<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.27349</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.27349</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Leven op een vulkaan. Franz Junghuhn. Een biografie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Sysling</surname>
<given-names>Fenneke</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260021</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Bosma</surname><given-names>Ulbe</given-names></name>
</person-group>
<source>Leven op een vulkaan. Franz Junghuhn. Een biografie</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Athenaeum</publisher-name>
<year>2025</year>
<page-range>360 pp.</page-range>
<isbn>9789025317249</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.27349"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De van origine Duitse wetenschapper Franz Junghuhn wist Nederlands-Indi&#x00EB; rond 1850 tot een uiterst vruchtbaar onderzoeksterrein te maken. Als een van de laatste wetenschappelijke generalisten ging hij voortvarend aan de slag met het documenteren en begrijpen van de aardlagen, planten, fossielen, vulkanen en mensen op het eiland Java. Hij was ook: een witte ontdekkingsreiziger die zich neerbuigend uit kon laten over Javanen terwijl de koloniale overheid stond te trappelen om met zijn ontdekkingen aan de slag te gaan. Zijn leven is dus mooi materiaal voor een kritische biografie. <italic>Leven op een vulkaan</italic> is niet de eerste: in Duitsland verscheen vijftien jaar geleden al een biografie, geschreven door Renate Sternagel. Het nieuwe boek van Ulbe Bosma is niet gebaseerd op nieuwe bronnen, en brengt geen opvallend nieuwe interpretatie van Junghuhns leven. Hoogstens heeft het wat meer aandacht voor Junghuhns Nederlandse contacten en het Nederlands kolonialisme. Bosma heeft dus voornamelijk gewild Junghuhn nu ook voor een Nederlandstalig publiek te beschrijven.</p>
<p>Het Indische deel van Junghuhns leven is het meest interessant in het licht van discussies over Nederlands kolonialisme, maar zijn jonge jaren moeten de biograaf ook veel schrijfplezier hebben gegeven: ze lezen als een schelmenroman. Tegen de wil van zijn familie zette Junghuhn zijn zinnen op een promotie en kwam in Berlijn terecht, op dat moment het bruisend middelpunt van de wetenschap, waaronder de botanie. Een duel met een medestudent maakte echter een einde aan zijn studentenleven en leidde tot een gevangenisstraf. Junghuhn liet het er niet bij zitten, voerde een succesvolle ontsnappingspoging uit en vluchtte naar Frankrijk. Daar ging hij in dienst van het vreemdelingenlegioen en diende in Algerije. Met zijn botanische connecties wist hij een aanbevelingsbrief voor de Nederlandse botanicus Carl Ludwig Blume te krijgen en in 1834 arriveerde hij platzak in Leiden; hij had het laatste eind gelopen. En dan zijn we pas op bladzijde 50 en is Junghuhn 25 jaar oud. Zijn doel was nu om in Indi&#x00EB; zijn droom van wetenschappelijke ontdekkingen waar te maken. Overigens merkt Bosma op dat bewijs ontbreekt dat Junghuhn daadwerkelijk ooit een doctorsbul heeft bemachtigd. &#x2018;Het is daarom twijfelachtig of hij werkelijk &#x2018;Dr. Junghuhn&#x2019; was, zoals hij zich zijn verdere leven heeft laten noemen&#x2019; (28).</p>
<p>Zijn jeugd geeft al enigszins aan wat voor type Junghuhn was. Hij was, schrijft Bosma, een man met ijzeren volharding, rebels en grenzeloos. Hij was enorm gedreven, &#x2018;of eigenlijk bezeten&#x2019; (11). Als wetenschapper in Indi&#x00EB; werkte Junghuhn vaak van&#x2019; s ochtends 3 uur tot aan het diner. Daarnaast had hij ook tijden van neerslachtigheid, dronk hij veel &#x2013; Madeirawijn &#x2013; en was hij een <italic>high-functioning</italic> opiumgebruiker. Bosma plakt er met enige terughoudendheid het etiket &#x2018;bipolaire stoornis&#x2019; op, wat een verklaring biedt voor de afwisseling van depressie aan de ene kant en het overmatig werken en de roekeloze reizen aan de andere.</p>
<p>Eenmaal in Indi&#x00EB; probeerde Junghuhn lid te worden van de Natuurkundige Commissie, een wetenschappelijke commissie die Indi&#x00EB; in kaart moest brengen. Wetenschapshistorici Andreas Weber en Pieter van Wingerden schreven al over deze commissie, maar het mooie van Bosma&#x2019;s boek is dat we vanuit het perspectief van Junghuhn vooral de zwanenzang van de commissie zien. Junghuhn werd uiteindelijk wel lid maar vond dat deze bestond uit een stelletje matige wetenschappers die weinig publiceerden maar wel al het botanisch materiaal uit Indi&#x00EB; voor hun eigen collecties wilden hebben. Hij weigerde anoniem te publiceren, zoals de commissie wenste, en rekende publiekelijk af met commissielid Blume, dezelfde botanicus die hem eerder had geholpen, door hem (terecht) te betichten van plagiaat. Junghuhn kwam als winnaar uit de strijd.</p>
