<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.10943</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.10943</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject></subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Civic Education and Contested Democracy. Towards a Pedagogic State in the Netherlands post 1945.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Marijke</surname>
<given-names>Huisman</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021021</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Wim de</surname><given-names>Jong</given-names></name>
</person-group>
<source><italic>Civic Education and Contested Democracy. Towards a Pedagogic State in the Netherlands post 1945.</italic> Palgrave Studies in Global Citizenship Education and Democracy</source>
<publisher-loc>Londen</publisher-loc>
<publisher-name>Palgrave Macmillan</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>250 pp.</page-range>
<isbn>978-3-030-56297-7</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.10943"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Sinds 2006 zijn Nederlandse scholen voor primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs bij wet verplicht sociale integratie en actief burgerschap te bevorderen, maar die opdracht tot burgerschapsvorming werd vanwege het in Nederland zwaar bevochten grondrecht op vrijheid van onderwijs aanvankelijk niet inhoudelijk ingevuld. In het onderwijsveld leidde dat tot grote onzekerheid, met als gevolg een explosie in het aanbod van lespakketten, handboeken en andersoortige richtlijnen voor de vormgeving van burgerschapsonderwijs. Stijgende angst voor terrorisme en berichten van de Nationaal Co&#x00F6;rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid over vermeende salafistische invloeden op het islamitische Haga Lyceum in Amsterdam cre&#x00EB;erden ten slotte ruimte voor aanscherping van de wet. Eind 2019 lanceerde Arie Slob, minister van Onderwijs, een concept-wet die nadrukkelijk in het teken stond van trouw aan de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Critici, waaronder de koepels voor christelijke en openbare scholen, meenden dat die inhoudelijke sturing de vrijheid van onderwijs zodanig schond dat actief, kritisch burgerschap eerder werd ondermijnd dan versterkt. Desalniettemin stemde de Eerste Kamer in de zomer van 2021 in met de nieuwe wet.</p>
<p>Politiek-historicus Wim de Jong, die in 2017 in opdracht van de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs Verus een geschiedenis over honderd jaar vrijheid van onderwijs publiceerde, behoort duidelijk tot de critici. &#x2018;Kweek op school niet alleen maar nette burgers&#x2019;, adviseerde hij minister Slob in een opiniestuk in <italic><sc>nrc</sc> Handelsblad</italic> van 12 juni 2018.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Diezelfde boodschap is te vinden in dit boek, een vertaling van zijn proefschrift <italic>Van wie is de burger&#x003F; Omstreden democratie in Nederland, 1945-1985</italic> (2014) die is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk over de periode 1985-2020.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> In diens boek wijst De Jong onder meer op Greta Thunberg en de Occupy-beweging als voorbeelden van goede burgers die zich niet direct onderscheiden door trouw aan de heersende normen en waarden maar juist vanwege hun door eigen waarden gedreven burgerlijke ongehoorzaamheid bijdragen aan het functioneren van de democratie. Dit boek draait dan ook om de paradox van burgerschapsvorming in democratie&#x00EB;n: hoe onderwijs je democratie zonder burgers bepaalde waarden op te leggen en juist daarmee die democratie om zeep te helpen&#x003F;</p>
<p>De Jong beantwoordt deze vraag historisch voor naoorlogs Nederland, van wederopbouw en Doorbraak via de emancipatiebewegingen van de jaren zestig en zeventig naar discussies over (het failliet van) de multiculturele samenleving rond de eeuwwisseling en de corona toespraken van premier Mark Rutte in 2020. Meer precies deed De Jong begripshistorisch onderzoek. In een breed scala aan &#x2018;middlebrow&#x2019; bronnen uit de wereld van het jeugdwerk en het volksonderwijs van onder andere de Televisie Academie (Teleac) en Stichting Burgerschapskunde zocht hij naar uitspraken van politici, partijkaderleden, onderwijzers, pedagogen en anderen die actief bezig waren hun visies op burgerschap en democratie om te zetten in concrete praktijken. Onder die geschiedenis ligt een raamwerk waarin De Jong vijf visies op democratie en burgerschap(svorming) onderscheidt: de <italic>oecumenische</italic> visie, gericht op eenheid en integratie van burgers in een waardengemeenschap; de <italic>proportionele</italic> visie, die het belang van (ideologische) pluriformiteit of diversiteit benadrukt; de <italic>discipline</italic>-visie, waarin van burgers volgzaamheid wordt verwacht en democratie primair geldt als instrument voor de selectie van bestuurders; de <italic>libertaire</italic> visie, die juist pleit voor individuele vrijheid en zich afzet tegen de eerder genoemde drie visies; en ten slotte de <italic>radicale</italic> visie op democratie, die de individuele vrijheid van burgers niet veronderstelt maar beschouwt als een vormingsproject waarin kritische bewustwording en emancipatie centraal staan.</p>
