luthers</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Raadsheer in het Hof van Justitie en de Rekenkamer van het graafschap Culemborg: 1780 &#x2013; 1795<break/>Burgemeester van Culemborg: nov. 1802 &#x2013;</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>11</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Pays de Bourjolly</bold>,<break/>Jean-Alexandre Le</td>
<td valign="top" align="left">1791, 24 mrt.<break/>[1865]</td>
<td valign="top" align="left">1807, 19 jan.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">1807, 25 mei</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>2de regiment infanterie,<break/>25 mei 1807 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Frankrijk</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left">n.v.t.</td>
<td valign="top" align="left">Kolonel der cavalerie in het<break/>Franse Koninklijke leger:<break/>v&#x00F3;&#x00F3;r de Franse Revolutie</td>
<td valign="top" align="left">Koningin Hortense de Beauharnais:<break/>een oudtante van haar vader was een Le Pays de Bourjolly.</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>12</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Tuyll van Serooskerken</bold>,<break/>Vincent Johan Reinier baron van</td>
<td valign="top" align="left">1792, 4 nov.<break/>[1840]</td>
<td valign="top" align="left">1807, 19 jan.</td>
<td valign="top" align="left">14</td>
<td valign="top" align="left">1809, 25 aug.</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">1ste luitenant<break/>2de regiment kurassiers,<break/>25 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Utrecht</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Kolonel der cavalerie in het Staatse leger<break/>Overleden in aug. 1794</td>
<td valign="top" align="left"><italic>Cousin</italic> R.G. van Tuyll van Serooskerken:<break/>Auditeur des Konings,<break/>juli 1806 &#x2013; 1807</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>13</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Asbeck</bold>, Tjalling Minne Watze<break/>baron van</td>
<td valign="top" align="left">1795, 16 jan. <break/>[1855]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">13</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; 1812</td>
<td valign="top" align="left">Friesland</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Ritmeester in het lijfregiment <break/>Oranje-Friesland: 1789 &#x2013; 1795<break/>Kwartierdrost van Leeuwarden:<break/>mei 1807 &#x2013; nov. 1807<break/>Lid Staatsraad: nov. 1807 &#x2013; jan. 1809</td>
<td valign="top" align="left">Vader G.F. van Asbeck:<break/>Paleisprefect, <break/>nov. 1807 &#x2013; mei 1809</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>14</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Lamsweerde</bold>, Maurits Theodorus Oliverus Antonius baron van</td>
<td valign="top" align="left">1790, 2 nov.<break/>[1826]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">1809, 25 aug.</td>
<td valign="top" align="left">18</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>4de regiment infanterie,<break/>25 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Gelderland<break/>(Zutphen)</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left">Bataaf</td>
<td valign="top" align="left">Lid Municipaliteit van Zutphen: feb. 1795 &#x2013; 1802<break/>Lid Eerste Nationale Vergadering: 1796 &#x2013; 1797<break/>Lid College van Financien Kwartier Zutphen: 1802 &#x2013; 1805<break/>Landdrost van Gelderland: mei 1807 &#x2013; mrt. 1808</td>
<td valign="top" align="left">Vader G.W.J. van Lamsweerde:<break/>Intendant-generaal van het Koninklijk Huis,<break/>nov. 1807 &#x2013; jan. 1809</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>15</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Limburg Stirum</bold>,<break/>Willem Bernard graaf van</td>
<td valign="top" align="left">1795, 15 dec.<break/>[1889]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">12</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">14</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; sep. 1813</td>
<td valign="top" align="left">Gelderland<break/>(Arnhem)</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Kolonel der infanterie in het Staatse leger:<break/>1793 &#x2013; 1795<break/>Kwartierdrost van Arnhem: juni 1808 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>16</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Nepveu</bold>, Charles</td>
<td valign="top" align="left">1791, 5 okt.<break/> [1871]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">1809, 25 aug.</td>
