<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.27352</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.27352</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De koloniale illusie. Herman Warner Muntinghe (1773-1827), architect van de koloniale staat</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Post</surname>
<given-names>Philip</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260024</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Folkerts</surname><given-names>Jan</given-names></name>
</person-group>
<source>De koloniale illusie. Herman Warner Muntinghe (1773-1827), architect van de koloniale staat</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2024</year>
<page-range>480 pp.</page-range>
<isbn>9789024464937</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.27352"/>
<counts>
<page-count count="4"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de afgelopen jaren is de belangstelling voor het Nederlandse koloniale verleden sterk gegroeid. In zowel het academische onderzoek als het publieke debat ligt de nadruk vooral op de gebeurtenissen uit de twintigste eeuw, met veel aandacht voor het extreme geweld dat gepleegd werd tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Deze focus heeft als keerzijde dat eerdere perioden minder aandacht krijgen. Met name de negentiende eeuw &#x2013; een fase waarin de moderne koloniale staat vorm kreeg nadat de ooit zo machtige Vereenigde Oostindische Compagnie (<sc>voc</sc>) virtueel bankroet ging &#x2013; blijft relatief onderbelicht. Het eerste kwart van de negentiende eeuw was echter geen voorspel of tussenfase, maar een moment van bestuurlijke ontwrichting en institutionele verandering: de <sc>voc</sc>-orde was verdwenen, maar een nieuwe koloniale structuur moest nog worden uitgevonden. Wie die nieuwe orde vormde en hoe dat gebeurde, is precies de vraag waarop dit werk van Jan Folkerts een belangrijk antwoord levert.</p>
<p><italic>De koloniale illusie</italic> is een biografie over Herman Warner Muntinghe (1773-1827) en is gebaseerd op een bewerking van Folkerts&#x2019; proefschrift, verdedigd aan de Vrije Universiteit Amsterdam in 2023. Muntinghe was een Nederlandse jurist die in 1806 in Nederlands-Indi&#x00EB; arriveerde en er tot zijn dood een centrale bestuurlijke rol zou spelen. Als lid van de Hoge Raad van Justitie en later de Raad van Indi&#x00EB; &#x2013; respectievelijk het hoogste rechtscollege en het hoogste adviescollege van het koloniale bestuur &#x2013; was hij nauw betrokken bij vrijwel alle belangrijke beleidsontwikkelingen op Java. Folkerts kiest in zijn biografie voor een klassiek chronologische opbouw van wieg tot graf: elk hoofdstuk beslaat een afgebakende fase van Muntinghes leven, van zijn jeugd en rechtenstudie in de Republiek tot zijn dood in Indonesi&#x00EB; in 1827. Deze structuur maakt het mogelijk de wisselwerking tussen een individuele loopbaan en de bredere institutionele hervormingen van de koloniale staat centraal te stellen.</p>
<p>Uniek in Muntinghes loopbaan is zijn opmerkelijke continu&#x00EF;teit: hij overleefde de machtswisselingen onder achtereenvolgens de Nederlandse gouverneur-generaal Herman Willem Daendels (1808-1811), de Britse luitenant-gouverneur Thomas Stamford Raffles (1811-1816) en de Nederlandse gouverneur-generaal Godert van der Capellen (1816-1826), en wist zijn positie zelfs regelmatig te versterken. Folkerts maakt in zijn boek aannemelijk dat deze uitzonderingspositie niet louter toeval was, maar voortkwam uit een combinatie van juridische expertise, ideologische flexibiliteit en een vermogen zich institutioneel onmisbaar te maken. Daarmee typeert hij Muntinghe niet slechts als ambtenaar, maar als een van de centrale architecten van de vroegnegentiende-eeuwse koloniale bestuursorde.</p>
