Guido van den Eynde en Lauran Toorians (eds.), Op zand, veen en klei. Liber amicorum Karel Leenders bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag (Hilversum: Verloren, 2016, 336 pp., ISBN 978 90 8704 591 3).

Deze multidisciplinaire bundel artikelen (waaronder historische geografie, cartografie, archeologie, ecologisch erfgoed en naamkunde) concentreert zich op de geschiedenis van de Maas- en Scheldedelta: het werkterrein van Karel Leenders. Eraan vooraf gaat een biografische schets van Leenders (door Ton Kappelhof) en een essay over Leenders’ bijdrage aan de historische geografie (door Jelle Vervloet). Ondanks de eclectische vorm van het Festschrift, zijn de verschillende artikelen substantieel van omvang en rijk geïllustreerd.

George Harinck, Varia Americana. In het spoor van Abraham Kuyper door de Verenigde Staten (Amsterdam: Prometheus/Bert Bakker, 2016, 183 pp., ISBN 978 90 351 4456 9).

Een onderhoudende, toegankelijke bundel reisverhalen van Kuyper-kenner en vu-historicus George Harinck, die ook een gelijknamige televisieserie presenteerde. Harinck volgt het voetspoor van Abraham Kuyper tijdens zijn reis door de Verenigde Staten in 1898. Met de ARP-voorman belanden we onder andere in New York (tevens aanleiding voor een kort exposé over de geschiedenis van Nieuw Amsterdam), Princeton (waar Kuyper ooit een eredoctoraat ontving) en natuurlijk in de Nederlandse migrantengemeenschappen van the Midwest (‘Welcome to Holland, Michigan’). Calvinisme, neocalvinisme en de erfenis ervan vormen rode draden in het boek.

J.M.H. Mosmuller, Voor en na Worringen (Heerlen: Lisdodde, 2016, 104 pp., ISBN 978 90 803970 5 7).

Een beknopt boekje dat beoogt de politieke en militaire geschiedenis van de landen van Overmaas en Maastricht tot 1568 in kaart te brengen. Als stiefkind van de Nederlandse geschiedschrijving verdient het onderzoek naar deze Limburgse regio zonder meer lof. Volgens de verantwoording betreft Voor en na Worringen ‘een verdere uitwerking van hoofdstuk I: Zuid-Limburg tot aan de Nederlandse Opstand in: Krijgsbedrijven in een lappendeken (2014)’. Het is te hopen dat dit laatste boek met meer zorg is uitgegeven dan het huidige: de verzameling teksten lijkt zonder veel redactie en opmaak onder de drukpers te zijn gelegd. Een curieuze typografie en lay-out zijn het gevolg. De illustraties zijn van wisselende kwaliteit.

Kees Nieuwenhuijsen, Strijd om West-Frisia. De ontstaansgeschiedenis van het graafschap Holland: 900–1100 (Utrecht: Uitgeverij Omniboek, 2016, 288 pp., ISBN 978 94 0190 756 9).

Dit boek biedt een populaire uiteenzetting van de staatkundige (dynastieke), militaire, landschappelijke (met name veenontginningen) en religieuze geschiedenis van de regio die vanaf de hoge middeleeuwen als het graafschap Holland bekend zou komen te staan. Aanleiding voor de publicatie is de herdenking van de Slag bij Vlaardingen (1018), waarbij graaf Dirk III het leger van de Duitse keizer Hendrik II versloeg. De auteur doorspekt zijn verhaal met overleveringen uit annalen, kronieken en oorkonden. Het boek is rijk geïllustreerd.

Bauke van der Pol, Holland aan de Ganges. Prins Willem Frederik Hendrik in India (1837–1838) (Zutphen: Walburg Pers, 2016, 173 pp., ISBN 978 94 6249 092 5).

De avontuurlijk ingestelde Hendrik van Oranje-Nassau (1820–1879) – alias ‘de Zeevaarder’ – is de enige Oranje die in de negentiende eeuw Zuid- en Zuidoost-Azië bezocht. Naast Indonesië deed hij in 1837 Calcutta aan. Bauke van der Pol reconstrueert de reis en de binnenlandse tochten die Hendrik in de Gangesdelta maakte. Ook de bezigheden van de overige Nederlandse bemanningsleden en het, toen nog jonge, VOC-verleden van de streek krijgen aandacht. Talloze eigentijdse tekeningen, aangevuld met moderne foto’s, maken van het boek een onderhoudend visueel reisverslag.

Mathijs Sanders, Europese papieren. Intellectueel grensverkeer tijdens het interbellum (Nijmegen: Vantilt, 2016, 235 pp., ISBN 978 94 6004 272 0).

