<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.27354</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.27354</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Kolen en kampen. Tewerkstelling van politieke delinquenten in Nederlandse steenkolenmijnen, 1945-1958</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Speerstra</surname>
<given-names>Lieke</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Radboud Universiteit Nijmegen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260026</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Schoot Uiterkamp</surname><given-names>Annet</given-names></name>
</person-group>
<source>Kolen en kampen. Tewerkstelling van politieke delinquenten in Nederlandse steenkolenmijnen, 1945-1958</source>
<publisher-loc>Maastricht</publisher-loc>
<publisher-name>Stichting Maaslandse Monografie&#x00EB;n</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>367 pp.</page-range>
<isbn>9789090378435</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.27354"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Annet Schoot Uiterkamps <italic>Kolen en kampen</italic> opent met twee grote problemen die ontstaan wanneer Zuid-Limburg in september 1944 als eerste Nederlandse provincie wordt bevrijd. De kolenproductie ligt vrijwel stil door vernielde installaties en een tekort aan personeel. Dat is problematisch, want de kolenindustrie is essentieel voor de Nederlandse economie. Kolen verwarmen niet alleen huizen, maar leveren ook de energie waarop fabrieken draaien. Voor de wederopbouw &#x2013; van Limburg en vanaf mei 1945 van heel Nederland &#x2013; zijn dus dringend mijnwerkers nodig. Tegelijkertijd zitten duizenden vermeende collaborateurs opgesloten in overvolle en provisorische bewaringskampen in afwachting van hun berechting. Al snel leggen de mijndirecties, en na de bevrijding ook het Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging, een verband tussen beide problemen. Kunnen politieke delinquenten niet in de mijnen aan het werk? Tussen mei 1945 en 1958 komen uiteindelijk ruim 13.000 van hen in de Limburgse mijnen terecht. <italic>Kolen en kampen</italic> biedt een gedetailleerde beschrijving van hun tewerkstelling en hun leven in de Limburgse interneringskampen.</p>
<p>In 2020 promoveerde Schoot Uiterkamp op dit onderzoek aan de Universiteit Maastricht. De huidige uitgave, verschenen in de reeks Maaslandse Monografie&#x00EB;n, is vooral bedoeld als bijdrage aan de Limburgse regionale geschiedenis. Tegelijkertijd vult het werk een lacune in het onderzoek naar de Nederlandse overgangsjustitie na de Tweede Wereldoorlog. In bestaande studies is weinig aandacht voor regionale context en verschillen. Toch is dit perspectief belangrijk, betoogt Schoot Uiterkamp, juist omdat Nederland gefaseerd werd bevrijd en de situatie per regio sterk verschilde. <italic>Kolen en kampen</italic> is dan ook een treffende titel: het eerste deel behandelt de tewerkstelling in de Limburgse mijnen, het tweede deel de huisvesting en het kampregime in de Limburgse interneringskampen. Het boek laat zien dat in deze regio de behandeling van collaborateurs in grote mate werd bepaald door economische belangen. Daarmee vormt dit boek een waardevolle aanvulling op de bestaande literatuur over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, die lange tijd vooral op nationaal niveau is bestudeerd.</p>
<p>In de historiografie ligt de nadruk op de oprichting en het functioneren van de Bijzondere Rechtspleging. De internering van collaborateurs heeft minder aandacht gekregen, en over hun tewerkstelling is al helemaal weinig geschreven. Wanneer deze toch wordt genoemd, wordt vaak gesuggereerd dat er sprake was van dwangarbeid. Dat beeld is echter al in 2013 verworpen door historica Helen Grevers in haar proefschrift <italic>Van landverraders tot goede vaderlanders</italic>, waarin zij de opsluiting van collaborateurs in Nederland en Belgi&#x00EB; vergelijkt. Schoot Uiterkamp verwijst naar het werk van Grevers en merkt op: &#x2018;Het onderzoek van Grevers en anderen stelde mij in staat om de situatie in de Limburgse mijnen te vergelijken met die in Belgi&#x00EB;&#x2019; (16). Daarmee raakt zij echter ook aan mijn grootste kritiekpunt op dit boek. Hoewel Schoot Uiterkamp op basis van Grevers&#x2019; studie af en toe een vergelijking maakt met de (gedwongen) tewerkstelling van <italic>incivieken</italic>, de Belgische term voor collaborateurs, plaatst zij haar eigen bevindingen niet in dialoog met die van Grevers over de Nederlandse situatie. En dat terwijl Grevers&#x2019; proefschrift het toonaangevende werk in Nederland is over de internering van politieke delinquenten en bovendien de tewerkstelling in de mijnen behandelt. Door het ontbreken van deze positionering blijft het boek vooral een bijdrage aan de regionale geschiedenis; het laat onvoldoende zien hoe de Limburgse situatie zich verhoudt tot de rest van Nederland.</p>