<p>In zijn chronologisch geordende hoofdstukken laat De Jong overtuigend zien dat er in naoorlogs Nederland steeds sprake is van strijd tussen actoren met verschillende visies &#x2013; met wisselende uitkomsten. De oecumenische visie, bijvoorbeeld, stond centraal in het denken en doen van Doorbrekers over burgerschap als persoonsvorming in een christelijk-humanistische waardengemeenschap en won in de jaren vijftig aan kracht, maar verloor in de daaropvolgende decennia terrein aan de antiautoritaire libertaire en radicale visies van sociale bewegingen. In een context van neoliberalisme en &#x2018;morele paniek&#x2019; over doorgeschoten individualisme en multiculturalisme ziet De Jong vanaf de jaren tachtig echter de terugkeer van een oecumenisch-disciplinaire visie. Deze visie wordt dan paradoxaal vormgegeven als de anti-paternalistische en libertaire opdracht aan burgers om een seculier, ge&#x00EB;mancipeerd en zelfsturend individu te worden dat zichzelf tegelijkertijd in toom houdt en bijdraagt aan wat koning Willem Alexander in de troonrede van 2013 de &#x2018;participatiesamenleving&#x2019; noemde.</p>
<p>Ongeacht de wisselende koers in dominante visies op burgerschap en democratie ziet De Jong een grote constante in het Nederlandse denken en doen over burgerschapsvorming: de zeer breed gedragen afkeer van &#x2018;staatspedagogiek&#x2019;. Desondanks plaatst hij Nederland in een omgekeerd patroon. Direct op pagina 1 stelt De Jong: &#x2018;We live in a pedagogic state. Twenty-first-century western societies often see social problems in educational terms&#x2019;. Of het nu gaat om de bestrijding van obesitas, racisme, politieke apathie of de &#x2018;crisis van de democratie&#x2019;, telkens worden onderwijs en opvoeding aangemerkt als oplossing. De Jong claimt de wording van die pedagogische staat te schetsen (16), maar zijn uitwerking beperkt zich tot naoorlogs Nederland. Die periodisering bevreemdt omdat De Jong zelf ook al stelt: &#x2018;worries about lack of civic competence date back to the emergence of modern democracy in the late eighteenth century&#x2019; (3). De eenzijdige nadruk op Nederlandse actoren en ontwikkelingen blokkeert bovendien een comparatief antwoord op de vraag of en hoe naoorlogs Nederland dan in dat algemeen-westers patroon van pedagogisering van de staat zou passen.</p>
<p>Dat laatste klemt omdat deze uitgebreide vertaling van De Jongs proefschrift verschijnt in de serie Palgrave Studies in Global Citizenship Education and Democracy, gericht op de publicatie van theoretische en praktische studies die bijdragen aan verwezenlijking van &#x2018;the promise of egalitarian Civil Societies&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Daarin verschijnen merendeels studies over algemeen-pedagogische thema&#x2019;s, zoals blijkt uit titels als <italic>Multiculturalism, Higher Education and Intercultural Communication</italic> (2017) of <italic>Education for Sustainability through Internationalisation</italic> (2018). Specifieke landenstudies, zoals Kevin Smiths studie over <italic>Curriculum, Culture and Citizenship Education in Wales</italic> (2016) en dit boek van De Jong, dienen &#x2018;a comparative overview of the different conceptions and approaches to citizenship education and democracy around the world&#x2019; te verschaffen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> Lezers van alle studies uit de reeks kunnen de vergelijking misschien zelf maken, maar De Jong doet dat weinig. Zo bezien lijkt zijn bewerkte proefschrift vooral geslaagd in het behalen van weer een ander doel: het aan (buitenlandse) lezers verschaffen van een &#x2018;accessible introduction to Dutch post-war political history, revolving around what contemporaries associated with &#x201C;democracy&#x201D;, and what ideas and practices they saw as &#x201C;undemocratic&#x201D;&#x2019; (6).</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><p>Wim de Jong, &#x2018;Kweek op school niet alleen maar &#x201C;nette burgers&#x201D;&#x2019;, <italic><sc>nrc</sc> Handelsblad</italic>, 11 juni 2018, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.nrc.nl/nieuws/2018/06/11/kweek-op-school-niet-alleen-maar-nette-burgers-a1606165">https://www.nrc.nl/nieuws/2018/06/11/kweek-op-school-niet-alleen-maar-nette-burgers-a1606165</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn2"><p>Het proefschrift werd besproken door Ido de Haan in <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic>Low Countries Historical Review</italic> 131:2 (2016). <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10201">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10201</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn3"><p>&#x2018;Palgrave Studies in Global Citizenship Education and Democracy&#x2019;, <italic>Springer</italic>, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://link.springer.com/bookseries/14625">https://link.springer.com/bookseries/14625</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn4"><p>Ibidem.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>