<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11080</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11080</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Hans Wiegel. De biografie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Brouwer</surname>
<given-names>Jan-Willem</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Centrum voor Parlementaire Geschiedenis Nijmegen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021057</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Sijpersma</surname><given-names>Pieter</given-names></name>
</person-group>
<source>Hans Wiegel. De biografie</source>
<publisher-loc>Amsterdam/Antwerpen</publisher-loc>
<publisher-name>Uitgeverij Atlas Contact</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>766 pp.</page-range>
<isbn>9789045042442</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11080"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p><sc>vvd</sc>-politicus Hans Wiegel maakte een bliksemcarri&#x00E8;re. In 1967 werd hij Kamerlid &#x2013; op dat moment het jongste ooit &#x2013; en in 1971 fractievoorzitter, kort na zijn dertigste verjaardag. Hij maakte tussen 1973 en 1977 furore als oppositieleider onder het kabinet-Den Uyl om vervolgens minister van Binnenlandse Zaken en viceminister-president te worden in het kabinet Van Agt-<sc>i</sc> (1977-1981). Na nog een jaar fractievoorzitter te zijn geweest, vertrok hij in 1982 uit de landspolitiek en zou hij tot 1994 optreden als commissaris van de Koningin (CdK) in Friesland. Tussen 1995 en 2012 bekleedde Wiegel de rol van voorzitter van een organisatie van zorgverzekeraars en van 1995 tot 2000 was hij lid van de Eerste Kamer.</p>
<p>Pieter Sijpersma legt in <italic>Hans Wiegel. De biografie</italic> de nadruk op de tijd in de Haagse politiek. De eerste veertig jaar van Wiegels leven beslaan maar liefst 27 van de 31 hoofdstukken. De auteur heeft uitstekend onderzoek gedaan. Ruim twintigmaal sprak hij met de hoofdpersoon. Diens priv&#x00E9;-archief stelt weliswaar niet veel voor: Wiegel zelf zette amper iets op papier. Maar de <italic>Handelingen</italic> van de Tweede Kamer alsmede de verslagen van parlementair journalisten vormen een prachtige bron voor een studie van Wiegels optreden op het Binnenhof. Sijpersma, oud-hoofdredacteur van de <italic>Leeuwarder Courant</italic> en het <italic>Dagblad van het Noorden</italic>, brengt terecht een ode aan de parlementaire pers: &#x2018;Nederland kent een serieuze journalistieke cultuur, waarop ik met een gerust hart vertrouw&#x2019; (14).</p>
<p>Maar het verhaal begint al voor 1967. &#x2018;Zachte pit, harde schil&#x2019; (43), zei een jeugdvriend eens over Wiegel. Sijpersma laat zien hoe de verlegen zoon van een Amsterdamse meubelmaker in de Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie zijn politieke en oratorische talenten ontdekte. Zijn ster steeg snel. In 1962 was hij lid van het hoofdbestuur en in 1965-1966 voorzitter. Wiegels conservatisme was hem &#x2018;aangeboren&#x2019;. Toch was zijn politiek program &#x2018;niet zozeer ideologisch, maar vooral praktisch gericht, dat wil zeggen electoraal bepaald&#x2019; (672). Ten eerste moest de <sc>vvd</sc> een brede volkspartij worden. De snelle deconfessionalisering in de jaren 1960 maakte een verbreding van het electoraat mogelijk. Ten tweede mocht de <sc>vvd</sc> de <sc>kvp</sc>, <sc>chu</sc> en <sc>arp</sc> (de partijen die later opgingen in het <sc>cda</sc>) niet tegen zich in het harnas jagen, ook al visten ze in dezelfde electorale vijver. Alleen in een coalitie met de christendemocraten konden de liberalen immers het regeringskasteel binnendringen. De <sc>vvd</sc> moest zich daarom vooral scherp afzetten tegen de PvdA. Daarnaast was het belangrijk om zo veel mogelijk contact met &#x2018;de mensen in het land&#x2019; te onderhouden. Geen politicus die zo veel rokerige zaaltjes bezocht als Wiegel, of het nu verkiezingstijd was of niet. Sijpersma besteedt daar met goede reden veel aandacht aan.</p>
<p>De eerste 17 hoofdstukken, die handelen over de periode tot aan de verkiezingen van 1977 en de formatie van het kabinet-Van Agt/Wiegel, zijn bijzonder rijk. Ze tonen niet alleen het handwerk van een Kamerlid, maar laten ook zien hoe Wiegel zijn gezag binnen de <sc>vvd</sc> vestigde. Als lijsttrekker boekte hij grote successen. De partij steeg van 16 Kamerzetels in 1971 naar 22 in 1972 en 28 in 1977. Volgens Sijpersma is Wiegels grootste verdienste dat hij van de <sc>vvd</sc> een volkspartij maakte. Knap legt de biograaf uit hoe Wiegel nauwe banden met de pers aanknoopte, en niet alleen met <italic>De Telegraaf</italic>, maar ook met linkse journalisten. Dat leverde hem veel publiciteit op. De analyses van de debatten tussen Wiegel en Joop den Uyl, bijvoorbeeld bij de algemene beschouwingen van 1972 en 1973, vormen een van de hoogtepunten van het boek. Terecht noemt Sijpersma Wiegel &#x2018;een van de meest getalenteerde Kamerleden ooit&#x2019; (256). Hoewel de auteur zijn bewondering voor de branie en de humor van zijn hoofpersoon niet verbergt, is van een hagiografie geen sprake. Zo laat Sijpersma zien hoe Wiegel zijn hand overspeelde in het debat over de zogenoemde Machtigingswet in de oliecrisis in december 1973.</p>