Deze monografie analyseert de Nederlandse literaire wereld van het interbellum, door contacten en beïnvloeding tussen Nederlandse en buitenlandse (vooral Duitse en Franse) auteurs in kaart te brengen. De Europese wereld van Albert Verwey, Martinus Nijhoff, Menno ter Braak en minder bekende literatoren wordt besproken aan de hand van zes ‘verkenningen’. Thema’s als politieke radicalisering, economische malaise en migratie passeren de revue.

Daniela Tasca, 1001 Italianen. Vijf eeuwen immigratie in de Nederlanden (Amsterdam: Athenaeum, 2016, 223 pp., ISBN 978 90 253 0248 1).

Deze Italiaanse migratiegeschiedenis begint voordat Italië als zodanig bestond. De komst van Romeinen en Lombarden naar de Noordzeedelta is het startpunt van Tasca’s beschouwing, die vooral de nadruk legt op de arbeidsmigranten van na de Tweede Wereldoorlog. De boude claim dat ‘de Italianen […] aan de wieg [stonden] van de multiculturele samenleving’ zou meer reliëf hebben gekregen als ook andere migraties in ogenschouw waren genomen. Hoe dan ook, dit vlot geschreven overzicht biedt veel meer dan de titel suggereert. Het gaat evenzeer over Italiaanse cultuur in Nederland: van Fellini en pizza tot Renzo Piano en schepijs.

Henk Tijssen, Om het behoud van protestants Nederland. Biografie van C.A. Lingbeek, dominee en politicus (Utrecht: Uitgeverij Kok, 2016, 319 pp., ISBN 978 94 0190 761 3).

Casper Andries Lingbeek (1867–1939) is volgens zijn biograaf zelfs onder staatkundig gereformeerden tegenwoordig weinig bekend. Als predikant annex Tweede Kamerlid verzette hij zich fel, zowel tegen de afscheidingsneigingen in zijn gemeenschap (Abraham Kuyper c.s.) als tegen duivels katholicisme. Nederland moest in zijn wereldbeeld verenigd zijn in een gereformeerd protestantisme – ‘een staat met de bijbel’ – zoals hij meende dat deze historisch was ontstaan. Geheel in stijl pleitte Lingbeek voor ‘openbare scholen met de Bijbel’. Veel aanhang, laat staan politieke invloed, verwierf hij niet.

Sven Tuytens en Rudi van Doorslaer, ‘Israël’ Piet Akkerman. Van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder (1913–1937) (Antwerpen: De Algemene Centrale ABVV, Antwerpen-Waasland, 2016, 173 pp., ISBN 978 90 9029 684 5).

Een beknopte, mooi vormgegeven biografie van de Antwerpse communist die in 1937 in de Spaanse burgeroorlog, op 23-jarige leeftijd, om het leven kwam. Daarvoor was deze zoon van Joodse migranten uit Polen actief in de Algemene Diamantwerkersbond. Het korte levensverhaal wordt vakkundig historisch ingebed met analyses van de Joodse gemeenschap in Antwerpen, de geschiedenis van het vakbondswezen en de spanningen in het Spanje van Franco.

Mark Verheijen, Harm van Riel. Een rechtse provo (Amsterdam: Boom, 2016, 271 pp., ISBN 978 90 8953 965 6).

Dit boek over een voormalig VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, is geschreven door een inmiddels opgestapt VVD-Tweede Kamerlid. Ondanks deze politieke verwevenheid moet de biografie van Harm van Riel (1907–1980) volgens de auteur niet als een politiek pamflet worden gelezen. Verheijen schetst het leven en vooral de carrière van de nogal steile, conservatieve VVD-er tegen de achtergrond van naoorlogs Nederland. Hij baseert zich onder meer op gesprekken met tijdgenoten (Hans Wiegel, Frist Bolkestein etcetera) en aanvullend archiefonderzoek.

Caroline Voet e.a. (eds.), Autonomous Architecture in Flanders. The Early Works of Marie-José Van Hee, Christian Kieckens, Marc Dubois, Paul Robbrecht en Hilde Daem (Leuven: Leuven University Press, 2016, 231 pp., ISBN 978 94 6270 067 3).

Dit is een collectieve biografie van een groep ‘Gentse’ architecten die in de jaren zeventig van de twintigste eeuw de bouwkunde in Vlaanderen van een vernieuwend elan voorzagen. In dertien essays worden verschillende dimensies van hun werk belicht: van scholing (Sint Lucas instituut) tot villabouw en de interactie met Nederlandse collega’s. Een tijdlijn met projecten, tentoonstellingen en prijzen besluit het zorgvuldig vormgegeven boek.