<p>In de context van de vroege negentiende eeuw &#x2013; een periode van groeiende kritiek op de monopolistische logica van de verdwenen <sc>voc</sc> &#x2013; blijkt de keuze voor een biografische invalshoek bijzonder effectief. Folkerts toont hoe structurele hervormingen, bestuurlijke experimenten en individuele posities elkaar wederzijds vorm gaven. Daarmee doorbreekt het boek de neiging van eerdere historici &#x2013; zoals Cornelis Fasseur in zijn werk over het Cultuurstelsel &#x2013; om zich vooral op grote institutionele veranderingen te richten, en maakt Folkerts zichtbaar hoe beleid in de kolonie zelf ontstond. Een treffend voorbeeld hiervan is Muntinghes veranderende visie op Europees particulier grondbezit. Tijdens het Britse bestuur onder Raffles bepleitte hij landuitgifte aan Europeanen als instrument voor economische ontwikkeling. Na opstanden op zijn eigen landerijen in Indramayu en Kandanghaur in 1816 kwam hij radicaal van dat standpunt terug. Hij werd een uitgesproken tegenstander van grootschalig particulier grondbezit en pleitte voor bescherming van lokale vorsten tegen Europese inmenging. Deze ontwikkeling maakt zichtbaar hoe individuele ervaringen en politieke overtuigingen elkaar konden be&#x00EF;nvloeden, en hoe beleid eerder het resultaat was van pragmatisme en bestuurlijke experimenten dan van pure ideologische consistentie.</p>
<p>Daarmee nuanceert het boek ook historiografische labels: vastomlijnde categorie&#x00EB;n zoals &#x2018;liberaal&#x2019;, &#x2018;verlicht&#x2019; of &#x2018;conservatief&#x2019; blijken onvoldoende om bestuurders als Muntinghe te typeren. Niet alleen veranderden de opvattingen van die labels door de tijd heen, ook hun toepassing verschilde per regio en situatie. Beleid werd niet ontwikkeld als een consistente ideologische lijn, maar als een contextgebonden praktijk die sterk verschilde tussen Java en de buitengewesten. Waar op Java ruimte was voor bestuurlijke experimenten en hervormingsretoriek, leidden militaire dreiging en Britse rivaliteit in gebieden als Palembang tot een pragmatischer en gewelddadiger beleid. De kolonie verschijnt dan ook niet als uniform bestuurd gebied, maar als een politieke ruimte waarin bestuurders, omstandigheden en lokale belangen voortdurend met elkaar in onderhandeling stonden. Dit inzicht maakt deze studie relevant voor bredere discussies over koloniale staatsvorming en bestuur.</p>
<p>Deze gelaagde benadering sluit ook aan bij de manier waarop Folkerts Muntinghe positioneert binnen bredere intellectuele en politieke netwerken. In plaats van hem uitsluitend te plaatsen binnen een Nederlandse bestuurscultuur, benadert Folkerts hem vanuit een transimperiaal perspectief en situeert hij hem in de dynamische wereld van de Indische Oceaan. Idee&#x00EB;n en bestuurspraktijken uit Londen, Batavia en Brits-India circuleerden, werden vertaald, aangepast en strategisch ingezet afhankelijk van lokale omstandigheden en machtsverhoudingen. Koloniaal denken ontstaat daardoor niet als een lineair product van &#x00E9;&#x00E9;n imperium of traditie, maar als het resultaat van circulatie, institutionele competitie en kruisbestuiving tussen verschillende koloniale rijken.</p>