<p>Het wordt nergens expliciet geschreven maar het is duidelijk dat <italic>Hans Wiegel</italic> niet alleen een biografie maar ook een politiek-culturele geschiedenis van Wiegels tijd moest worden. Daar slaagt Sijpersma overigens niet altijd even goed in. Zo vertelt de auteur weliswaar onderhoudend over de ontwikkelingen in de popmuziek in 1967 en 1971 maar wat dit met de hoofdpersoon vandoen heeft, blijft onduidelijk. Ook het kabinet-Den Uyl heeft Sijpersma&#x2019;s bijzondere belangstelling en de formatie ervan alsmede de interne verhoudingen komen uitgebreid aan de orde. Maar bij de val van dat kabinet in 1977 door interne spanningen speelde Wiegel geen noemenswaardige rol. Een strengere redactie had daar iets aan moeten doen. Storend zijn ook de talloze herhalingen, vaak in dezelfde bewoordingen. De uitslag van de verkiezingen in 1967 wordt twee keer besproken en de boutade van D&#x2019;66-politicus Hans Gruijters over de onbetrouwbaarheid van christendemocraten &#x2013; hij zei eens dat hij zijn vingers altijd natelde als hij een christendemocraat een hand had gegeven &#x2013; duikt zelfs driemaal op.</p>
<p>Halverwege kantelt het boek. Vanaf hoofdstuk 18 over de verkiezingen van 1977 wijzigt de auteur stilzwijgend zijn aanpak. De analyse maakt grotendeels plaats voor de anekdote en het bronnenonderzoek wordt vervangen door interviews. Daar heeft de leesbaarheid niet onder te lijden; de gang van zaken op Wiegels departement, bijvoorbeeld, wordt vlot beschreven. Datzelfde geldt voor de passage over het optreden van Wiegel als <italic>law and order</italic>-minister tijdens de krakersrellen in Amsterdam rond 1980. Maar veel nieuws leveren deze hoofdstukken niet op. Het was de moeite waard geweest om de positie van de <sc>vvd</sc> in het kabinet-Van Agt aan een nadere beschouwing te onderwerpen. Er is namelijk in de historiografie een beeld ontstaan dat de liberalen toen onder het juk van de christendemocraten zijn doorgegaan.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het financieel-economisch beleid van het kabinet. De <sc>vvd</sc> had in 1977 &#x2018;puinruimen&#x2019; na het &#x2018;verkwistende&#x2019; kabinet-Den Uyl hoog in het vaandel staan, maar daar kwam in de praktijk niets van terecht. Dat de liberalen zich daarbij neerlegden, was vooral te danken aan Wiegel voor wie het behoud van het kabinet de hoogste prioriteit had. Als de <sc>vvd</sc> het kabinet over de begrotingsproblemen had laten vallen, zou de partij zich &#x2013; zo was zijn inschatting &#x2013; als toekomstig coalitiepartner onmogelijk hebben gemaakt. &#x2018;Het spel om de knikkers interesseerde hem meer dan de knikkers zelf&#x2019; (670), concludeert Sijpersma, die overigens enkele malen opmerkt dat de <sc>vvd</sc> het ook &#x2018;op andere fronten&#x2019; tegen het <sc>cda</sc> moest afleggen. Voorbeelden geeft hij echter niet. Mogelijk hielden de liberalen in sociaaleconomische kwesties de rug niet recht, maar dat deden zij elders toch wel, zoals in de crises rond de kernwapens in 1979 en rond een mogelijke boycot van Zuid-Afrika in 1980.</p>
<p>Een andere vraag die onbeantwoord blijft, is waarom Wiegel vanaf 1982 ruim tien jaar bleef koketteren met een glorieuze comeback in de landspolitiek. Vond hij dat hij Den Haag te vroeg had verlaten, handelde hij uit ijdelheid of wilde hij als CdK slechts een vinger in de pap houden&#x003F; Hier ontbreken de subtiele analyses die de eerdere hoofdstukken kenmerkten. Ook een schets van de <sc>vvd</sc> in deze tijd zou hier op zijn plaats zijn geweest. Want hoe was het mogelijk dat de toespelingen op een terugkeer van &#x2018;het orakel van Leeuwarden&#x2019; telkens weer voor zo veel verwarring zorgden in de partij&#x003F;</p>
<p>Opvallend sterk is daarentegen weer het hoofdstuk over de tragiek in Wiegels persoonlijke leven: het verlies van twee echtgenotes, beiden door een verkeersongeluk. Hier excelleert Sijpersma in een ronduit ontroerende beschrijving. &#x2018;Zijn verdriet is niet opgelost in de tijd, maar zit nog diep in zijn binnenste&#x2019; (674).</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Zie bijvoorbeeld Patrick van Schie, &#x2018;Rode vlammen en blauw bluswater. <sc>vvd</sc>-positionering tegenover de PvdA tussen 1971 en 1982&#x2019;, in: Patrick van Schie (red.), <italic>Tussen polarisatie en paars. De 100-jarige verhouding tussen liberalen en socialisten in Nederland</italic> (Kampen 1995) 142.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>