<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11087</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11087</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Comedy and Crisis. Pieter Langendijk, the Dutch and the Speculative Bubbles of 1720</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van der Haven</surname>
<given-names>Kornee</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Gent</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021061</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Goggin</surname><given-names>Joyce</given-names></name>
<name><surname>De Bruyn</surname><given-names>Frans</given-names></name>
</person-group>
<source>Comedy and Crisis. Pieter Langendijk, the Dutch and the Speculative Bubbles of 1720</source>
<comment>Eighteenth Century Worlds 9</comment>
<publisher-loc>Liverpool</publisher-loc>
<publisher-name>Liverpool University Press</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>286 pp.</page-range>
<isbn>9781789622201</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11087"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het komt niet vaak voor dat een Nederlands toneelstuk uit de achttiende eeuw in een hedendaagse Engelse vertaling verschijnt. Deze Engelse editie van de twee toneelstukken <italic>Arlequyn Actionist</italic> en <italic>Quincampoix</italic> van Pieter Langendijk (1683-1756) mag wat dat betreft misschien zelfs een primeur worden genoemd. Vergelijkbare internationale aandacht kreeg vooralsnog enkel zijn tijdgenoot Justus van Effen, maar dan vanwege diens journalistieke proza en de introductie van het spectatoriale tijdschrift op het vasteland van Europa.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> In tegenstelling tot Van Effen krijgt Langendijk deze speciale behandeling niet als gevolg van het in literair opzicht vernieuwende karakter van zijn werk. De redacteuren Joyce Goggin en Frans De Bruyn, beide anglisten, waren met name ge&#x00EF;nteresseerd in de enorme literaire productie van teksten in de Nederlandse Republiek over de zogeheten &#x2018;windhandel&#x2019; van 1720, de handel in opties en aandelen in internationale handelscompagnie&#x00EB;n die in dat jaar een enorme &#x2018;bubble&#x2019; in onder andere Frankrijk, Engeland en de Republiek veroorzaakte. Die zeepbel moest vroeg of laat wel uit elkaar spatten, waarna veel speculanten al hun ge&#x00EF;nvesteerde geld verloren. Het aantal teksten dat over die speculatiecrisis in de Nederlandse Republiek verscheen, is veel omvangrijker dan in Engeland en Frankrijk. Binnen dit corpus nemen de twee toneelteksten van Langendijk een centrale plaats in, wat de reden was voor deze Engelstalige editie van beide werken.</p>
<p><italic>Crisis and Comedy</italic> is onderdeel van een kleine hausse aan onderzoek van de afgelopen vijftien jaar naar de culturele representatie van vroegmoderne financi&#x00EB;le crises. De recente ervaringen van de banken- en kredietcrisis zullen die interesse voor historische momenten van speculatie zeker hebben aangewakkerd. De verhalen over de tulpenmanie in de zeventiende eeuw vormden in 2007 bijvoorbeeld het onderwerp van de bekende studie <italic>Tulipmania</italic> van Anne Goldgar.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> Middenin de kredietcrisis kwam William N. Goetzmanns lijvige publicatie <italic>The Great Mirror of Folly</italic> (2013) tot stand over de visuele, theatrale en literaire representatie van de &#x2018;South Sea Bubble&#x2019; in het achttiende-eeuwse verzamelwerk <italic>Het Groot Tafereel der Dwaasheid</italic> (1720).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Die bundel werd in 2020 gevolgd door de hier besproken Engelstalige heruitgave van Pieter Langendijks toneelstukken, waarvan vele in het voornoemde verzamelwerk waren opgenomen. Doroth&#x00E9;e Sturkenboom en Inger Leemans deden al eerder onderzoek naar de Nederlandse toneelstukken van 1720, waaruit onder andere bleek dat Langendijks stukken onderdeel uitmaakten van een veel groter corpus van Nederlandse dramateksten over hetzelfde onderwerp.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup></p>
<p>In het licht van deze toegenomen belangstelling voor de culturele representatie van financi&#x00EB;le crises valt de publicatie van <italic>Comedy and Crisis</italic> goed te begrijpen, maar het blijft toch een opvallende onderneming om de teksten van Langendijk integraal in het Engels toegankelijk te maken voor een internationaal leespubliek. Van het Nederlandse origineel van beide teksten bestaat immers geen moderne uitgave en moeten we het nog steeds doen met Carel Meijers editie uit 1892.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> Uit het feit dat de annotaties van de Engelse vertaling grotendeels op Meijers nog altijd accurate aantekeningen gebaseerd zijn, blijkt wel dat zijn editie ook tegenwoordig nog dienst kan doen. Ook van de stukken zelf kunnen we zeggen dat die de tand des tijds heel aardig hebben doorstaan. <italic>Arlequyn Actionist</italic> is weliswaar een wat oppervlakkige harlekinade, maar <italic>Quincampoix</italic> is een toneelstuk dat het (her)lezen zeker waard is. Intrigerend is de hoofdfiguur Bonavontuur, de koopman van het verhaal die het tot speculant schopt &#x2013; een durfkapitalist avant la lettre. Hij weet dat de optie- en aandelenhandel gebakken lucht is, maar toch laat hij zich aansteken door het speculatievirus. Omdat we de effecten van de beurskrach kunnen aanschouwen via de figuur Bonavontuur wordt de wat abstracte crisis voor de lezer al snel een meer concreet voorval met persoonlijke consequenties. Ze overvalt het personage bijna letterlijk als hij onder de voet wordt gelopen door een bende speculanten die in het eerste bedrijf zijn huis binnenstormen. De verstuikte enkel die hij daarbij oploopt is exemplarisch voor zijn toestand: hij is daadwerkelijk <italic>ziek</italic> geworden door de crisis. Die ziekte is vooral geestelijk, namelijk die van de speculatiegekte, maar krijgt hier ook een fysieke dimensie die past bij de oorspronkelijk betekenis van de term crisis in de medische wetenschap: het kantelmoment in een ziekteproces, oftewel het hoogtepunt van de ziekte, waarna de toestand nog verder kan verslechteren of verbeteren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup></p>