<p>Toch biedt <italic>Kolen en kampen</italic> waardevolle inzichten. De tewerkstelling van politieke delinquenten was dus geen dwangarbeid, maar vrijwillig en betaald. Het loon ging, na aftrek van de kosten voor internering, rechtstreeks naar hun families. Dit moest het werk voor politieke delinquenten aantrekkelijk maken. Uit het uitgebreide en diepgravende archiefonderzoek van Sloot Uiterkamp blijkt bovendien dat er onder &#x2018;vrije&#x2019; mijnwerkers nauwelijks verzet bestond tegen de inzet van politieke delinquenten. Dit staat haaks op het beeld dat hiervan bestaat in het collectieve geheugen en in de lokale literatuur. Op basis van de archieven van de betrokken overheidsinstanties &#x2013; waaronder het Militair Gezag Limburg, de strafgevangenissen en rijksinrichtingen in de Mijnstreek, het Ministerie van Economische Zaken en het Directoraat-Generaal van de Bijzondere Rechtspleging &#x2013; evenals de beschikbare archieven van de steenkolenmijnen, weet Schoot Uiterkamp het bestaande beeld te nuanceren.</p>
<p>Aanvankelijk kwamen alleen nog niet veroordeelde collaborateurs in aanmerking voor werk in de mijnen, maar later werden ook (langer) gestraften uit heel Nederland naar Limburg gehaald. De mijndirecties trokken daarbij wel een grens: levenslang veroordeelden werden uitgesloten van tewerkstelling. Niet alleen collaborateurs werkten in de mijnen, ook &#x2018;vijandelijke onderdanen&#x2019; (met de Duitse nationaliteit), oorlogsmisdadigers (onder wie Albert Gemmeker, de kampcommandant van Westerbork) en Indi&#x00EB;-weigeraars werden tewerkgesteld. Onder andere door de tewerkstelling was Limburg de eerste provincie waar een duidelijke selectie tussen gevangenen plaatsvond. Strafinstellingen gingen differenti&#x00EB;ren op basis van leeftijd en voormalig beroep, waardoor niet langer iedereen samen werd ge&#x00EF;nterneerd.</p>
<p>De regionale context had dus grote invloed op de manier waarop de internering van politieke delinquenten in Limburg werd vormgegeven. Juist hier ligt een interessante aanvulling op het werk van Grevers. Waar Grevers de tewerkstelling vooral interpreteert als middel tot reclassering, laat <italic>Kolen en kampen</italic> zien dat voor 1947 vooral economische motieven de doorslag gaven. Pas vanaf 1947, stelt Schoot Uiterkamp, &#x2018;werd de tewerkstelling ook gezien als een middel tot reclassering. Aan een economisch doel werd een sociaal doel gekoppeld&#x2019; (156).</p>
<p>Het tweede deel van het boek levert minder nieuwe inzichten op, maar vult Grevers&#x2019; beschrijving van de interneringskampen wel mooi aan met een indrukwekkende hoeveelheid details over het leven in de Limburgse interneringskampen. Het belangrijkste punt dat de auteur hier maakt, is dat Limburg vanaf 1947 een vernieuwende fase inging toen drie nieuwe strafinrichtingen werden opgericht. In deze instellingen stond de terugkeer in de maatschappij centraal. Er was goed opgeleid personeel, er werd ge&#x00EF;nvesteerd in vrijetijdsbesteding en persoonlijke ontwikkeling, en vanaf 1949 kwam er zelfs een verlofregeling met een eigen verlofcentrum voor gevangenen die niet naar huis konden. Chaotische kampen maakten in Limburg dus plaats voor instellingen waar werd ge&#x00EB;xperimenteerd met vernieuwende interneringsmethoden die een voorbeeld moesten vormen voor het gevangeniswezen in de rest van Nederland. &#x2018;Een belangrijk verschil met kampen elders in het land&#x2019;, benadrukt Schoot Uiterkamp, &#x2018;was de mogelijkheid tot werken&#x2019; (265).</p>
<p>Het idee dat Limburgse strafinstellingen een voorbeeld wilden zijn voor de rest van Nederland is interessant. Maar juist hier was een dialoog met Grevers&#x2019; werk passend geweest. In <italic>Van landverraders tot goede vaderlanders</italic> beschrijft Grevers namelijk dat elders in Nederland vanaf de zomer van 1946 werd ge&#x00EB;xperimenteerd met vernieuwende vormen van internering en tewerkstelling. Zo werden drieduizend collaborateurs ingezet bij de drooglegging van de Noordoostpolder. In juni 1948 volgden nieuwe projecten, zoals Kamp Westvaart, eveneens in de Noordoostpolder, dat een &#x2018;open&#x2019; kamp zonder bewaking werd. Na de opheffing van dit kamp werd de proef met &#x2018;open&#x2019; kampen voor collaborateurs in de Rijkswerkinstelling in Veenhuizen voortgezet. Daarnaast werden tussen 1947 en 1949 ruim tweehonderd collaborateurs in het kader van hun reclassering vrijwillig in de Nederlandse kolonie Nieuw-Guinea tewerkgesteld. Deze voorbeelden lijken te suggereren dat vernieuwende vormen van internering niet alleen in Limburg ontstonden, maar deel uitmaakten van een bredere nationale trend.</p>
<p>Kortom, <italic>Kolen en kampen</italic> is een gedetailleerde en waardevolle studie die de lezer een volledig beeld geeft van de tewerkstelling en internering van politieke delinquenten in Zuid-Limburg. Tegelijkertijd slaagt het boek er niet volledig in deze regionale geschiedenis overtuigend in een bredere nationale context te plaatsen.</p>
</body>
</article>