<td valign="top" align="left">18</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>6de regiment infanterie,<break/>25 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Stad Utrecht</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Waals</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Lid vroedschap van Utrecht: v&#x00F3;&#x00F3;r 1795<break/>Rentenier: na 1795</td>
<td valign="top" align="left">Broer L.Th. Nepveu:<break/>Auditeur bij de Staatsraad,<break/>dec. 1807 &#x2013; dec. 1808</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>17</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Rendorp</bold>, Joachim</td>
<td valign="top" align="left">1793, 11 mrt.<break/>[Rusland 1812]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1809, 12 aug.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>2de regiment huzaren,<break/>12 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Amsterdam</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Lagere stedelijke ambten in Amsterdam: tot 1795<break/>Lid vroedschap Amsterdam: 1808 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Gerecommandeerd door verre verwant J.B. Bicker:<break/>(Eerste) Stalmeester van de Koning, 1807 &#x2013; 1810</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>18</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Schinne</bold>, Pieter Isaac van</td>
<td valign="top" align="left">1793, 10 juli<break/>[Rusland 1812]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">14</td>
<td valign="top" align="left">1809, 25 aug.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">2de luitenant<break/>3de regiment infanterie,<break/>25 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Rotterdam /<break/>Den Haag</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Waals</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Lid vroedschap van Rotterdam: 1787 &#x2013; 1795<break/>Lid vroedschap van Den Haag: 1808 &#x2013; 1811</td>
<td valign="top" align="left">Oom G. Brantsen van de Zyp:<break/>Kamerheer van de Koningin,<break/>mrt. 1807 &#x2013; feb. 1808</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>19</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Snouckaert van Schauburg</bold>,<break/>Philip Godard Reinoud baron</td>
<td valign="top" align="left">1795, 13 sep.<break/>[1869]</td>
<td valign="top" align="left">1808, 16 jan.</td>
<td valign="top" align="left">12</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; dec. 1810</td>
<td valign="top" align="left">Den Haag</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Luitenant-kolonel in het Staatse leger: 1793 &#x2013; 1795<break/>Onder-directeur Dep&#x00F4;t-generaal van Oorlog:<break/>jan. 1807 &#x2013; 1808<break/>Intendant van de paleizen in Utrecht en Amsterdam: jan. 1808 &#x2013; jan. 1810</td>
<td valign="top" align="left">Vader A.C. Snouckaert van Schauburg: Onder-directeur Dep&#x00F4;t-generaal van Oorlog, 1807 &#x2013; 1808<break/>Intendant van de paleizen in Utrecht en Amsterdam, 1808 &#x2013; 1810</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>20</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Druyvesteyn</bold>, Cornelis</td>
<td valign="top" align="left">1794, 22 aug.<break/>[1852]</td>
<td valign="top" align="left">1809, 3 sep.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; feb. 1813</td>
<td valign="top" align="left">Haarlem</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Patriot /<break/>Bataaf</td>
<td valign="top" align="left">Lid vroedschap van Haarlem: 1785 &#x2013; 1788<break/>Lid stadsbestuur van Haarlem: 1803 &#x2013; 1806 Overleden in juli 1806</td>
<td valign="top" align="left"></td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>21</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Goltstein van Hoekenburg</bold>, Joannes Hermanus Winoldus<break/>Eugenius Walradus Theodorus<break/>baron van</td>
<td valign="top" align="left">1793, 31 mrt.<break/>[1835]</td>
<td valign="top" align="left">1809, 3 sep.</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; jan. 1811</td>
<td valign="top" align="left">Gelderland<break/>(Zevenaar)</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left"></td>
<td valign="top" align="left">Ambteloos grondbezitter bij Zevenaar</td>
<td valign="top" align="left"><break/>Achterneef (moederszijde)<break/>A.W.J.J. van Hugenpoth tot Aerdt:<break/>Minister van Justitie en Politie,<break/>mei 1809 &#x2013; 1810</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>22</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Hoeufft</bold>, Paul Quirin</td>