<p>De crisis die het speculatievirus bij Bonavontuur oplevert, wordt in het tweede bedrijf aan de toeschouwer getoond in Quincampoix, een koffiehuis aan de Kalverstraat dat in Amsterdam functioneerde als het centrum van de &#x2018;windhandel&#x2019;. Het zijn vooral de andere leden van zijn huishouden, namelijk zijn schoonbroer, toekomstige schoonzoon, dochter en vrouw, die Bonavontuur en de eer van de familie redden. Tegenover de weinig bonafide makelaar Grijpvogel dreigt Bonavontuur in het laatste bedrijf gezichtsverlies te lijden als blijkt dat hij hem geen aandelen kan leveren tegenover de afgesproken prijs. Via een list zorgen de familieleden ervoor dat Bonavontuur toch niet failliet gaat. Ze moeten daarbij interveni&#x00EB;ren in het koffiehuis zelf, van waaruit de verspreiders van de speculatiegekte opereren. Dit zijn in het toneelstuk vooral buitenlanders. De tekst is wat dat betreft uitgesproken xenofoob en antisemitisch. De ziekte is &#x2018;Frans&#x2019; en komt met name uit dat land overgewaaid. De bemiddelaars zijn &#x2018;joods&#x2019;, waarbij het stereotype van de op geld beluste &#x2018;smous&#x2019; wordt uitgemolken. In het stuk wordt de figuur van de Jood op flagrante wijze gedepersonaliseerd als de personages &#x2018;Eerste Jood&#x2019; en &#x2018;Tweede Jood&#x2019; (16).</p>
<p>De vertalers hebben ervoor gekozen om dit soort elementen, die vanuit een hedendaags perspectief onverteerbaar zijn, ongemoeid te laten. Sowieso blijven de vertalers, de redacteuren Goggin en De Bruyn en kunsthistoricus Merlijn Erken, tamelijk dicht bij de brontekst. De woordkeuze is precies te noemen en blijft tegelijk bloemrijk, passend bij de achttiende-eeuwse taal van Langendijk, hoewel rijm en metrum in het vertaalproces moesten sneuvelen. Het boek omvat behalve een vertaling van de twee stukken ook een verzameling essays die uitgebreid de achtergronden schetsen bij beide toneelstukken. In combinatie met die essays is het een studie op zich geworden die veel meer te bieden heeft dan een editie van <italic>Arlequyn Actionist</italic> en <italic>Quincampoix</italic> alleen. De financi&#x00EB;le achtergronden van beide teksten worden geschetst, de effecten van de &#x2018;bubble&#x2019; in de Nederlandse Republiek komen aan de orde, evenals de raciale en genderstereotypen in de toneelteksten, de traditie van de harlekinades, de relatie tussen theater en commercie en tenslotte de transnationale context waarin de twee stukken rond 1720 al functioneerden. De rijkdom aan kennis die deze essays rond de twee stukken samenbrengen is indrukwekkend. Ze laten zien dat het onderzoek op het snijvlak van cultuur- en literatuurgeschiedenis enerzijds en economische geschiedenis anderzijds de afgelopen jaren heel productief is geweest. De publicatie geeft ook aan dat taal noch in de achttiende eeuw noch anno nu een onoverkomelijke barri&#x00E8;re hoeft te vormen voor een internationale receptie van Langendijks toneelstukken. Zo circuleerden ze in de achttiende eeuw al in de Engelse <italic>Mirror of Folley</italic> en werd <italic>Quincampoix</italic> in 1721 vertaald in het Duits voor het Hamburgse publiek, zoals Eve Rosenhaft verduidelijkt in haar essay. Hopelijk zal die internationale interesse met deze publicatie een nieuw hoogtepunt beleven.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>En dan gaat het nog over de Franse tijdschriften van Van Effen, zie bijvoorbeeld Justus van Effen, <italic>La Bagatelle (1718-1719). A Critical Edition of Justus Van Effen&#x2019;s Journal</italic>. James L Schorr (red.) (Oxford 2014).</p></fn>
<fn id="fn2"><p>Anne Goldgar, <italic>Tulipmania. Money, Honor and Knowledge in the Dutch Golden Age</italic> (Chicago 2007).</p></fn>
<fn id="fn3"><p>William N. Goetzmann et al. (reds.), <italic>The Great Mirror of Folly. Finance, Culture, and the Crash of 1720</italic> (New Haven 2013).</p></fn>
<fn id="fn4"><p>Doroth&#x00E9;e Sturkenboom, &#x2018;Staging the merchant. Commercial vices and the politics of stereotyping in early modern Dutch theatre&#x2019;, <italic>Dutch Crossing</italic> 30:2 (2006) 211-228. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1080/03096564.2006.11730880">https://doi.org/10.1080/03096564.2006.11730880</ext-link>; Inger Leemans, &#x2018;Verse Weavers and Paper Traders. Speculation in the Theater&#x2019;, in: Goetzmann et al. (reds.), <italic>The Great Mirror of Folly</italic>, 175-190.</p></fn>
<fn id="fn5"><p>Pieter Langendijk, <italic>Quincampoix of de windhandelaars en Arlequyn Actionist</italic>, Carel Hendrik Philippus Meijer (red.) (Zutphen 1892).</p></fn>
<fn id="fn6"><p>Reinhart Koselleck, &#x2018;Crisis&#x2019;, <italic>Journal of the History of Ideas</italic> 67:2 (2006) 357-400.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>