<p>Deze transimperiale circulatie werpt de vraag op hoe zij zich verhield tot de ideologische ori&#x00EB;ntatie van bestuurders als Muntinghe. Daarvoor introduceert Folkerts het begrip &#x2018;humanitair kolonialisme&#x2019;, waarmee hij de aandacht vestigt op een vroegnegentiende-eeuwse bestuursvisie waarin exploitatie gepaard ging met een nadruk op moreel bestuur en bescherming van de bevolking. In Folkerts visie duidt het begrip op een poging om Verlichtingsidealen &#x2013; zoals nut, vooruitgang en de &#x2018;verbetering&#x2019; van onderdanen &#x2013; te combineren met bestaande vormen van machtsuitoefening. Folkerts toont daarbij overtuigend dat deze humanitaire houding niet voortkwam uit antikoloniale gevoeligheden, maar uit de overtuiging dat een &#x2018;verlicht despotisme&#x2019; zowel rechtvaardig als effici&#x00EB;nt kon zijn. De campagne in Palembang in 1818-1819 vormt daarvan een scherp voorbeeld. Muntinghe leidde er als Nederlands commissaris de militaire expedities tegen sultan Badaruddin, waarbij humanitaire argumenten &#x2013; het herstellen van orde en de bescherming van de bevolking tegen willekeurig sultansgezag &#x2013; hand in hand gingen met gewelddadige onderwerping.</p>
<p>Analytisch roept het begrip humanitair kolonialisme echter de vraag op of het niet te veel samenhang suggereert. De inconsistenties in Muntinghes loopbaan en de pragmatische wendingen in zijn overtuigingen wijzen erop dat opportunisme en praktisch bestuur minstens zo belangrijk waren als principes. Bovendien rijst de vraag of deze notie van humanitair kolonialisme niet te sterk afkomstig is van Muntinghe zelf. Deze suggestie wordt versterkt door Folkerts&#x2019; bronnengebruik: noodgedwongen baseert hij zich sterk op koloniale bestuursdocumenten en correspondentie, waardoor de analyse dicht bij de perspectieven en legitimerende taal van de bestuurders blijft en de scheidslijn tussen koloniale retoriek en analytische duiding soms diffuus wordt. Daarmee dringt zich ook de vraag op hoe vernieuwend dit &#x2018;humanitaire kolonialisme&#x2019; eigenlijk was: elementen als zorgplicht, moreel bestuur en bescherming van de bevolking waren immers al zichtbaar in discoursen van de late <sc>voc</sc>. Een explicietere vergelijking met die traditie, en een scherpere reflectie op hoe de asymmetrie in bronnen de reconstructie van koloniale bestuursculturen vormt en begrenst, had Folkerts in staat kunnen stellen het concept historisch scherper te positioneren.</p>
<p>Door de sterke focus op Muntinghe blijven bovendien enkele andere aspecten onderbelicht. Zo schuift de aandacht soms weg van andere ambtelijke en ook lokale actoren die in dezelfde bestuurlijke ruimte opereerden. Het verschil in loopbaantraject tussen Muntinghe en Willem Jacob Cranssen &#x2013; die ook had samengewerkt met Raffles maar na 1816 geen functie meer kreeg &#x2013; wordt bijvoorbeeld niet uitgewerkt, terwijl juist dit vergelijkend perspectief belangrijke vragen kan oproepen over ambtelijke concurrentie, reputatie, patronage en institutionele continu&#x00EF;teit. Daarnaast blijft het Indonesische perspectief beperkt uitgewerkt. Dit hangt deels samen met de aard van de bronnen: Folkerts werkt vooral met Nederlandse en Britse archieven, waar hij ontzettend veel materiaal uit heeft gehaald, maar geeft minder aandacht aan lokale perspectieven.</p>
<p>Ondanks deze kanttekeningen vormt <italic>De koloniale illusie</italic> een belangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving van Nederlands-Indi&#x00EB;. Folkerts toont overtuigend dat de vroege negentiende eeuw geen randperiode is, maar een beslissende fase in de vorming van de koloniale staat. Door Muntinghe centraal te stellen &#x2013; briljant, invloedrijk en soms ontspoord &#x2013; biedt hij een gelaagd en analytisch rijk beeld van een koloniaal bestuur in transitie, waarin macht, idee&#x00EB;n en belangen met elkaar botsten. In een historiografisch veld waarin deze periode nog steeds onderbelicht blijft, vult Folkerts een cruciale leemte &#x2013; en opent hij nieuwe vragen die toekomstige studies onvermijdelijk zullen moeten oppakken.</p>
</body>
</article>