<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.10944</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.10944</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject></subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Geschiedenis van de Nederlandse drugsbestrijding (1961-2011). Het Dirty Harry-probleem</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Lisanne</surname>
<given-names>Walma</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Open Universiteit</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021021</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Jack</surname><given-names>Wever</given-names></name>
</person-group>
<source><italic>Geschiedenis van de Nederlandse drugsbestrijding (1961-2011). Het Dirty Harry-probleem</italic></source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>580 pp.</page-range>
<isbn>978-9-46274-484-4</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.10944"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de geschiedschrijving over de Nederlandse drugsbestrijding is er met name veel aandacht geweest voor de perspectieven van de ontwikkelaars van het drugsbeleid in nationale en internationale context.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Jack Wever voegt daar nu een belangrijk ander perspectief aan toe: dat van de uitvoerders. In <italic>Geschiedenis van de Nederlandse drugsbestrijding (1961-2011)</italic>. <italic>Het Dirty Harry-probleem</italic> onderzoekt hij de ontwikkeling van de Nederlandse drugsbestrijding aan de hand van interne discussies binnen de Nederlandse politie. In de handelseditie van zijn proefschrift, waarop hij in 2020 promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, laat Wever zien dat de uitvoering van drugswetgeving voor de politie soms een onmogelijke opgave was en dat ze zich vaak in een isolement bevond vanwege de geringe aandacht van de betrokken autoriteiten.</p>
<p>Wever boort waardevolle nieuwe historische bronnen aan, zoals artikelen uit diverse politievakbladen, memoires van drugsbestrijders en interviews met destijds betrokken politiemensen. Aan de hand van deze bronnen detailleert hij de ontwikkelingen binnen de drugsbestrijding, van de eerste uitbreiding ervan na de toename van het drugsgebruik in Nederland in de jaren zestig (hoofdstuk 1), de schaalvergroting van de drugsbestrijding in de jaren zeventig en tachtig (hoofdstuk 2), de crisis bij de recherche door de <sc>irt</sc>-affaire in de jaren negentig (hoofdstuk 3) tot de toenemende samenwerking met de internationale politie, gemeentes en nutsbedrijven bij het tegengaan van de handel in wiet en synthetische drugs in de jaren negentig en 2000 (hoofdstuk 4).</p>
<p>Het boek biedt echter meer dan alleen een analyse van de drugsbestrijding door de Nederlandse politie. Wever behandelt in de verschillende hoofdstukken ook steeds uitgebreid de organisatorische veranderingen en discussies binnen de politie en recherche. Hoewel hij hiermee interessante achtergrondinformatie biedt, staan deze passages vaak niet in verbinding met zijn studie van de drugsbestrijding in Nederland. Hierdoor lezen de hoofdstukken soms als twee aparte verhalen. Wever had zijn analyse kunnen verrijken door dit meer algemene deel beter te incorporeren in de geschiedenis van de drugsbestrijding.</p>
<p>Wever heeft voldoende te zeggen over de ontwikkeling van de drugsbestrijding. Een van zijn belangrijkste conclusies is dat drugsbestrijders in een isolement belandden en in een zoektocht naar oplossingen soms over de schreef gingen. Wever kenmerkt deze problematiek aan de hand van de <italic>Dirty Harry</italic>-theorie van de Amerikaanse politiesocioloog Carl Klockars. Deze theorie stelt dat de politie voor morele dilemma&#x2019;s komt te staan wanneer ze geconfronteerd wordt met urgente situaties waarin alleen ongeoorloofde middelen kunnen zorgen voor een oplossing. Volgens Wever deden deze Dirty Harry-problemen zich regelmatig voor bij drugsbestrijding, omdat van de politie werd verwacht dat zij drugsproblematiek bestreed, terwijl zij tegelijkertijd maar weinig handvaten kreeg om mee te werken van autoriteiten zoals de politieleiding, het Openbaar Ministerie en nationale en lokale besturen. Zij haalden volgens Wever hun handen af van de drugscriminaliteit, waardoor er veel vrijheid ontstond bij de drugsrecherche. Dit leidde tot het soms vergaande gebruik van middelen die op dat moment nog niet wettelijk toegestaan waren, zoals infiltratie en pseudokoop.</p>