<td valign="top" align="left">1794, 13 sep.<break/>[Rusland 1812]</td>
<td valign="top" align="left">1809, 3 sep.</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">16</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; 1811</td>
<td valign="top" align="left">Haarlem</td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Patriot /<break/>Bataaf</td>
<td valign="top" align="left">Schout van Haarlemmerliede: 1785 &#x2013; 1795<break/>Secretaris van de weeskamer te Haarlem:<break/>1796 &#x2013;</td>
<td valign="top" align="left">Gerecommandeerd door oom J.J. Cambier: Minister vice-president van de Staatsraad, jan. 1808 &#x2013; feb. 1810</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>23</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Knoppert tot Heerenbrink</bold>,<break/>Engelbertus Bernardus Joannes baron</td>
<td valign="top" align="left">1792, 6 juli<break/>[1864]</td>
<td valign="top" align="left">1809, 3 sep.</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">18</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; jan. 1811</td>
<td valign="top" align="left">Overijssel<break/>(Heino)</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">RK</td>
<td valign="top" align="left"></td>
<td valign="top" align="left">Ambteloos grondbezitter bij Heino</td>
<td valign="top" align="left">Gerecommandeerd door<break/>A.H. Cramer: Inspecteur<break/>der Posterijen te Zwolle</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>24</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Kretschmar</bold>,<break/>Alexander Abraham baron van</td>
<td valign="top" align="left">1795, 4 jan.<break/>[1874]</td>
<td valign="top" align="left">1809, 3 sep.</td>
<td valign="top" align="left">14</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">15</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; mrt. 1812</td>
<td valign="top" align="left">Den Haag</td>
<td valign="top" align="left">ja</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Kolonel in het regiment Hollandsche<break/>gardes te voet: mei 1785 &#x2013; jan. 1794<break/>Generaal-majoor in het Staatse leger: jan. 1794 &#x2013; jan. 1795<break/>Overleden in juli 1807</td>
<td valign="top" align="left">Oom Ph.J. van der Goes:<break/>Lid Wetgevend Lichaam,<break/>okt. 1806 &#x2013; nov. 1808<break/>Lid Staatsraad i.b.d.,<break/>juli 1806 &#x2013; dec. 1808</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" align="left"><bold>25</bold></td>
<td valign="top" align="left"><bold>Storm de Grave</bold>,<break/>Carel Willem Johan</td>
<td valign="top" align="left">1792, 5 mei<break/>[1878]</td>
<td valign="top" align="left">1809, 6 okt.</td>
<td valign="top" align="left">17</td>
<td valign="top" align="left">1810, 24 juli</td>
<td valign="top" align="left">18</td>
<td valign="top" align="left">Page van Napoleon<break/>24 juli 1810 &#x2013; jan. 1811</td>
<td valign="top" align="left"></td>
<td valign="top" align="left">nee</td>
<td valign="top" align="left">Geref.</td>
<td valign="top" align="left">Orangist</td>
<td valign="top" align="left">Vaandrig in het lijfregiment Oranje-Stad en Lande, waarin zijn vader luitenant-kolonel was: 1780 &#x2013; 1786<break/>Generaal-majoor in het Koninklijke Leger<break/>19 aug. 1809 &#x2013; 1810</td>
<td valign="top" align="left">Vader A.W. Storm de Grave:<break/>had zich als kolonel der infanterie bijzonder onderscheiden tijdens de oorlog in Spanje, 1808 &#x2013; 1809</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<table-wrap-foot>
<p><bold>Bronnen:</bold></p>
<p>Naamlijst met genealogische verwijzingen: Peter Christiaans, &#x2018;In dienst des Konings. De hofhouding van koning Lodewijk Napoleon&#x2019;, in: Leo Barjesteh van Waalwijk van Doorn en Frans van Rooijen (reds.), <italic>Tussen vrijheidsboom en oranjewimpel. Bijdragen tot de geschiedenis van de periode 1795-1813</italic> (Rotterdam 1995) 518-519.</p>
<p>Benoeming en vertrek: <italic>Alphabetisch register op de decreten van Zijne Majesteit den Koning van Holland</italic> (13 dln.; Amsterdam 1806-1810).</p>
<p>Carri&#x00E8;reverloop: <sc>na</sc>, Stamboeken van officieren der Landmacht, 1795-1813 [2.01.15]; <sc>na</sc>, Dienststaten en stamboeken der officieren van de Koninklijke Landmacht, 1814-1940 [2.13.04].</p>
<p>Relevante connecties: &#x00C9;tat nominatif, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 141; Relev&#x00E9; g&#x00E9;n&#x00E9;ral, <sc>an</sc>, <sc>aclb</sc>, <sc>af iv</sc> 1831, inv.nr. 142; &#x00C9;tat des Pi&#x00E8;ces remises, <sc>na</sc>, <sc>akh</sc>, inv.nr. 413 (Papiers divers)..</p>
</table-wrap-foot>
</table-wrap>
</sec>
</back>
</article>
