<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD with MathML3 v1.4 20241031//EN" "JATS-journalpublishing1-4-mathml3.dtd">
<article article-type="book-review" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xml:lang="en" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.27347</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.27347</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject></subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Contending Representations <sc>i</sc>: The Dutch Republic and the Lure of Monarchy</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Geevers</surname>
<given-names>Liesbeth</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Lund</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2026</year>
</pub-date>
<volume>141</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20260019</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Oddens</surname><given-names>Joris</given-names></name>
<name><surname>Metlica</surname><given-names>Alessandro</given-names></name>
<name><surname>Moorman</surname><given-names>Gloria</given-names></name>
</person-group>
<source>Contending Representations <sc>i</sc>: The Dutch Republic and the Lure of Monarchy</source>
<publisher-loc>Turnhout</publisher-loc>
<publisher-name>Brepols</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>212 pp.</page-range>
<isbn>9782503605173</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2026 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2026</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.27347"/>
<counts>
<page-count count="3"/>
</counts>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Deze prachtige bundel over de representatie van macht in de Nederlandse Republiek kwam tot stand als deel van het <sc>erc</sc>-project &#x2018;Republic on the Stage of Kings: Representing Republican State Power in the Europe of Absolute Monarchies, late 16th &#x2013; early 18th century&#x2019;, gevestigd in Padua. De &#x2018;<sc>i</sc>&#x2019; in de titel verwijst wellicht naar nog te verschijnen andere delen die mogelijk gericht zijn op de andere republieken die binnen dit project onderzocht werden: Genua, Lucca, Veneti&#x00EB; en Ragusa (tegenwoordig Dubrovnik in Kroati&#x00EB;). In de bundel zelf wordt nauwelijks gerefereerd aan deze bredere context, op een erkenning van financi&#x00EB;le steun voor dit werk na. Die financi&#x00EB;le steun is overduidelijk genereus geweest: de bundel is op groot formaat gedrukt en rijk ge&#x00EF;llustreerd, met een groot aantal afbeeldingen van schilderijen, gravures, drukwerk, penningen, bustes en interieurs van stadhuizen en paleizen.</p>
<p>Deze buitengewone zorg voor de visuele uitstraling van de bundel past goed bij het thema: de representatie van macht in de Republiek. Het is natuurlijk bekend dat de Republiek gekenmerkt werd door een spanning tussen de republikeinse staatsvorm en de soevereiniteit van de gewesten enerzijds, en anderzijds de aanwezigheid van de zich steeds meer vorstelijke allures aanmetende Nassaudynastie. De redacteurs vinden toch een originele ingang door zich niet expliciet op die spanning te richten, maar juist een open vraag te stellen: &#x2018;Hoe werd macht gerepresenteerd in de zeventiende-eeuwse Republiek?&#x2019; Onder de machtsdragers die besproken worden zijn zowel steden als Oranjeprinsen, maar ook specifieke regenten; de &#x2018;politieke eenheid&#x2019; die centraal staat is ook niet van tevoren bepaald, maar loopt uiteen van de stad Amsterdam en het gewest Holland tot de gehele Republiek en diens koloniale bezittingen. Ook hoe de macht werd verzinnebeeld is een open vraag: in plaats van een specifieke vorm van representatie te belichten, worden intochten, architectuur, politieke patronage, intellectuele werken, po&#x00EB;zie, portretten, schilderijen en ook huwelijken besproken als media voor het verbeelden van macht. Deze open vraagstelling zorgt ervoor dat niet alleen de conflicten tussen staatsgezinde en prinsgezinde machtsdiscoursen zichtbaar worden, maar ook de opmerkelijke overeenkomsten en overlappingen in hoe de macht van verschillende groepen werd verbeeld.</p>
<p>Het team van auteurs is gevarieerd, en bestaat uit zowel &#x2018;veteranen&#x2019; &#x2013; (emeriti) professoren en curatoren &#x2013; als <italic>early career scholars</italic> &#x2013; promovendi en postdocs. Het resultaat is een veelzijdige maar ook verbazingwekkend coherente verzameling bijdragen. Een terugkerend thema is de gelaagdheid van macht in de Nederlanden, die altijd gedeeld werd door vorsten, stedelijke elites en de Staten. Peter Arnade beschrijft hoe de laatmiddeleeuwse hertogen van Bourgondi&#x00EB; hun macht verbeeldden naar voorbeeld van hun koninklijke broers en neven in Frankrijk. In de praktijk moest de vorstelijke macht steeds moeizaam uitonderhandeld worden met de standenvergaderingen en steden in hun vele minivorstendommen. Alexander Dencher bespreekt de prachtige penningen met afbeeldingen van Willem <sc>iii</sc> en Maria <sc>ii</sc> Stuart, waarop hun dubbele identiteit als stadhouderlijk en koninklijk paar tot uiting kwam. Nederlandse vorsten maten zich zodoende een koninklijke rol aan die slecht paste in het versnipperde constitutionele landschap in de Nederlanden.</p>