<p>Junghuhn werd in Indi&#x00EB; al snel als wetenschapper erkend en richtte zich behalve op botanie ook op hoogtemetingen, vulkanologie en antropologie. Zijn boek <italic>Java, deszelfs gedaante</italic> was een vernieuwend werk dat de natuur van Java beschreef, inclusief de geologische structuur. Hij publiceerde ook over een onderzoeksreis naar de Bataklanden van Sumatra en kreeg een belangrijke rol bij het introduceren van kinaplanten uit de Andes op Java.</p>
<p>Junghuhns tijd in Indi&#x00EB; vraagt erom dat Bosma de wetenschapper in zijn tijd plaatst, met hedendaagse discussies in het achterhoofd. Voor Bosma zijn twee dingen daarbij het meest het aanstippen waard. Dat is ten eerste Junghuhns relatie tot de natuur. Zijn werk bevatte verschillende wetenschappelijke registers: metingen en nauwkeurige tekeningen, maar ook autobiografische mijmeringen en beschrijvingen van de natuur in romantische beeldtaal. Junghuhn was door en door gevormd door de Duitse romantiek. Dat is goed te zien in zijn boek <italic>Java</italic>, met litho&#x2019;s waarin Junghuhn als mini-mensje in het overweldigende landschap staat. Het is Bosma&#x2019;s verdienste dat hij met mate citeert en dat zijn eigen teksten niet door de beelden van Junghuhn be&#x00EF;nvloed lijken. Bosma noemt diens houding tegenover de natuur een holistisch en ecologisch bewustzijn. Inderdaad maakte Junghuhn zich druk om erosie en uitputting van de grond, maar je zou evenzeer kunnen beargumenteren dat hij de wegbereider was van grote kinaplantages en andere ontginningsplannen.</p>
<p>Een tweede discussiepunt voor Bosma is Junghuhns relatie tot het kolonialisme. Zoals Bosma stelt is de tijd dat we reizende koloniale wetenschappers als neutrale waarnemers en helden typeerden voorbij. Maar in het licht van de discussie over hoe wetenschap kolonialisme mogelijk maakte schiet Bosma&#x2019;s opmerking dat het nooit in Junghuhn zou opkomen om &#x2018;het Europese kolonialisme <italic>wetenschappelijk</italic> te legitimeren&#x2019; (11) wat te kort: er zijn maar weinig individuen die zoiets over zichzelf zouden zeggen. Beter gelukt is hoe Bosma de verschillende kanten van Junghuhns houding naar voren brengt. Hij had geen &#x2018;koloniaal air&#x2019;, aldus Bosma, en hij was graag onder Indonesi&#x00EB;rs. Maar hij was juist wel weer koloniaal in hoe hij zich ergerde aan het vermeend Indonesisch gebrek aan weetgierigheid en logisch denken, terwijl hij, zoals de biograaf ook toont, wel dankbaar profiteerde van de kennis van Indonesi&#x00EB;rs over lokale omstandigheden. Hij was kritisch op het Nederlands koloniaal systeem en dreef er regelmatig de spot mee, maar hij wist ook carri&#x00E8;re te maken omdat hij door bestuursambtenaren gesteund werd.</p>
<p>Door het format van de chronologische biografie (met af en toe een thematisch hoofdstuk) komen deze twee punten wel aan de orde maar blijven ze ondergeschikt aan het levensverhaal van Junghuhn. Andere auteurs hebben hier recent alternatieve oplossingen voor gekozen, namelijk door ook stemmen aan het woord te laten die die van de witte westerse mannen uitdagen en aanvullen. Adam Bobbette schreef over Nederlandse vulkanologen en hun relatie tot spirituele idee&#x00EB;n over vulkanen bij de Javaanse vorstenhoven. Annejet van der Zijl koppelde het verhaal van wetenschapper en reiziger naar Japan Franz von Siebold aan dat van zijn Japanse dochter Kusumoto Ine. En Remco Ensel schreef in <italic>Kennis die knecht</italic> over Nederlands koloniaal econoom Julius Boeke, maar spiegelt diens leven aan dat van de Javaanse familie Djajadiningrat. Junghuhn lijkt geen vaste Indonesische vrienden te hebben gehad, maar een mogelijke kandidaat om op te voeren was misschien de Javaanse edelman Raden Mas Adipati Ario Tjondronegoro geweest (schrijversnaam Poerwolelono), die in de jaren 1860 over Java reisde en daarover een in het Nederlands vertaald reisverhaal publiceerde, inclusief uitgebreide natuurbeschrijvingen. Of de Javaanse schilder Raden Saleh, die ook erg door de romantiek was be&#x00EF;nvloed, een passie had voor de wetenschap en gefascineerd was door vulkanen. Een dergelijke aanpak had deze biografie verrijkt. Maar ook zonder stimuleert Bosma&#x2019;s boek discussies over het milieu en kolonialisme, in een zeer leesbare levensbeschrijving van een avontuurlijke ziel.</p>
</body>
</article>