<p>In verschillende hoofdstukken schetst de auteur hoe de politie vanuit een ge&#x00EF;soleerde positie op zoek moest naar oplossingen. In hoofdstuk 1 beschrijft Wever de opkomst van nieuwe drugs in de jaren zestig, zoals cannabis en <sc>lsd</sc>, en nieuwe gebruikersgroepen, vooral bestaande uit jongeren. De politie moest op last van de autoriteiten de bestrijding van deze nieuwe vormen van drugshandel en -gebruik op zich nemen, maar zij had maar weinig kennis van het onderwerp en werd ook niet bij het opstellen van het drugsbeleid betrokken. Veel rechercheurs moesten het opsporingsvak leren uit de praktijk. Hierbij maakte de Nederlandse recherche vaak gebruik van informatie uit de Verenigde Staten, onder andere via cursussen gegeven door de Amerikaanse Drug Enforcement Administration.</p>
<p>In hoofdstuk 2 toont Wever dat onder invloed van toenemende criminaliteit en de hero&#x00EF;ne-epidemie het gebruik van nieuwe opsporingsmethoden zoals infiltratie toenam in de jaren zeventig en tachtig. Regelgeving hierover bleef echter ver achter, want echte opsporingsrichtlijnen volgden pas in 1991. Hierdoor moest de recherche zelf beslissen hoe ver ze kon gaan en dit leidde tot een rekkelijke benadering van wat wel en niet door de beugel kon. Deze werkwijze was een van de belangrijkste oorzaken van de <sc>irt</sc>-affaire (1993-1996), een crisis binnen de drugsbestrijding waarbij een interregionaal team vergaande opsporingsmethoden gebruikte zoals het gecontroleerd doorlaten van grote hoeveelheden drugstransporten in Nederland.</p>
<p>Aan de hand van de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe opsporingsmethoden demonstreert Wever mooi hoe lastig het was voor de politie om drugscriminaliteit te bestrijden binnen de beperkte regelgeving. Wel blijft zijn analyse vaak beschrijvend. Wat nu precies de reacties waren van de betrokken politiemensen op de ontwikkeling van de drugsbestrijding komt vaak niet naar boven en dat is jammer gezien het rijke materiaal dat de auteur heeft gevonden. Dit is kenmerkend voor het hele boek: meer citaten uit de vakbladen en van ge&#x00EF;nterviewden hadden het verhaal een stuk levendiger en concreter kunnen maken.</p>
<p>De moeizame verhoudingen tussen de verschillende korpsen en de vele reorganisaties maakten het werk van de drugsbestrijders ook lastig. Vaak bleven lokale korpsen hun eigen gang gaan, wat de uitvoering van een interregionaal en nationaal drugsbeleid ondermijnde. Diverse reorganisaties leidden tot inperking van de middelen van de recherche of verlies aan ervaring. Na de reorganisatie in de jaren zeventig moesten politiemensen bijvoorbeeld terug naar de ge&#x00FC;niformeerde dienst na een paar jaar als rechercheur gewerkt te hebben, waardoor belangrijke ervaring verloren ging. Wever ziet aan het eind van zijn boek ook positieve ontwikkelingen, namelijk het ontstaan van samenwerkingen die de politie uit haar isolement haalden. Zo werd er na de afschaffing van de Europese binnengrenzen in 1993 toenemend met de internationale politie samengewerkt en begonnen woningbouwco&#x00F6;peraties, gemeentebesturen en nutsbedrijven de politie te helpen bij drugsbestrijding.</p>
<p>Met <italic>Geschiedenis van de Nederlandse drugsbestrijding (1961-2011)</italic> geeft Wever een zeer compleet overzicht van vijftig jaar drugsbestrijding. Hij betoogt overtuigend dat de uitvoering van drugsbeleid een constante worsteling is geweest voor de politie, die gevoed werd door haar ge&#x00EF;soleerde positie, gebrek aan kennis en een afwachtende houding van de autoriteiten. Wever voegt met deze studie een extra laag toe aan voorgaand historisch onderzoek naar de Nederlandse drugsbestrijding, waarin voornamelijk de ontwikkeling van het beleid belicht werd. Wel had hij meer uit zijn materiaal kunnen halen, bijvoorbeeld door meer citaten uit het bronmateriaal op te nemen in zijn analyse van de verschillende dilemma&#x2019;s waar de politie voor stond. Niettemin biedt deze studie een zeer grondig overzicht van de ontwikkelingen binnen de Nederlandse drugsbestrijding aan de ge&#x00EF;nteresseerde onderzoeker. Als naslagwerk is dit boek dan ook zeker een aanrader.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Tom Blom, <italic>Opiumwetgeving en drugsbeleid</italic> (Deventer 2015); Marcel de Kort, <italic>Tussen pati&#x00EB;nt en delinquent. Geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid</italic> (Hilversum 1995).</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>