<p>De vorstelijke allures van de Oranjes waren niet per se in conflict met de belangen van de Staten-Generaal of de stad Amsterdam. Lidewij Nissen constateert dat de Staten-Generaal zich opzettelijk afzijdig hielden van de huwelijken van de Nassaus; zo werden huwelijken nooit gepresenteerd als onderdeel van een vredesverdrag. Op die manier konden de Hoogmogende Heren zich distanti&#x00EB;ren van huwelijken die tot diplomatieke conflicten dreigden te leiden, maar huwelijken die diplomatiek voordeel brachten t&#x00F3;ch vieren met festiviteiten. Ook de stad Amsterdam wist dynastieke vormen van representatie in te zetten voor haar eigen belang. Suzanne van de Meerendonk laat zien hoe de stad vorstelijke intredes, die bedoeld waren om de constitutionele verhoudingen tussen een vorst en diens onderdanen zichtbaar te maken, steeds meer aangreep om haar eigen luister te verhogen.</p>
<p>Deze gelaagdheid zien we ook terug in representaties van het Amsterdamse stadhuis. Stijn Bussels en Bram Van Oostveldt analyseren schilderijen van en gedichten over het gebouw. Ze reconstrueren hoe het Paleis op de Dam een identiteit toegeschreven werd als hoeder van de handel, symbool van Amsterdams macht in binnen- en buitenland, en het deugdzame, republikeinse bestuur van de Amsterdamse burgemeesters &#x2013; alles met de zegen van God. Laura Plezier laat zien dat gedichten over het stadhuis echter ook een orangistische agenda konden hebben: de dichter Jan Zoet vergeleek het met andere vorstelijke paleizen, zoals het Louvre en Whitehall en zong de lof van de burgemeesters, maar beschreef daarna ook hoe het triomfantelijke bezoek van een jonge prins Willem <sc>iii</sc> het stadhuis luister gaf &#x2013; waarmee hij de symbiotische relatie tussen stad en vorstenhuis onderstreepte.</p>
<p>Symbiose is ook te herkennen in politiek-theoretische traktaten. Marianne Klerk identificeert de invloeden van Franse monarchistische denkers in het republikeinse werk van de uitgesproken anti-orangistische Pieter de la Court: voor zowel monarchie&#x00EB;n als republieken golden idee&#x00EB;n over het staatsbelang &#x2013; regelmatig uitgedaagd door oorlogszuchtige en despotische vorsten die (te) hoge belastingen oplegden &#x2013; als leidraad. Arthur Weststeijn analyseert hoe het centrum van het imperium werd verbeeld in de gebieden onder het gezag van de <sc>voc</sc>: aanvankelijk werd de stadhouder als een soort zinnebeeld van het moederland voorgesteld, maar het hoogste koloniale gezag werd gaandeweg verbeeld door de personen van de gouverneur-generaal, die als een soort reeks van vorstelijke heersers werden voorgesteld.</p>
<p>Twee bijdragen richten zich op specifieke regenten. Margriet van Eikema Hommes en Tatjana van Run bespreken de vijf(!) versies van de plafonschilderingen die de Amsterdamse regent Andries de Graeff waarschijnlijk tussen 1667 en 1672 liet aanbrengen door de schilder Gerard de Lairesse op de bel-etage van zijn huis aan de Herengracht 446. Terwijl de politieke verwikkelingen elkaar opvolgden &#x2013; met name het rampjaar en de restauratie van het stadhouderschap in 1672 &#x2013; werd de iconografie razendsnel aangepast: van allegorie van de Vrede van Breda (waaraan De Graeff had bijgedragen) tot een verdediging van de vrijheid van de Republiek, die ernstig bedreigd werd door de jonge stadhouder Willem <sc>iii</sc>. Lauren Lauret en Ida Nijenhuis belichten twee Gelderse gedeputeerden: de loyale orangist Johan Kelffken, die actief was toen de stad Nijmegen nog zwalkte tussen Habsburgs en Staats gezag in de jaren 1570-1580, en Alexander van der Capellen, die Oranjecli&#x00EB;nt was, maar toch ook het provinciale gezag wilde beschermen tegen een al uitgebreid prinselijk gezag.</p>
<p>In de volgorde van de bijdragen is niet direct een ordenend principe te ontwaren &#x2013; ik heb ze besproken vanuit verbindende thema&#x2019;s en niet volgens de inhoudsopgave. Met het oog op de terugkerende thema&#x2019;s hadden de bijdragen wellicht helderder georganiseerd kunnen worden. Door de bijdragen in (schijnbaar) willekeurige volgorde te presenteren, onderstrepen de redacteurs echter de openheid van hun benadering: machtsrepresentatie in al haar facetten en verschijningsvormen staat centraal, niet een specifiek medium of specifieke machthebbers. De Republiek en de manier waarop macht werd verbeeld was zeker niet vrij van conflicten, maar de bundel werpt een nieuw licht op de gemeenschappelijke symbolische taal die werd gesproken. Hoe dan ook slagen alle bijdragen erin nieuwe perspectieven of nieuwe bronnen te belichten, en dat bovendien op een beknopte manier: zeker de helft van de beschikbare ruimte wordt in beslag genomen door afbeeldingen, wat de bundel ook tot een lust voor het oog maakt.</p>
</body>
</article>